Pandemieplan

Dit document reikt handvaten aan t.a.v. leidinggevenden en medewerkers van de eigen organisatie. Hierin staat op genomen welke maatregelen een entiteit en individuele medewerkers kunnen nemen als er zich een pandemie voordoet om de continuïteit van de dienstverlening maximaal te verzekeren. Deze kunnen opgenomen worden in een BCP.

Belangrijk: ik beschouw deze kennis als open source. Iedereen mag er gebruik van maken om zijn/haar organisatie veiliger te maken. Maar het mag niet gebruikt worden om verkocht te worden op zich.

 

De vier geboden van Risicobewustzijn

Auteur: Manu Steens

Met dank aan Fran Bambust en Joris Bouve.

Risico-awareness (Risico-beseffend gedrag) is moeilijk te bewerkstelligen. Traditioneel pakt men dit aan met klassieke marketinggebruiken zoals posters, flyers, acties met reclamefilmpjes voor het uitwerken van de o zo gegeerde awareness. Komen er meer bedreigingen, dan komen er meer posters, meer flyers, meer filmpjes, meer regeltjes over wat er kan mis gaan. Het zijn nu net deze veelgebruikte methoden als posters die niet veel uithalen. Na jaren van proberen op deze manier denk ik dat de Risicomanagement community mag besluiten: posters helpen niet, het maakt de mensen niet beter beseffend van de gevaren rondom hen. Dikke boeken vol regeltjes helpen evenmin. Het doel blijft echter bestaan: mensen moeten eens stilstaan en nadenken voordat ze aan iets beginnen.

Oorzaak? Teveel regeltjes, dikke boeken met gedragscodes die niemand wenst te lezen. Wat mensen nodig hebben is een aanpak van gedragsverandering met een minimum aan regeltjes en een maximum aan priming (het idee zaaien). (Voor priming, zie ook het boek “Effectief Gedrag Veranderen Met Het 7E-Model” van Fran Bambust.)

Die regeltjes bestaan, mits systematische herinterpretatie in een nieuw kader. Risico-beseffend gedrag is dan terug te brengen tot de volgende vier regels:

  1. Maak niets kapot, tenzij je met de brokstukken iets beter kan maken;
  2. Doe niemand pijn, tenzij hij/zij er beter van wordt;
  3. Doe jezelf geen pijn, tenzij je er beter van wordt;
  4. Grijp je kansen, tenzij dit in strijd is met regels 1, 2 of 3.

Maar ook deze regeltjes moeten geprimed worden naar de doelgroepen toe. Daarvoor moet je de doelgroepen kennen. Voor risicomanagement zijn deze opsplitsbaar in individualisten, egalitairen, hiërarchisten en fatalisten. De grootste groep daarin zijn de individualisten: mensen die slechts aandacht geven als het hun aanbelangt, of hun gezin. En daar waar het kan hebben ze het zó nodig, dat ze het zowel thuis als op het werk kunnen gebruiken. Een win-win situatie dus. Iets dat ze kunnen gebruiken ook voor het opvoeden van de kinderen, iets eenvoudig dat, als je het goed interpreteert, je de goede oplossing aanreikt in alle situaties.

Als stimulerende voorbeelden nemen we daarbij het idee van wist je datjes. Daarbij geven we tips over wat men kan doen ivm risico-situaties zoals veel zitten op een stoel, een dolle schutter in het gebouw, een aardbeving, een reis die men wil maken… Deze gebruiken we ter illustratie om de vier geboden te primen, dus achter elk wist je datje zetten we een zin die verwijst naar de regel.

De voorbeelden worden hier dus het volgende mee:

Wist-je-dat-tje: aardbeving                                                                      

Wist je dat je niet onder een tafel of bureau moet kruipen bij een aardbeving? Die zijn niet stevig genoeg om je voldoende te beschermen tegen neerstortend puin. Buiten ben je het veiligste.

Als je om de een of andere reden niet naar buiten kan raken, zoek je het beste een sterker punt van het gebouw op waar een ‘triangle of life’ of levensdriehoek kan ontstaan. Een levensdriehoek ontstaat door vallende grote stukken puin die een driehoek vormen, waaronder iemand bij een aardbeving kan overleven. Je kan bijvoorbeeld naast de armleuning van een solide sofa gaan liggen, in een bolletje gerold.

Dit is een toepassing van regels 3 en 4: doe jezelf geen pijn en grijp je kansen.

Wist-je-dat-tje: zittend werken                              

Wist je dat we te veel zitten? Gemiddeld 9 uur per dag, zo blijkt uit onderzoek. Onze kantoren zijn zo ontworpen dat we de meeste tijd zittend doorbrengen: aan je bureau, in de vergaderzaal, in de refter, … Maar langdurig zitten heeft negatieve effecten op je gezondheid, waaronder een hoger risico op hart- en vaatziekten, kanker en diabetes type 2. Bovendien is het belastend voor de rug.

