Ons huis staat in brand – Een gezin en de toekomst van onze planeet

Auteurs: Greta Thunberg; Beata Ernman; Svante Thunberg; Malena Ernman

Vooraf: ik schrijf deze tekst uit eigen mening, op geen enkele wijze werkgerelateerd.

Wat is hier de situatie? Een gezin uit de schone kunstenwereld wordt geconfronteerd met familiale problemen. Meer bepaald eet de dochter (Greta) niet meer vanaf een bepaald moment. De ouders zijn lange tijd ten einde raad. De diagnose voor Greta, de oudste dochter, is niet min: ADHD, Autisme, gedragsstoornissen, eetstoornissen, hoogsensitief, hoogfunctionerend. Beata, haar jongere zusje, vervoegt haar daarin mutatis mutandis. Maar de natuur vond een uitweg en Greta overleeft haar eetstoornis.

Vanwege haar anders-zijn heeft Greta veel last van niet-begrijpen van de manier waarop de maatschappij draait. Daardoor werd ze ook veel gepest. Heel het gezin heeft het geweten. Maar Greta ontwikkelt een goedaardig compensatiegedrag. Ze gaat zich interesseren aan het milieu en overtuigt haar familie om haar interesse te delen. Door haar anders zijn gaat ze zich echter ook super-pragmatisch opstellen. Het milieu, het klimaat, is in gevaar. Actie is nodig ! Nu ! Ze besluit actie te ondernemen. Ze besluit tot een schoolstaking. Haar ouders steunen haar daar in. Vrij snel krijgt ze bijval. Op de flyers van haar staking staat op de voorkant:

Wij kinderen doen meestal niet

wat volwassenen tegen ons zeggen.

Wij doen net als jullie.

En aangezien jullie schijt hebben

aan mij toekomst

heb ik dat ook.

Ik heet Greta en ik zit in de derde.

En tot de verkiezingen hou ik een schoolstaking

voor het klimaat.

Als ik zie wat ze realiseert, de schoolstakingen tot in andere landen, ben ik niet helemaal akkoord met die flyer. In mijn ogen is Greta mentaal geen kind meer, maar een adolescent, een jonge vrouw die weet wat ze wil. En resultaten weet te behalen. Dat ze daarbij verandering beoogt van hoe de maatschappij draait, daar komt ze vrijelijk voor uit. Hoe dat er uit moet zien, daarvoor hoopt ze op de wetenschappers. Maar verandering brengt angst voor verandering teweeg, en angst slaagt in deze situatie bij een aantal mensen om naar haat. Die haat uit zich in een woede, die levendig tiert op het internet.

Maar ikzelf heb er alle vertrouwen in dat de natuur gered zal worden, of zichzelf zal redden, al is het misschien niet in de huidige vorm. De natuur vindt immers steeds een uitweg. Hetzij met de mensheid, hetzij zonder. Want de mens is maar een onderdeel van de natuur. En de rest van de natuur kan zonder ons. Mensen als Greta zijn echter een teken van hoop dat het mét ons kan. Als we ingaan op verandering. Hoe die verandering er dan ook moet uit zien. De tijd is tegen ons. Maar de mens is slim genoeg om de natuur een handje te helpen, als de mens tenminste wil.

 

Natech Risk Assessment and Management – Reducing the risk of Natural-hazard Impact on Hazardous Installations

Auteurs: Elisabeth Krausmann; Ana Maria Cruz; Ernesto Salzano

De problematiek die tegenwoordig in stijgende lijn is, is deze van technische rampen die uitgelokt worden door voorafgaande natuurrampen of natuurlijke gebeurtenissen. Voorbeelden daarvan zijn vorst, hitte, droogte, regenval, overstromingen , aardbevingen, al dan niet gecombineerd in tsunami’s, blikseminslagen,…

In een uitgebreide introductie geven de auteurs een aantal voorbeelden van wat deze natuurfenomenen kunnen uitrichten. En dat is heel wat: gaande van stroompannes en leidingbreuken over vernieling van opslagtanks tot ontploffingen. Deze op hun beurt geven aanleiding tot een evacuatie van de medewerkers van het bedrijf, de omgeving, met of zonder dodentol, alsook een mogelijke enorme economische schade en het stilvallen van (delen van) de economische activiteit in een getroffen gebied. Het is dus niet voor niets dat de mens zich wil wapenen tegen de nog ergere domino-effecten van dergelijke gebeurtenissen. Daartoe bestudeert men tegenwoordig deze zogenaamde Natech gebeurtenissen. Om de wereld een beetje veiliger te kunnen maken.

