Covid 19 – Discours voor vernieuwing en geleerde lessen

Auteur: Manu Steens

De laatste pakweg 5 maanden is ons land in de ban van Covid 19. Er gebeurden allerlei zaken, en zoals in elke oorlog (maar nu tegen een onzichtbare vijand) leren we de mensen kennen van hun mooiste en lelijkste kanten.

Om de pandemie in ons land in te dijken werden maatregelen getroffen tijdens de eerste ziektegolf. Maar het virus zet zich vlot en snel over de door ons behaalde resultaten. Vandaag kunnen we ongeveer zeggen dat we aan het begin van de tweede golf staan, eerder dan we oorspronkelijk dachten dat deze zou kunnen optreden. Is het dan voor niets geweest? Of kunnen we er lessen uit trekken voor wat we moeten doen?

Een eerste les die we zien is dat er effect geweest is van de lock down. Maar was de manier waarop dit gebeurde optimaal? Zijn er andere formules mogelijk? En is het tijdens de tweede golf iets dat we moeten doen alsof we vertrekken van dezelfde beginsituatie, of speelt de ervaring van de bevolking een belangrijke factor, indien het gegeven signaal maar sterk en duidelijk genoeg is?

Een tweede les die we kunnen zien is dat er waarschijnlijk een verschuiving is in de doelgroep van de ziekte. Niet meer vooral de ouderen in o.a. de ouderlingtehuizen zijn doelwit van het virus, maar meer en meer jonge mensen. Een vraag die zich hier stelt is of dit hier komt door de zogenaamde super spreaders, en eventueel door edge workers, waarvan ik sprak in de vorige blog. De bevolking zou dan op te splitsen zijn in twee groepen: de gewone man en de risico-zoekers. De gewone man zal zijn gedrag laten sturen door de maatregelen die de overheid eerder al nam, de risicozoekende edge workers niet. Bij hen haalt straffen niets uit. Misschien kan men hen leren hoe ze de dingen die ze willen doen veilig kunnen doen eerder dan hen het te willen doen afzweren bijv. via straffen. Want dat laatste lukt niet, is reeds herhaald gebleken. Maar dan stelt zich de vraag: hoe kunnen we hen het veilig leren doen, want (bijvoorbeeld) veilig partyen is eigenlijk een zeer nuttig concept voor heel de maatschappij. Bijvoorbeeld: moeten evenementen aangepast worden, of is een nieuw concept van evenementen nodig? Zoals het virtuele buurtfeest er een was.

Zo kunnen we nog een aantal lessen identificeren. De vraag is daarbij is of we de lessen moeten identificeren via een “wilde brainstorm” en “snelle acties implementeren” of dat we kunnen gebruik maken van een bestaand kader om de nodige change (vanuit de lessons identified) te laten lukken.

Een dergelijk kader bestaat (Timothy L Sellnow, The SAGE handbook of risk communication, H20: ‘Crisis communication’ en referenties daarin). Om een discours te houden met impact voor vernieuwing en verbetering, moet een organisatie willen bijleren van elke crisis (de lessons identified), reflecteren over de ethische verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid, een vooruitziende visie ontwikkelen, en die visie retorisch presenteren. Dit kan dan ook gelden voor de maatschappij in de huidige crisis.

Een maatschappij die zich engageert voor vernieuwing zal dan willen veranderen en verbeteren ten gevolge van de crisis. Per slot van rekening geven de lessons identified pas zin aan de crisis, als we er lessons learned van maken. Pas als deze lessen een deel worden van de maatschappij, dringen ze door in de cultuur ervan en veranderen ze de manier waarop er beslissingen worden genomen. Maar als het geheugen van de maatschappij met betrekking tot deze lessen vervaagt in de tijd, bijv. omdat er euforie is na een eerste (kleine) overwinning, dan wordt die maatschappij terug kwetsbaar voor dezelfde crisis.

