De weg naar radicale verzoening

Auteur: Jan Lippens in gesprek met Montasser AlDe’emeh

In dit boek ordent Montasser zijn gedachten over de situatie van de jongere Moslims in België, Europa, of de wereld… Overal vallen ze uit de boot, komen ze in een crisis van zelfontdekking en maken sommigen een in onze ogen verkeerde keuze. Zoals wel vaker gezegd wordt, is dit volkomen begrijpelijk, kan men vele onderdelen van de maatschappelijke systemen met de vinger wijzen, maar uiteindelijk, volgens Montasser, maken ze zelf de verkeerde keuze. Velen zijn daardoor naar Syrië gegaan.

Montasser zelf lijkt hen te beschouwen als een verloren groep. Hij wijst de huidige politici er op dat er beter niet teveel honing aan de verloren groep zijn baard wordt gesmeerd. Men kan beter kiezen voor het helpen gezonde keuzes maken door de jongeren nu en binnen 5 tot 10 jaar. Daar staat een enorme mensenmassa op ontploffen. Zeker nu IS oproept tot gewapend verzet met alle mogelijke middelen in de eigen landen, omdat IS op snel ritme terrein verliest.

De methode om tot een oplossing te komen volgens Montasser is om aan radicale verzoening te werken. Hoewel hij in het boek geen mooi afgelijnd plan van aanpak voorstelt, zijn er wel enkele duidelijke kritieke succesfactoren waaraan gewerkt kan worden. Hieronder enkele punten die bijbleven:

  • Steek minimale energie in terugkeerders uit Syrië, zij zijn een verloren groep en horen thuis in een gevangenis voor misdaden tegen de menselijkheid.
  • Steek maximale energie in de jongeren van morgen. Doe hen nadenken over hun geloof, en niet zomaar aanvaarden wat er hen over de Islam verteld wordt.
  • Maak werk van een Europese Islam.
  • Maak gebruik van de Imam’s die hier zijn en waarvan geweten is wat ze denken.
  • Zend radicale Imams terug naar plaats van herkomst. Ook de radicale moslims. Of naar Saoedi Arabië, waar de Sharia wordt toegepast.
  • Roep Saoedi Arabië en aanverwante landen op om hun verantwoordelijkheid te nemen wat betreft vluchtelingenopvang. Mensen voelen zich beter bij anderen die ze zelf beter begrijpen.
  • Laat de Europese Gemeenschap werk maken van samenzitten met de Arabische landen, zodat ze zich niet meer kunnen verbergen betreffende het vluchtelingenprobleem.

Montasser zou misschien als expert een leidende politieke rol kunnen spelen hierin. Hijzelf zegt dat als ze hem vragen vanuit de politiek, hij hier misschien op in zal gaan. Wat spijtig is aan het boek dat het geschreven is met een bijna extreem rechts taalgebruik. Tevens is de kans reëel dat Montasser zal vermoord worden omwille van zijn standpunten, zo zegt hij zelf.

Crisis Communications – The Definitive Guide To Managing The Message

Auteur: Steven Fink

In 34 hoofdstukken legt de auteur ons uit waar crisiscommunicatie rond draait. Iedereen kent wel

  • We Know;
  • We Care;
  • We Do;
  • We’ll be Back.

Maar als het daar bij blijft mis je dus een heleboel. Let op: We know, care, do, be back is reeds een goede start als je net in een crisis komt. Het probleem volgt wanneer je teveel stereotype zinnetjes erin zet. Dan reageert de massa met ‘Yeah, right !’. Dit gebeurt ook als je ‘We’re Sorry’ wil zeggen en er een verkeerde draai aan geeft.

Communicatie is zoveel meer, en let op, niet iedereen kan het. Maar sommige posities in de organisatie (CEO’s veelal) moeten onder bepaalde omstandigheden naar buiten treden. De val van ‘No comment !’ en zo is dan dikwijls nabij. Het boek begint dan ook met een voorbeeld van hoe het niet moet: “I’d like my life back”. De auteur schrijft dit boek met een hoop voorbeelden uit zijn praktijk. Hij gaat dan ook in op wat de CEO van BP hàd moeten zeggen en doen.