Helaas zijn er geen twee Natech rampen hetzelfde. Hoewel het uitvoeren van risico assessments hiervoor vorderingen maakt, blijft het volgens de auteurs (voorlopig) een ondoenbare taak om de resultaten van risico assessments onderling te vergelijken. Dat maakt het moeilijk om te prioriteren. Toch zijn er enkele standaardwerken waarnaar de auteurs regelmatig verwijzen, naast vele andere zaken in hun omstandige literatuurlijsten, namelijk de zogenaamde purple book, red book, green book en yellow book van TNO. Maar wellicht van groter belang voor hun bespreking zijn de softwarepakketten RAPID-N, PANR, de methodes van TRAS 310 en TRAS 320, riskcurves alsook ARIPAR-GIS. Deze bevatten kwalitatieve, semi-kwantitatieve en kwantitatieve risico-assessment modules.

Na een aantal hoofdstukken waarin RAPID-N, ARIPAR-GIS en RISKCURVES geïllustreerd worden met bespreking van de resultaten, handelen twee hoofdstukken respectievelijk over structurele (technische) maatregelen en organisatie- (meer administratieve) maatregelen.

Een innovatief raamwerk, dat volgens de auteurs de moeite waard is, werd voorgesteld door IRGC en bestaat uit volgende vijf elementen:

  1. Risico-voorafgaandelijk assessment: een early warning en “framing” van het risico om het probleem te voorzien van een gestructureerde definitie. Of hoe het geframed is door de verschillende belanghebbenden en geïnteresseerde partijen, en hoe men dit het best kan behandelen.
  2. Risico-inschatting. Door het combineren van een wetenschappelijk risico-assessment (van het gevaar en de kans er op) gecombineerd met een systematisch ‘concern’ (bezorgdheden) assessment (van publieke bezorgdheden en percepties) om de basis van kennis te vormen voor het nemen van daarop volgende beslissingen.
  3. Karakterisatie en evaluatie: gebruik maken van wetenschappelijke gegevens en een doorgedreven begrijpen van de maatschappelijke waarden die getroffen worden door het risico om te bepalen of het risico aanvaardbaar is, tolereerbaar (al dan niet met een mitigeren van het risico als vereiste) of intolereerbaar (onaanvaardbaar).
  4. Risico management: alle acties en remedies die nodig zijn om een risico te vermijden, verminderen, delen of behouden.
  5. Risico communicatie: hoe belanghebbenden en geïnteresseerde partijen en de maatschappij het risico begrijpen en deelnemen in het risico-governance proces.

Het werk is m.i. een stuk “verplicht” leesvoer voor continuïteitsmanagers en risicomanagers van grote bedrijven die met grote industriële installaties belangrijk zijn voor de economische motor van een regio of land. Het vereist een gezonde portie boerenverstand, maar ook een voldoende kennis van proces engineering om de verhaallijnen te vatten. Daarnaast is een open blik op een brede waaier van wetenschappen, technische en niet-technische, en op de maatschappij, nodig om het belang van dit werk juist te kunnen inschatten.

Adaptive Business Continuity – A New Approach

Auteurs: David Lindstedt; Mark Armour

Adaptive Business Continuity wil een nieuwe wind doen waaien door de BCM wereld. Daartoe gooien ze o.a. de BIA en het risico assessment overboord. Wanneer ik de argumenten lees waarom ze dit doen is me niet duidelijk waarom. Als ik immers de argumenten van de auteurs lees in appendix B (het manifesto) dan staat daar in B.5.1 pag 154 het volgende:

“Adaptive BC discourages a sequential approach. Continuous value, coupled with the core mission of continuous improvements in response and recovery capabilities, leads to the adoption of a nonlinear approach that adjusts to ongoing feedback from all participants. …”.

Het manifesto in https://www.adaptivebcp.org/manifesto.php vermeldt ook dat de zaken steeds complexer worden:

“How long an organization can cope without a particular service will almost always depend on an integrated combination of factors too numerous to identify and too complex to quantify. Moreover, the changes that result from the exact timing and actual impact of a disaster on a service will dictate different judgements about applicable recovery strategies, priorities, and time. Definitive changes to a service’s holistic “ecosystem” cannot be foreknown.”