Dit laatste hebben we kunnen zien na het opheffen van de maatregelen: veel mensen leken te denken dat de crisis achter de rug was, en de geleerde lessen waren snel “vervaagd”. Gevolg: de R-waarde steeg snel terug tot rond de waarde 1, volgens een bron haar berekeningswijze net er onder (0,98), volgens een andere er net boven (1,1).

Daarom is reflecteren over ethische verantwoordelijkheid primordiaal: een gedegen afhandeling van vernieuwing “has a strong value orientation”. Ethische inbreuken kunnen dingen zijn als gierigheid, hubris, onrechtvaardigheid, contextgevoelige onbeleefdheden (zoals roepen naar iemand waardoor aerosolen sterk verspreiden) die eerder bijdragen aan een crisis. Een maatschappij die een waardenstructuur heeft die niet gecentreerd is rond elk van haar burgers, heeft het moeilijker om tot een geschikt nieuw normaal te komen. Het is alsof de burgers voelen alsof er iets niet klopt, ze zijn het sneller beu, en daarom zullen sommigen van hen tegenwerken. Om blijvend te motiveren is zuiverheid van geest en authenticiteit in de stellingnames door het beleid zo belangrijk. Het geeft zelfbescherming voor de leiders. Toegevingen doen door sociale of andere druk is dus niet altijd een goed idee. De kans is reëel dat dit achteraf als een boomerang terugkomt in het gezicht van de beslissers.

Om die boomerang te vermijden is een vooruitziende visie van belang: in de nabeschouwing van de crisis is men snel verleid tot een “shame, blame and denial game”. Dat leidt nooit tot een oplossing, is alleen een verspilling van energie, tijd en middelen,  leidt er alleen tot afdwalen van het doel. Een vooruitziende visie is nodig om de focus te verschuiven naar het bouwen van een meer weerbare en veerkrachtige maatschappij die haar opdracht in ten aanzien van zichzelf, elke burger tegenover elke andere burger, terug kan waarmaken. Goede communicatie staat daarbij centraal om de visie te kaderen. Het is immers een feit dat in een crisis geen echt draaiboek bestaat. Er bestaan tal van plannen, maar elk vooraf opgesteld plan is waardeloos. Het is elke keer opnieuw ontdekken hoe het in elkaar zit. “The devil is in the details” is daarbij bovendien keer op keer waar. Daarom geldt hier dat niemand de eerste steen moet werpen. De eerste steen werpen doet immers geen positieve bijdrage aan het ontwikkelen van een ethische verantwoordelijkheid. Maar als je een visie goed uitwerkt, kan dat je helpen om die stenen te pareren.

Die visie moet je retorisch presenteren: door de visie retorisch te presenteren, kan de commitment en de visie de vorm krijgen die nodig is om de maatschappij terug op het goede spoor te zetten. De retorische activiteiten scheppen immers een eigen werkelijkheid voor de burgers, om hen te inspireren om aan zichzelf en elkaar trouw te blijven tijdens de crisis, en de maatschappij beter terug op te bouwen dan het voordien was. De boodschap moet over alle voorgaande dingen gaan: de geleerde lessen, de waardenstructuur en de hoop voor de toekomst.

Indien de maatschappij effectief leert van de crisis in de nazorgfase, kunnen ze een “fresh sense of purpose and direction” ervaren. Daarmee kan ze evolueren naar een nieuw-normale situatie na de crisis. De precrisis fase scheidt dus de crisis herstel en -nazorgfase van een nieuwe start met het reguliere risicomanagement (waarvan de strategieën op zich ook onderwerp kunnen zijn van verandering). Daarin moet dan in dialoog gegaan worden met de burgers betreffende risico’s en risico-tolerantie. Die dialoog brengt dan een reactie op verandering. Het betekent dat iedereen in de maatschappij de focus weer op de nieuwe toekomst richt. Daartoe moet men ook spreken met quasi iedereen. Want zonder interne communicatie stuurt men blind en loopt men meer kans op nieuwe crisissen.

