Action Plan against Disinformation

European Commission contribution to the European Council – 5 December 2018

Het uitgangspunt van deze bijdrage is dat vrijheid van (menings)uiting een kernwaarde is. De burger moet daarbij in de mogelijkheid zijn om over verifieerbare informatie vrijelijk te beschikken. Dit hebben ze nodig om zich correct te kunnen informeren over de brede waaier van politieke kwesties en standpunten. Dit democratisch proces komt in het gedrang wanneer desinformatie ‘roet in het eten gooit’.

Wat is het probleem?

Desinformatie wordt in dit document begrepen als informatie die geverifieerd kan worden als zijnde vals of misleidend. Het wordt gecreëerd, gepresenteerd en verspreid voor economisch gewin, of om het publiek opzettelijk te misleiden, en kan daarbij schade berokkenen aan dat publiek.

Met die schade wordt onder andere bedoeld: bedreigingen van democratische processen, alsook publiek goed zoals de publieke gezondheid, het milieu of de publieke veiligheid.

Dit actieplan is een antwoord op de vraag van de European Council voor maatregelen om de democratische systemen van de Unie te beschermen en desinformatie te verslaan, met inbegrip van de context van de opkomende Europese verkiezingen.

Begrijpen van de dreiging.

Er wordt een stijging verwacht van doelgerichte desinformatiecampagnes tegen de Unie, haar instituten en haar beleid, in de aanloop van de Europese verkiezingen van 2019. Daarbij wordt gebruik gemaakt van deep-fakes (video manipulatie) vervalsingen van officiële documenten, bots (geautomatiseerde software), trolls (valse profielen op sociale media) en informatie diefstal. Ook de traditionele, klassieke, media blijven een rol spelen. De tools en de technieken veranderen snel, daarom moet de respons ook snel gebeuren.

Vier pijlers voor tien acties door de Unie als antwoord tegen desinformatie.

Acties tegen desinformatie vereist politieke beslistheid en samenwerking, over overheden heen (met behulp van contra-hybride dreigings-, cybersecurity-, informatie- en strategische communicatie gemeenschappen-, data protectie-, verkiezings-, juridische – en media autoriteiten).

De vier pijlers zijn:

  1. Verbeteren van de mogelijkheden van de instituten van de Unie om desinformatie te detecteren, analyseren en aan de kaak te stellen;
  2. Versterken van samenwerkende respons tegen desinformatie;
  3. Mobiliseren van de private sector om desinformatie onderuit te halen;
  4. Verhogen van awareness en het verbeteren van maatschappelijke resilience.

Pijler 1: Verbeteren van de mogelijkheden van de instituten van de Unie om desinformatie te detecteren, analyseren en aan de kaak te stellen.

Actie 1: het versterken van een aantal Strategische Communicatie Task Forces met gespecialiseerde medewerkers in data mining en analyse om de relevante gegevens te verwerken. Denk daarbij ook aan extra media monitoring diensten voor de vele taalgebieden die Europa heeft. Daarnaast moet er ook geïnvesteerd worden in tools voor het verwerken van deze data en het uitvoeren van assessments.

Actie 2: De mandaten van de Strategische Communicatie Task Forces voor de Westelijke Balkan landen en de zuidelijke landen zullen herbekeken worden, om eveneens daar desinformatie effectief aan te pakken. Lidstaten moeten hun nationale mogelijkheden aanvullend daartoe verhogen, ook wat betreft ondersteuning aan de Unie m.b.v. medewerkers.

Pijler 2: Versterken van samenwerkende respons tegen desinformatie.

Actie 3: een RAS (Rapid Alert System) wordt ontwikkeld en in gebruik genomen. Dit RAS zou moeten nauw samenwerken met diensten van de lidstaten die 24/7 bereikbaar zijn.

Actie 4: een verhoging van de communicatie-inspanningen over de waarden en het beleid van de Unie, met het oog op de komende Europese verkiezingen. Ook de lidstaten moeten deze inspanning leveren.

Actie 5: De Commissie en de High Representative, samen met de lidstaten, zullen hun strategische communicaties in de omgeving van de Unie versterken. Dit gebeurt o.a. door het delen van informatie, delen in de lessen, verhogen van awareness, proactieve berichtgeving en onderzoek te versterken en te delen.

Pijler 3: Mobiliseren van de private sector om desinformatie onderuit te halen.

Actie 6: De Commissie ziet nauwlettend en continu toe op de implementatie van de ‘Code of Practice’ door haar ondertekenaars. Waar nodig, en in het licht van de naderende verkiezingen, zal de Commissie aandringen op een snelle en effectieve compliant implementatie. Daartoe zal een assessment gebeuren. Indien deze ‘Code of Practice’ onvoldoende blijkt, kan de Commissie verdere acties voorstellen, waaronder juridische.

Pijler 4: Verhogen van awareness en het verbeteren van maatschappelijke resilience.