Dat de problemen steeds complexer worden kan niemand ontkennen. Dat daarom alle oude problemen niet meer voorkomen kan wél worden ontkend. Ik zie daarom ook eens graag terug naar het plaatje van het volledige spectrum van mogelijke disasters. Deze probeerde ik te bespreken in een vorige blog, nl op http://www.emannuel.eu/artikels/resilience-strikt-genomen-disaster-management-red-ants-gray-rhinos-black-swans-de-verhouding-van-bcm-risico-management-rm-en-crisis-management-cm/#comment-285 in vraag 6:

Wanneer ik echter het idee van lineaire kwesties, moeilijke of gecompliceerde kwesties en complexe kwesties er bij haal uit de blog http://www.emannuel.eu/artikels/herhaalt-de-geschiedenis-zich-of-niet/ dan kom ik tot een volgende  figuur:

Het is inderdaad een punt volgens mij dat Traditioneel BCM een lineaire aanpak heeft, uitermate geschikt voor lineaire kwesties en systemen met een (goed) gekende impact en stuksgewijs lineariseerbare systemen uit het gecompliceerde deel van het spectrum. De vraag die mij rest is of dat de argumenten van de auteurs duidelijk genoeg zijn om deze lineaire aanpak opzij te zetten. Daarvoor moet ik negatief antwoorden: de doelstellingen van Adaptive BC zijn niet duidelijk genoeg omschreven om traditioneel BCM hier overboord te gooien. Er worden immers geen argumenten gegeven. Er wordt voor de BIA gewoon doorverwezen naar een artikel van Rainer Hübert, waarvan de auteurs de gedachtengang niet weergeven.

Mutatis mutandis vind ik het argument om het risico assessment te laten vallen een non-argument.

Zij schrijven immers:

“Administering a proper risk assessment and implementing the resulting action items may necessitate deep knowledge of actuarial tables, information security, insurance and fraud, state and federal regulations, seismological and meteorological data, and the law. Typical continuity practitioners do not possess such deep knowledge; those who do are most likely specifically trained as risk managers. Adaptive BC practitioners as such should eliminate the risk assessment from their scope of responsibility.”

Hiermee ga ik niet akkoord: een BC manager hoeft geen expert te zijn in al deze materies. Eerder moet hij/zij kunnen de juiste experten binnen het bedrijf kennen, hun vertrouwen winnen, faciliteren en coachen om tot resultaat te komen. Dan is m.i. het maken van een risico assessment niet hopeloos en niet onbruikbaar. Het beoordelen van een hoop andere beweringen ten nadele van traditioneel BCM laat ik aan de kritiek van de lezers: het is duidelijk dat de auteurs proberen om het traditioneel BCM dood te verklaren om redenen die zij onduidelijk verwoorden.

Is het Adaptive BC voor mij hiermee afgeschreven? Neen, helemaal niet. Omdat ze een antwoord bieden voor kwesties van een ander deel van het spectrum van disasters: mogelijks, mits een stevige fundering, kan hier een oplossing gedistilleerd worden voor moeilijke / gecompliceerde en complexe systemen waar traditioneel BCM volgens mij het moeilijker heeft om een antwoord te bieden als volgt:

Volgens mij is dus de tijd van traditioneel BCM niet voorbij zolang er zich lineaire problemen voordoen. Daarnaast zal Adaptive BC zich verder moeten ontwikkelen tot een meer mature bezigheid, die haar eigen deel van het spectrum van disasters kan opeisen, samen met monitoring, scenario’s bouwen en toekomstscanning. Maar dan naast Traditioneel BCM. Niet in de plaats daarvan.

Er is dus nog werk aan de winkel.

 

China’s New Normal – Hoe China de standaard zet voor innovatie

Auteur: Pascal Coppens

Als een ervaren verteller verhaalt de auteur over wat ik aanvoel als zijn passie: China. En wat voor een verhaal. China stond op vele vlakken achter op het Westen, maar op een vlak niet: de besluitvaardigheid om vanuit het peleton de ‘gap’ met de kopgroep – het Westen – dicht te rijden en toonaangevend te zijn. Daarvoor haalt het alles uit de kast. Én loopt het de nodige (weloverwogen) risico’s.

Een typisch iets voor het hele boek dat opvalt komt naar voor in het voorwoord met een citaat uit een gesprek tussen Henry Kissinger en Zhou Enlai. “What is your opinion on the French Revolution”, vroeg de Amerikaan. De Eerste Minister antwoordde met “It is too early to tell”. Daarmee is een van de ondertonen van het boek gezet. In China denkt men ver vooruit. De overheid maakt er nu al toekomstplannen voor 2121.