Maar tevens levert dit ‘veranderingseffect’ indirect een criterium voor het afroepen van het einde van de crisis: de crisis is ten einde wanneer de (nodige) verandering gebeurde, en iedereen daar in zijn ‘draai vindt’, en de draad weer oppakt. Let op dat dit niet betekent dat de wonden er niet meer zijn of reeds volledig hersteld zijn.

Telewerken waar het kan

Auteur: Manu Steens

In de persconferentie van 3 juni (https://www.info-coronavirus.be/nl/news/nvr-0306/) werden maatregelen voor de afbouw van de lock-down gegeven door de NVR (nationale veiligheidsraad) o.l.v. Eerste Minister Wilmès. Een maatregel daarin waarbij er redelijk wat wrevel bestaat bij sommige werkgevers is: “Het wordt aangeraden om te telewerken als dat mogelijk is.”

Veel werkgevers willen immers dat hun medewerkers terug aan de slag gaan op een 100% rendabele manier. Dat is begrijpelijk en wenselijk, vermits de economie op dit moment door de situatie zeer beschadigd wordt. Is daartoe echter ook 100% aanwezigheid op de werkvloer nodig?

De uitspraak van de NVR is genuanceerd op twee manieren: het zegt immers “het wordt aangeraden” en “als dat mogelijk is”. Met andere woorden dit is interpreteerbaar als volgt: “ beste werkgevers, wij adviseren u om telewerk te blijven toestaan waar dat mogelijk is, er mag natuurlijk teruggekeerd worden naar het werk waar dat niet mogelijk is, beslis zelf maar aub gebruik uw gezond verstand.” En het is dit gezond verstand waar nu zoveel nood aan is. Want wat betekent het als je als zoveel andere werkgevers kort door de bocht gaat en beslist “dat iedereen terug naar de werkvloer”? Daarbij worden argumenten gegeven van “de medewerkers willen sociaal contact met hun collega’s” tot het andere uiterste “ik wil iedereen kunnen vragen stellen als ik die heb” of “het werkt nu niet 100% rendabel”.

Voor alles is een dergelijke reactie als werkgever ongenuanceerd. Het is absoluut. Het houdt geen rekening met de mensen die angst hebben voor besmet te worden tijdens het (openbaar of georganiseerd) vervoer. Een dergelijke actie staat gelijk met het vragen aan de werknemers om ’s ochtends hun hersenen thuis achter te laten bij het vertrek naar het werk en deze ’s avonds pas thuis terug te gebruiken. Daarop betaal je als werkgever emotionele rente. Emoties zet je namelijk niet af. En ingaan tegen emoties werkt zeer sterk demotiverend. Het is daarom beter voor de organisatie om een slechts beperkte aanwezigheid op de werkvloer toe te staan. De vraag is dan, hoe kun je dat het beste doen. Moet je iedereen een dag toewijzen? Of twee dagen? Enz. En dan de rest van de week thuiswerk waar mogelijk?

Het lijkt erop dat dit best “losjes” georganiseerd wordt. De mensen komen best naar de werkvloer als dat nodig is. Wanneer dat nodig is weten zij zelf het beste: zij zijn expert in hun job en weten wanneer ze bepaalde zaken van de werkvloer nodig hebben. Ook wanneer een ontmoeting in den lijve met collega’s belangrijk is. Het principe kan dus beter zijn “je bent welkom op de werkvloer, als je dat nodig acht volgens uw persoonlijke noden” dan op bevel van hoger hand. Want op deze laatste manier wordt het net moeilijker om efficiënt goed en zelfs goed effectief af te spreken en samen te werken. Daarmee kan het principe van bijv. “kom een dag per week naar het werk” flexibel ingevuld worden in samenspraak met hun collega’s. Daarom is het advies: beperk het aantal plaatsen op de werkvloer en in de vergaderlokalen, en laat iedereen een plaatsje reserveren als hij/zij het nodig vindt om die dag niet thuis te werken. Uit de getallen die daaruit naar voor komen kunnen achteraf trouwens belangrijke conclusies getrokken worden in combinatie met de getallen van de prestaties. Bijv. hoeveel kantoorruimte heb je echt nodig, en waar is echt nood aan om 100% rendabel te werken. Daaruit kan je dan verbetervoorstellen doen.