Maar er zijn veel meer lessen te trekken uit het boek. Ik haal hier een aantal dingen aan die zijn bijgebleven.

Een eerste zaak is: hoe herken je een woordvoerder? Deze witte raaf heeft volgende eigenschappen:

  • Hij/zij wil het doen;
  • Hij/zij is geloofwaardig;
  • Hij/zij spreekt begrijpbaar (zonder jargon) en verstaanbaar (duidelijk);
  • Hij/zij heeft medeleven;
  • Hij/zij heeft een goede aaibaarheidsfactor;
  • Hij/zij heeft kennis van zaken;
  • Hij/zij is niet snel van z’n/haar stuk gebracht.

Hij/zij heeft tevens een goede intuïtieve aanpak van volgende zaken:

  • Wat doe je met een agressieve reporter die je steeds onderbreekt met een nieuwe vraag?
  • Beantwoord je telkens de gestelde vraag?
  • Als er meerdere cameraploegen zijn, weet je dan naar waar je moet kijken?
  • Wat als er veel vragen ineens worden gesteld?

Een tweede ding dat bij blijft is het fenomeen ‘advocaten’. Zij willen vaak ‘no comment’ horen om niet een (valse?) schijn van schuld op te hangen als je empathie vertoont (We Care, We’re sorry) want dat geeft een hoop extra werk in de rechtszaal. Dus je spreekt met hen, je overlegt met hen, maar ‘no comment’ is geen optie.

Verder blijft de quote van Mark Twain bij: “Always tell the truth, that way you don’t have to remember anything.” Maar weet ook: de gehele waarheid vertellen is enkel voor in de rechtszaal. Wat hier sterk mee samenhangt is de reputatie van de organisatie en de hoeveelheid goodwill het krijgt van de klanten.

Een van de moeilijkste dingen is communicatie als er slachtoffers gevallen zijn. Dan wil het publiek 3 dingen weten:

  • Wat gebeurde er? Vertel de feiten.
  • Hoe is het gebeurd? Hier ga je best niet zomaar op in. Zeg dat je het onderzoekt. En dat is ook zo. Dit is pas definitief gekend na het gerechtelijk onderzoek.
  • Wat doe je eraan? Zeg niet dat het nooit meer zal gebeuren, dat kan je immers niet beloven. Zeg eerder ook hier dat er een onderzoek lopende is en dat je meer informatie zal geven als resultaten beschikbaar worden.

Soms moet je sorry zeggen. Dat doe je best uit eigen beweging en als eerste. Het steelt de ‘donder’.

Ook moet je weten wat jouw crisis is en wat niet. Jouw crisis los jij op, de rest gebeurt door politie en gerecht. Je moet dus vooreerst uw eigen crisis herkennen, identificeren en isoleren.

Verder zijn er de crisiscommunicatiestrategieën. Daar moet je enkele veel voorkomende vraagstukken in kunnen aanpakken.

  • Met wie zal je communiceren?
  • Hoe zal je dit doen?
  • Wie spreekt er met de gesprekspartners?
  • Staat de overheid aan uw kant?
    • Wat is de ‘key-message’?
    • Hoe kun je daar op blijven terugkomen?
    • Welke vragen moet je anticiperen?
    • Hou de boodschap specifiek.
    • Blijf begrijpbaar, vlucht niet in jargon !
    • Wees eerlijk en zorg voor bewijsmateriaal.
    • Bepaal de ‘take away message’.
    • Gebruik voorbeelden en metaforen die de mensen kunnen snappen.
    • En last but not least: bepaal wat je zal doen als je zelf de crisis bent.

En dan natuurlijk als kers op de taart: hoe bouw je een verdedigbare beslissing?

Het boek leest als een trein, is rijkelijk gestoffeerd met praktijkvoorbeelden van hoe het moet en niet moet. Het boek geeft niet de garantie dat je na het lezen ervan een crisiscommunicator bent. Maar het is een goede start om daarna te oefenen, oefenen, en nog eens te oefenen.