De auteur vertelt hoe China achterstond op 8 vlakken waar het volop het Westen aan het voorbij steken is: Security, Media & Entertainment, Retail, Finance & Insurance, Mobility, Manufacturing, Health en Education. Acht maatschappelijke aspecten waar Cyber, Artificiële Intelligentie en Robotica hand in hand gaan om innovatief uit de hoek te komen en marktleider te worden.

Dat dit geen toeval is kan je best geloven, doordat de Chinese overheid inspeelt op de noden van de markt om een gunstig macro-ecosysteem te creëren. Daarbij maakt het nu al plannen om de komende decennia op 10 extra vlakken wereldleider te worden: nieuwe geavanceerde informatietechnologie, automatisatie en robots, ruimte- en luchtvaart, scheepvaart en logistiek, treinverkeer, voertuigen op alternatieve energie, energievoorziening, agricultuurtechnologie, nieuwe materialen, biowetenschappen.

Het westen kan daarop reageren op twee manieren:

  • Het probeert China af te remmen met het te isoleren, waardoor het sterker en onafhankelijker wordt
  • Het werkt samen met de evolutie in China, en probeert op zijn beurt een stuk van de koek mee te pikken van hun markt, zoals het wellicht zelf een serieuze hap uit de koek zal willen op onze markten.

Daartoe geeft de auteur acht denkpatronen mee die in China gangbaar zijn. Kennis waar wij in het westen ons voordeel mee kunnen doen als we ze ons eigen maken. Zeker wat betreft ons zakendoen met China, alsook het leren denken over overmorgen, niet alleen aan morgen.

Laat ons leren denken over de wereld van over zeven generaties. China geeft de pas aan. En die is snel !

De Klimaatparadox

Auteur: Peter van Druenen

In dit essay behandelt de auteur een bijna evenzeer gevoelig als  ethisch moeilijk onderwerp: de mens als grootste vijand van het klimaat, zichzelf en daarbij de wereld.

Er blijkt reeds in het jaar 1972 een “Club van Rome” te zijn samen geweest, bestaande uit ambtenaren en industriëlen, die een voorspellend document de wereld hebben ingestuurd met hun toekomstvisie over de leefbaarheid van de wereld, afhankelijk van vijf verschillende parameters, maar met als belangrijkste de bevolkingsgroei. Later werd deze studie langs alle kanten aangevallen, en tegengesproken. Echter, de feiten laten de grote voorspellende kracht van het document zien.

Het essay behandelt echter nog een ander document. Een soortgelijk document werd reeds opgesteld in 1798, met zelfsoortige maar andere voorspellingen, maar zonder rekening te houden met o.a. de industriële revolutie. Ook daarin stelde de toenmalige auteur, Thomas Robert Malthus, dat de bevolkingstoename het grootste probleem zal zijn, o.a. met de capaciteit van de wereldlijke voedselproductie, die lineair steeg, terwijl de bevolking exponentieel explodeerde.

Deze laatste werd gecontesteerd omwille van de radicale conclusies die hij stelde: doe niet aan medemenselijkheid, zet geen noodhulp op voor door rampen geteisterde gebieden, laat oorlogen gerust gebeuren en doe niet aan voedselhulp. Want al wat je nu doet om goed te doen zal zich later negatief wreken via meer leed wanneer de populatie te groot wordt, en veel meer mensen noodlijdend zullen zijn, ziek, hongersnood kennen en in een oorlogssituatie verkeren. Deze zeer crue standpunten kwamen nota bene van een professionele dominee.

De uiterste reacties op de situatie zijn dus duidelijk niet aan de orde, omdat het een ongemakkelijke waarheid is dat het individuele leven door velen in de bevolking hoger naar waarde geschat wordt dan het overleven van de soort. Institutionele levensbeëindiging is dus – terecht – onbespreekbaar. Een aantal andere maatregelen trekken dan de aandacht. Een daarvan is de geboortebeperking. China heeft ook daarin een grote voorsprong getoond, en daaruit leren we dat de bevolkingsaangroei toch problematisch is voor het klimaat door een grotere levensverwachting van het individu. Geboortebeperking alleen lost het probleem van het klimaat dus niet op.

Inmiddels zijn er tevens een aantal initiatieven om de wereld te redden door haar op te kuisen. Maar de vraag is of dit effectief helpt, gezien het probleem van de stijging van het zeeniveau. Daarom roept de auteur op tot een alternatief: bouw eerst de goede dijken om het droog te houden, werk pas daarna aan de opkuis van de aarde.