Dit geldt uiteraard niet zo voor productiehallen waar bijv. auto’s geassembleerd worden en waar je het werkvolk nodig hebt. Daarom ook “als dat mogelijk is”.

Risicomanagement strikt genomen – succesfactoren van draagvlak

Auteur: Manu Steens

Een organisatiestructuur, een decreet of wet, (een) (sommige) maatregel(s), … om te kunnen lukken moeten ze gedragen zijn. Om gedragen te worden moeten ze (h)erkend worden. (Ik heb nog geen criterium om te zeggen in welke gevallen dit model allemaal van toepassing is, daarvoor zou een studie moeten gebeuren van geslaagde en gefaalde zaken in hindsight.)

Erkenning op zich nu echter, steunt volgens mij op vier succesfactoren:

  • legitimiteit,
  • samenhang van de doelgroep door nabijheid bij hun medewerkers van het issue,
  • doeltreffendheid met doelgerichtheid en doorzettingsvermogen,
  • gezag.

Deze vier pijlers hangen onderling samen. Als je er een poot van de tafel onderuithaalt gaan de andere deels mee en valt de tafel om. Je mag ze dus in feite niet als onafhankelijk zien. Voor het gemak van de verdere bespreking doe ik dat hier toch.

Een zaak die duidelijk gedragen lijkt te zijn is de EU regelgeving van de GDPR. Iets wat niet gedragen lijkt te zijn is de Brexit. Laten we daarom deze twee zaken eens illustreren aan dit idee.

Succesfactoren van draagvlak toegepast op de GDPR.

  • Legitimiteit: De wetgeving van de GDPR werd opgelegd door de EU en geldt voor alle EU landen ter implementatie
  • Samenhang van de doelgroep door nabijheid: De landen van de EU hangen samen, doordat ze in een verband zitten in de EU, maar ook door het feit dat de landen vrij verkeer van personen hebben, waardoor ze ondanks reizen in de EU kunnen genieten van soortgelijke wetgeving. Tevens is voor het grootste deel de EU een samenhangend geheel, waardoor de landen samenhangen voor wat betreft als een blok achter de wetgeving staan. De nabijheid wordt wellicht het best geïllustreerd door het feit dat de burgers van de EU de wetgeving herkend hebben als iets dat hen heel erg aan gaat. Het hoorde de burger zeer snel toe.
  • Doeltreffendheid: Er is een waarachtige barnum reclame gevoerd voor de GDPR, waarbij er geduid werd op het feit dat deze wetgeving voor de burger geldt. Deze was zo effectief dat de mensen van de EU en de organisaties doordrongen zijn van hun rechten, en er zelfs op zeer korte termijn een jobcreatie uit voort kwam: bijv. juristen gespecialiseerd in de GDPR, maar ook DPO’s, cursussen,…
  • Gezag: Er werd in de wetgeving zelf ook een plaats voorzien voor strafmaatregelen bij niet-toepassing van de wet door de organisaties in de EU. Ook auditmogelijkheden werden voorzien. Mede door deze stokken achter de deur schoten veel organisaties in gang, en was het besef groot “om er iets aan te doen”.

Conclusie: door de barnumreclame werd deze wetgeving sterk gefundeerd in deze vier succesfactoren, waardoor deze eigenlijk alleen maar kon lukken.

Succesfactoren van draagvlak toegepast op de Brexit.