Actie 7: Ook op langere termijn zullen doelgerichte campagnes voor het breed publiek georganiseerd worden, alsook trainingen voorzien worden voor de media en de opiniemakers in de Unie en haar omgeving. Dit met als doel het negatieve effect van desinformatie onder ogen te brengen. Inspanningen van onafhankelijke media en kwaliteitsjournalistiek alsook het onderzoek naar desinformatie zal verder gezet worden om een omvattende respons te kunnen voorzien.

Actie 8: Lidstaten samen met de Commissie moeten in de oprichting voorzien van teams van multidisciplinaire onafhankelijke fact-checkers en onderzoekers met specifieke kennis van lokale informatie, om desinformatiecampagnes te detecteren op o.a. sociale netwerken en digitale media.

Actie 9: Acties zullen ondernomen worden voor de media-geletterdheid van het publiek. Lidstaten moeten ook snel werk maken van voorzieningen van de Audio-visual Media Services Directive, die daar over gaat.

Actie 10: De lidstaten moeten een effectieve opvolging van de ‘Elections Package’ verzekeren, meer bepaald de ‘Recommendation’. De Commissie zal hierop toezien en waar nodig ondersteuning geven en advies.

Het broodnodige water

Rede van Carl Decaluwé – Gouverneur van West Vlaanderen – 6 december 2018

Het verhaal in de inleiding van het boekje begint als volgt:

“De moeder van alle hedendaagse rampscenario’s is ontegensprekelijk de ontwrichting van het klimaat. De afgelopen zomer [in 2018] in ons land was vooralsnog de warmste, sinds het begin van de waarnemingen in 1833. De voorbije twee jaar waren ook uitzonderlijk warme zomers. Ondertussen smelten de poolkappen in een schrikbarend tempo. Die feiten zijn echter niet de meest angstaanjagende, wel de vaststelling dat velen de implicaties hiervan nog altijd niet onder ogen zien.”

De noordpool is daarbij zowel een indicator als een aanjager van het klimaat. Dit heeft te maken met een verstoord weerpatroon: de “poolwervel” is immers in tweeën gebroken. Het klimaat wijzigt en zorgt daarbij voor zowel droogte als overstromingen. Zelfs de Global Seed Vault kwam daarbij in de problemen.

Maar ook de kustgebieden komen in de problemen en in grote lijnen op volgende manieren: door het klimaat, door de stijgende zeespiegel, door de verzilting en door meteo- en hydro-extremen.

De conclusie van dit alles is dat er extreme actie nodig is.

“Historisch hebben we het waterbeheer altijd aangepast aan de behoeften van de mens. Dit beleid is niet langer houdbaar. Er is een integrale benadering nodig. We moeten onze noden aanpassen aan de waterbeschikbaarheid.” Zo concludeert de auteur in de inleiding.

Er is dus een grote kwetsbaarheid: we hebben het water nodig om te

  • Leven
  • Overleven
  • De levenskwaliteit goed te houden

Maar het is in feite slechts beperkt aanwezig. Oppompen van grondwater heeft als nadelen dat het verzilting in de hand werkt, en dat we het opgebruiken. Een van de oorzaken/verschijnselen van/bij de problematiek is dat we er aan gewoon zijn dat het er altijd is. Tevens is het probleem erg plaatsafhankelijk.

Water is een internationale topprioriteit. In deze rede zijn een aantal bijdragen van experts opgenomen. Deze gaan van een situatieschets tot wat we in Vlaanderen kunnen doen aan onze situatie. Enkele lessons identified zijn:

  • Er is water tekort in meerdere landen. Dit kan aanleiding geven tot competitie en verhoogt de kans op conflicten. Er moeten dus prioriteiten gesteld worden voor de verdeling.
  • Ondanks dat Vlaanderen een der droogste regio’s is van W-Europa, is er weinig “sense of urgency”.
  • Wat we kunnen doen op korte termijn: sparen, beschermen, verspilling vermijden.
  • Opslagruimte creëren is goed voor zowel droogte en tekort als wateroverlast. Maar er is weinig ruimte voor, en er is ondoordacht omgesprongen met ruimtelijke ordening. Vraag is echter ook: moet het wel bovengronds?
  • Leidingwater is een essentiële bron van water voor de meesten. Hemelwater wordt echter steeds belangrijker.
  • Grondwater is van goede kwaliteit en zeer gegeerd. Maar de cyclus om het aan te vullen is 10-tallen jaren tot 1000den jaren. Verzilting in de polders is een gevolg van overdreven oppompen.
  • Er is ook het zogenaamde “virtuele water”. Dit kan veel impact hebben bij import.
  • Meer productie geeft problemen met waterhuishouding.
  • Export minderen in landen met watertekort is beter voor de lokale ecosystemen. Maar daar wordt te weinig rekening mee gehouden.
  • Een holistische kijk is echter groeiend bij velen. We zullen moeten kiezen voor zogn. “waterarme” producten.

Vanaf Hoofdstuk 3 gaat het voornamelijk over de situatie in West-Vlaanderen. Daarbij is een opmerking zeer belangrijk: door deze situatie loopt Vlaanderen de kans om oplossingen te vinden en daarmee voor te lopen op de rest van de wereld. Deze oplossingen kunnen we daarna dan weer uitdragen.