Voor een goede gezondheid is het belangrijk om elke dag minstens een half uur te bewegen én om lang stilzitten te vermijden. Bij voorkeur sta je elke 20 minuten even recht en zorg je na elk uur zittend werk voor wat beweging. Dat kan worden vergemakkelijkt door het kantoor uit te rusten met bijvoorbeeld zit-statafels en de mogelijkheid om staand te vergaderen. Wist je trouwens dat je ook wandelend kan vergaderen?

Dit is een toepassing van regel 3: doe jezelf geen pijn.

Wist-je-dat-tje: op reis naar het buitenland           

Wist je dat op reis gaan naar het buitenland risico’s met zich kan meebrengen? Ons lichaam is minder bestand tegen ziektes dan je zou denken. Een mug is genoeg om een volwassene voor lange tijd ernstig ziek in bed te krijgen.

Zoek daarom altijd op wat je kan doen om jezelf te beschermen, wanneer je naar mooie en exotische plaatsen reist. Je vindt bijvoorbeeld heel wat tips op de websites van buitenlandse zaken en de Wereldgezondheidsorganisatie.  Naast algemeen reisadvies geven die websites ook tips over het vermijden van ziektes en voor fysieke veiligheid.

Dit is een toepassing van regel 3: doe jezelf geen pijn.

 

Uiteraard moet je in dit gedragsveranderend project de vijf “P’s” respecteren. Deze zijn:

  • Prepare: bereid het gedrag en de ondersteuning voor;
  • Prime: zaai het idee (met herhaling);
  • Pauze: onderbreek het automatische gedrag;
  • Prove: bewijs de keuze;
  • Program: oefenen en herhalen.

Een extra “Pauze” kan men nemen door een wedstrijd uit te schrijven waarbij de medewerkers zelf nadenken over meer wist-je-dat-tjes, waarbij de origineelste winnaar(s) beloond en gepubliceerd worden. Daarbij geeft men dan op die manier een voorlaatste “P” in de cyclus: “Prove” van wie goed bezig is. Deze cyclus blijft men herhalen in de stap “Program”.

Nadien kunnen we Evalueren: testen, leren en aanpassen.

Risicomanagement strict genomen – Risico-aanpak bepalen: turbo-uitleg.

Elke organisatie wil haar doelstellingen halen. Daarvoor moet het dingen ondernemen. Maar inherent en onverbrekelijk verbonden aan het ondernemen is, dat dit ook risico nemen inhoudt.

Daarbij moet men zich dan ook de vraag stellen hoeveel risico men wil lopen. Daarvoor bestaat in ISO 31000 het begrip risico-appetijt. Men kan dit definiëren als de hoeveelheid risico die een organisatie wil lopen om haar doelstellingen te halen. Dat is mooi in theorie. Maar hoe bepaal je dit dan?

Oefenen en testen voor continuïteit en noodplannen: plannen en voorbereiden

Geïnspireerd door PD 25666:2010 van British Standards

Oefeningen en testen van een BCP en van noodplannen van een organisatie gebeurt omdat men moet zeker zijn dat de plannen en procedures geschikt blijven voor hun doeleinden, en dat de mensen bekwaamd blijven om ze uit te voeren. Immers, “Uebung macht den Meister”.

Daarom moeten oefeningen in een programma gegoten worden, dat men moet designen met volgende doelen voor ogen:

  • Gradueel verbeteren van de competenties en het vertrouwen van mensen.
  • Ervoor zorgen dat alle deelaspecten van incident response werken zoals gewenst.
  • Mee zorgen voor de integratie van de deelaspecten van de incident response tot een gecombineerde response.
  • Identificeren van de nodige verbeteringen aan de plannen en de response.
  • Aantonen dat de investering in de oefeningen opbrengt voor de organisatie.

 

De oefening moet tevens voldoende gedocumenteerd zijn voor een eventuele audit achteraf.

De outcome van elke oefening moet de continue verbetering zijn van de mogelijkheden van de organisatie om moeilijke tijden te doorstaan.

 

What’s in it for me? – Waarom je risicomanagement doet

Crisissen kunnen altijd op elk moment optreden en er komt geen eind aan het aantal potentiële disasters voor de overheden. De meest effectieve aanpak daarvan is door middel van preventie. Ook het nemen van tijd om plannen te maken voor risicomanagement, crisisrespons en crisiscommunicatie kan het verschil maken tussen een groot verlies en redelijk snel terug op de sporen geraken.