  • Legitimiteit: Die is er gekomen door een onduidelijk referendum met een meerderheid “achter de komma”. Er is totale verdeeldheid binnen en over de partijen heen en binnen de burgerij. De Britse premier stond daardoor volledig in een spagaat van onduidelijkheid. Geen enkel van de voorstellen van de EU noch van de Britten zelf werd aanvaard door een duidelijke meerderheid.
  • Samenhang: De Britten zijn verdeeld. De voor- en tegenstemmen zijn netjes verdeeld en zonder een duidelijke samenhang. Vele mensen hechten samen met hun politiek veel belang aan hun soevereiniteit. Anderen kiezen voor de mogelijkheden die een samenhangend Europa samen met de Britten er bij zou kunnen betekenen. De samenhang is zoek. De verdeeldheid is tot op het granulaire niveau van de bevolking.
  • Doeltreffendheid: Door een hoop onduidelijkheden werden alle voorstellen op een redelijke manier van Brexit afgewezen. Daardoor wordt er regelmatig uitgesteld. Daardoor is het onduidelijk hoe, of en wanneer de Brexit een feit zal zijn.
  • Gezag: De Brexit zou afhankelijk van dag tot dag bij een nieuw referendum anders kunnen uitdraaien. Ook heerst er een verschil in mening tussen bijv. de Schotten en de rest van de Britten. Daarnaast stellen de Britten regelmatig de historische woorden van Churchill dat “GB met de EU is maar niet van de EU”.

Conclusie: De Brexit is geen succes te noemen.

Resilience strikt genomen – Disaster management: Red Ants, Gray Rhinos, Black Swans, en de verhouding van BCM, Risico Management (RM) en Crisis Management (CM)

Auteur: Manu Steens

Een eerste vraag die ik me stel: hoe verhouden deze begrippen zich t.o.v. elkaar?

Daarbij kan volgende figuur (de disaster tabel) soelaas bieden: dit gaat over Known Knowns.

Deze tabel geeft op zich een minimalistische schets als antwoord op “Wat kunnen Disasters zoal allemaal zijn?

Daarnaast zijn er Unknown Knowns zoals de Gray Rinho’s.

Dit zijn zaken die op ons afkomen, dat we weten dat ze er zijn, maar dat we er voor kiezen om ze niet te zien, of hen vergeten in rekening te brengen.

Gray Rhino’s zijn niet opdeelbaar in goed of slecht bekende kans en impact. De impact is groot. De kans is groot. Het is altijd goed bekend qua kans en impact, en kaderen zich dus binnen het kwadrant van Disasters, als volgt:

Daarnaast bestaan ook Known Unknowns. Dat zijn zaken waarvan we weten dat er “iets” is maar we weten niet goed wat juist. Daardoor kunnen we ze niet in rekening brengen. Deze zijn niet te klasseren met een kans of impact. De gevolgen kunnen wel of niet gekend zijn. De kansen evenzeer. Indien de gevolgen groot zijn, maar niet actief gekend, en de kans klein geschat wordt maar het plots optreedt, zonder dat we enige verwachting hadden van het gebeuren, spreken we van een Black Swan. De kalkoen weet niet waarom de boer hem altijd eten geeft, maar had een vermoeden kunnen hebben vanuit een wantrouwende “Waarom”-vraag. Maar de kalkoen kent ook het kerstfeest niet, en kan dus niet echt de kans van het gebeuren inschatten.

Tenslotte bestaan er Unknown Unknowns. Daarvan weten we niet dat we ze niet weten.

Niet alleen kennen we de kans en impact niet, we kennen de gebeurtenis niet, we kennen de aanleiding niet, we kennen de gevolgen niet. We kunnen er dus geen toekomstig voorbeeld van geven. Tenzij met terugblik op het verleden. (Hindsight) Was het juist van de priester om Adolf Hitler van de verdrinkingsdood te redden, toen die als kind door het ijs gezakt was?

Het is de bedoeling van Resilience management om zoveel mogelijk van deze vier groepen te leren kennen, en hen terug te dringen binnen de mogelijkheden, van het vierkant van de Known Knowns.

Dit geeft een mogelijke manier om resiliënce-noden te kaderen. Waarbij zit echter CM? Het antwoord is: overal. In alle 4 de groepen treedt CM actief op wanneer een bedreiging zich manifesteert. Omdat men de Known Knowns het best kent, is het altijd een voordeel om RM uit te werken en voor te bereiden.

Vraag 2: wat zijn historisch de meerwaarden van BCM, RM en CM ?

De bekende meerwaarden die reeds aanwezig waren bij deze drie disciplines in het verleden zijn:

  • Compliance met wetgeving en met opdrachtgevers
  • Bescherming van de reputatie van de organisatie en de sterkte van het merk
  • Voorlopig nog: competitieve voorsprong
  • Operationele verbeteringen
  • Vastleggen van de kennis en ervaringen
  • Waardebescherming

Vraag 3: wat zijn de “nieuwe” meerwaarden van BCM, RM?

De nieuwe meerwaarde waarmee ISO 31000 schermt:

  • Waardecreatie, en dus ook
  • Opnemen van opportuniteiten

Waardecreatie

  • Door het bestuderen van de bedreigingen bij nieuwe en bestaande projecten en processen kunnen deze bedreigingen aangepakt worden, zodat ze gebeuren met grotere kans op slagen en met minder kosten in de nazorgfase.
  • Hierdoor neemt ook de kwaliteit van de output en de outcome toe, waardoor een stevigere positionering in de markt mogelijk is, wat op zijn beurt potentieel klanten aantrekt.
  • Hierdoor verbetert direct de reputatie, waardoor een positieve spiraal ontstaat die zich afspiegelt in een betere marktwaarde van de organisatie en een positief effect genereert op de beurs.
  • Door het toepassen van RM in haar projecten zal een overheidsorganisatie mutatis mutandis een meerwaarde creëren op maatschappelijk vlak, wat ook meer inkomsten betekent voor de overheid en de private sector en dus weer een positieve waardespiraal creëert voor de maatschappij.

Opnemen van opportuniteiten

  • Wanneer er een opportuniteit zich aanbiedt, kan deze correct opgenomen worden, in die zin dat de risico’s die de organisatie loopt bekend zijn, en ze deze kan aanpakken om haar slaagkansen te optimaliseren.
  • Doordat RM een ‘outlook’ heeft, ziet men bedreigingen, maar ook opportuniteiten beter en sneller afkomen.
  • Doordat er een systematische rapportering gebeurt geïntegreerd in alle lagen van de organisatie en de processen en projecten van de business kan het beleid de opportuniteiten beter en sneller correct inschatten.

Deze meerwaarden gelden ook voor BCM.

Vraag 4: wat is de belangrijkste meerwaarde van CM?

Wat ik hierbij wil weten is wat er verwacht wordt door de medewerkers en door de maatschappij.

Mensen verwachten steeds meer van de organisaties. Ze willen dus zekerheid in onzekere tijden. Dit doet de organisatie door

  • De bedreiging (Threat) aan te pakken
  • De hoogdringendheid (Urgency) tegemoet te komen
  • De onzekerheid (Uncertainty) te bestrijden

De bedreiging (Threat) aanpakken

Bedreigingen zijn relatief en persoonlijk. De een zijn dood is de ander zijn brood zegt het spreekwoord. Maar er zijn ook algemene bedreigingen die ons allen raken. Het beste voorbeeld is wellicht terreur. Hoewel terreuraanslagen jaar na jaar veel minder slachtoffers eisen dan fijn stof, raakt het de mensen persoonlijk door de keuze van de werkwijze, de plaats van optreden en het moment. Deze kiest de terrorist zó dat hij angst maximaliseert. Deze angst raakt iedereen persoonlijk, omdat er willekeur is waar wanneer en hoe men slachtoffer kan zijn. De maatschappij weet het niet en daardoor richt iedereen van de potentiële slachtoffers zijn woede tegen de daders.

De hoogdringendheid (Urgency) tegemoetkomen

Hoogdringendheid is persoonlijk. Een potentiële crisis die u persoonlijk raakt is doorgaans hoogdringend zolang u nog hoopt op kansen om er aan te ontsnappen.

De onzekerheid (Uncertainty) bestrijden

Dit doet de organisatie voornamelijk door een opsplitsing te maken in operationeel management, communicatiemanagement en strategisch management.

Met het operationeel management kan de organisatie laten zien dat het probleem wordt aangepakt. Er gebeuren tegenacties en er zijn vorderingen waar te nemen. Met het strategisch management kan de organisatie doen aan sensemaking, en daarmee een begrijpen overhandigen aan de mensen in de omgeving van waar ze aan toe zijn. Daarbij kan de organisatie ook haar acties duiden, het waarom van acties verklaren dus, om haar aansprakelijkheden op te nemen. Alsook om lessen te leren, en de problematiek in de toekomst te kunnen vermijden. Met het communicatiemanagement kan de organisatie van zich laten horen over de situatie, dat het met de problematiek bezig is, en wat de verwachtingen zijn.

Vraag 5: En dan nu dit: Hoe zit dat met Red Ants?

Is dit een zoveelste uitvindsel om risico’s te beschrijven? Neen, eigenlijk niet. Het is een op natuurlijke manier ontbrekende disastersoort: incidenten met kleine tot gematigde impact en kleine tot grote kans, maar met de mogelijkheid om erg snel uit te groeien tot een Black Swan of een Gray Rhino.

Black Swans (Nicolaas Taleb): zeer kleine kansen, zeer grote impacts.

Gray Rhino’s (Michèle Wucker): Zeer grote kansen, zeer grote impacts

Red Ants: Zeer grote kansen, kleinere impacts.

Veelal zijn Red Ants de kleine incidenten zonder grote gevolgen die een verwittiging inhouden van imperfecties in de veiligheid van een systeem of organisatie. Doorgaans gaan een groot aantal red ants een gray rhino of een black swan vooraf. Naast het feit dat red ants een vervelend fenomeen zijn op veiligheidsvlak en veel brandjes te blussen geven, hebben ze een ernstige waarschuwende functie. Deze is: zoek de grondoorzaak en pak die ten gronde aan, of vroeg of laat gebeuren er echte ongelukken.

Zo is elke “diersoort” dus ernstig te nemen.

Vraag 6: En wat valt er dan allemaal aan te doen?

Wel, laten we dit schematisch terug voorstellen in de disastermanagement tabel:

Conclusies:

  • CM Oefeningen zijn het meest nodige aspect in disaster management.
  • Risicomanagement behelst preventieve maatregelen en beschermingsmaatregelen (naar analogie met de bow-tie analysemethode).
  • Onzekerheden hebben als kenmerk dat kansen slecht gekend zijn maar de impacts beter. Doorgaans door het slecht kennen van de oorzaken. Daardoor is er vooral nood aan beschermingsmaatregelen.
  • Ambiguïteiten hebben als kenmerk dat impacts slecht gekend zijn maar de kansen beter. Doorgaans door het slecht kennen van de gevolgen. Daardoor is er vooral nood aan preventieve maatregelen.
  • Bij een niet kennen van kans en impact moet men vooral op de uitkijk staan, om onverwachte zaken tijdig in te schatten en maatregelen in het beleid van de organisatie doorlopend te incorporeren.

Crisismanagement strikt genomen: mini-oefeningen

Auteur: Manu Steens

In het kader van training zijn zowel grote als regelmatige kleine oefeningen zeer belangrijk. De belangrijkste doelstelling van dit soort oefeningetjes van 30 minuten is om te leren samenwerken in een crisissituatie. De nadruk ligt dus ook op elkaar leren kennen in dit soort omstandigheden. Maar ook om te leren samen brainstormen.

Hier vindt u een aantal kleine oefeningen: