Strategic communication in crisis management – Lessons from the Airline Industry

Auteur: Sally J. Ray

De context van vliegtuigcrashes staat als centraal voorbeeld van wat de gewettigdheid van de luchtvaartmaatschappij bedreigt, haar beeld en reputatie, en de financiële situatie. Het heeft de tendens om door te zinderen in heel de sector, waarbij niet enkel de slachtoffers geraakt worden en de luchtvaartmaatschappij, maar ook de stakeholders. De luchtvaartmaatschappij moet dus zijn lange termijn belangen, publiek imago beschermen. Daartoe is een doeltreffend communicatieplan van kritiek belang. Deze kan opgebouwd worden volgens het verloop van een crisis in drie fasen: pre-crisis, crisis en post-crisis. Verder moet men in het achterhoofd houden dat de crisis zich uitstrekt over meer dan enkel de organisatie. Het is een systeem met vele onderling afhankelijke variabelen, waardoor de focus op slechts een deel van het systeem limiterend werkt op ons begrip van de crisis en de communicatie daarbij.

Bij een vliegtuigcrash lokt het proberen begrijpen van de nodige communicatie een aantal vragen op: welke factoren beïnvloeden de communicatie? Hoe bakenen deze factoren de grenzen van de inspanningen van de organisatie af om de reputatieschade te herstellen en de crisis op te lossen? Welke communicatiestrategieën zijn het doeltreffendst? Welke variabelen beïnvloeden die doeltreffendheid? Hoe kan een organisatie zich voorbereiden voor het managen van de crisiscommunicatie?

Om effectief de effecten van een crisis aan te pakken moeten managers de aard ervan begrijpen, de managementvoorschriften en de implicaties van juiste en foute communicatie. Dit levert een gevoel van voorspelbaarheid en verwachtingen, wanneer een crisis optreedt.

Doorheen het verhaal worden theorie en praktijk met elkaar verweven. De praktijk bestaat uit een aantal uitgesponnen cases van vliegtuigcrashes, waarbij de communicatie op een “scrutinizing” manier ontleedt wordt, waarbij telkens een aantal glasheldere lessen geïdentificeerd worden.

De zes belangrijkste lessen van de strategische communicatie in crisismanagement vanuit de luchtvaartsector zijn wellicht:

  • Een sleutel voor effectief crisismanagement is de ontwikkeling van een verantwoordelijk-voelende organisatiecultuur die veiligheid naar waarde schat en gevoelig is t.a.v. de gevaren van haar operationele werking.
  • Crisissen plannen reduceert voor een deel de onzekerheid geassocieerd met het managen van een crisis; echter, crisismanagers moeten anticiperen met/op de uitdagingen van het toepassen van een rationeel plan op een irrationele situatie. Daarvoor is een 360° kijk nodig: mensen met een verschillende achtergrond, opleiding en interesses moeten aangeworven worden of men moet heel veel opleiding en training voorzien.
  • Een organisatie in crisis moet van bij het begin communiceren dat het de teugels in handen heeft en bezorgd is over de situatie.
  • Een organisatie moet gevoelig zijn t.a.v. de stakeholder percepties van de acties en reacties van de organisatie tijdens de crisis.
  • De media-aandacht bepaalt de ernst, betekenis en de richting van de crisis en spiegelt zich direct af op de organisatie haar imago; daarom moeten crisismanagers een zeer goed begrip hebben van de journalistieke processen bij het verslaan van een crisis.
  • Wanneer een organisatie haar positie of imago verdedigt, moet haar strategische communicatiekeuze bepaald worden tegen de achtergrond van deze unieke crisissituatie.

Crisis Communication Planning – A Guide to Dealing with the Media during a Crisis

Auteur: Tim Herrera

De kern van crisiscommunicatie wordt door de auteur verteld aan de hand van lijstjes. Hij begint zijn verhaal met een zoektocht naar een definitie van crisis. Over welke types crisissen die de organisatie kunnen raken gaat het hier? De voorbeelden die hij geeft zijn allemaal te klasseren als tamme crisissen:

  • Ongeluk / overlijden
  • Misdaad
  • Natuurlijke ramp
  • Medewerker zijn/haar wangedrag
  • Financiële problemen
  • Protestacties
  • Product recall

Het grote advies is om van tevoren te plannen voor het geval dat een crisis plaatsgrijpt. Dat doe je door:

  • Noodplannen te maken van tevoren
  • Een crisis management team te creëren
  • Een strategisch communicatieplan te creëren
  • Een woordvoerder aan te duiden
  • Sleutelboodschappen te creëren
  • De beste communicatiekanalen te bepalen
  • Nooit te spreken over dingen waar je niets van kent
  • Eerlijk te zijn en open
  • Te leren relaxeren
  • De belanghebbenden te bepalen, en geïnteresseerde partijen te aanvaarden
  • Een reactie checklist op te stellen
  • Te bepalen wat de media kunnen vragen gedurende een crisis
  • Een crisis meeting agenda vooraf te bepalen
  • Te bepalen of je hulp van buitenaf zal nodig hebben.

Belangrijk in het werk van het incident management team is dat het complementair is aan de werking van het media response plan. Het is best een stel verantwoordelijken / vrijwilligers te hebben die snel kunnen samengeroepen worden. De woordvoerder kan dan met hen samenwerken om de informatie te verspreiden waar nodig.

Vragen die je moet beantwoorden bij het opstellen van het strategisch communicatieplan zijn:

  • Waarover gaat de kwestie?
  • Wat is de oplossing?
  • Wie kan helpen verandering te creëren?
  • Wie moet er gemobiliseerd worden?

Deze vragen zijn ongeacht je op korte of lange termijn werkt, de antwoorden bepalen wel wat hiervan het wordt.

Als je deze vragen beatwoord hebt, antwoord dan in een enkele zin “waarover dit allemaal gaat”. Wat wil je dat mensen onthouden van hoe je deze crisis afhandelt? Blijf bij de kern van die boodschappen en bouw daarop verder.

Bepaal ook de “machthebbers” in de gemeenschap: dat kunnen studenten zijn, politieke leiders, wetgevers, businessmensen, ouders… en hou hen in gedachten bij het creëren van de boodschap. Dat geldt niet enkel in tijden van crisis.

Wat ook niet mag vergeten worden op het einde, maar ook tijdens het afhandelen van de crisis en de crisiscommunicatie is een evaluatie: hoe je zal bepalen of het plan werkte in een crisis of niet. Of het plan geslaagd is. Dit geeft opportuniteiten aan om het plan aan te passen maar ook om de business aan te passen.

En verder is een belangrijk gegeven: tijdens een crisis is het blijven reageren en communiceren van levensbelang.

De onmiddellijke taken van de woordvoerder en het CCT zijn:

  1. Eerste alarm
  2. Verzamel de feiten
  3. Verifieer de informatie en hou de informatie up to date
  4. Bereid de media voor (oproepen en bezoeken)
  5. Maak je klaar voor ontvangst van reporters.
  6. Opvolging van de media en lopende relaties

 

De kracht van Story telling

Auteur: Carmine Gallo

In dit boek doet de auteur de geheimen uit de doeken van de beste verhalenvertellers. Elk van hen heeft zijn eigen succesverhaal. Maar hoe doen ze het? De lezers van het boek “Spreek als TED” hebben een sterk vervolg in dit boek, waar meer geheimen worden blootgelegd. Ik neem dit boek op in mijn literatuurlijst omdat het vertellen van verhalen voor iedereen op elk niveau in elke organisatie relevant is of zou moeten gemaakt worden.

Volgens de auteur zijn er 5 soorten verhalenvertellers:

1° Verhalenvertellers die ons innerlijke vuur aanwakkeren.

2° Verhalenvertellers die ons iets leren.

3° Verhalenvertellers die dingen eenvoudiger maken.

4° Verhalenvertellers die ons motiveren.

5° Verhalenvertellers die bewegingen in gang zetten.

Van elk van deze groepen van verhalenvertellers maakt de auteur een analyse hoe ze het verhaal doen aan de hand van illustere illustratieve voorbeelden. Ik geef hier een korte samenvatting van de “lessons identified”.

1° Verhalenvertellers die ons innerlijke vuur aanwakkeren.

  • Laat je passie bovendrijven en deel het
  • De vraag is: “Waarvan gaat je hart sneller kloppen?”.
  • Onbuigzaam optimisme: zie een faling als een les om aan je verhaal-techniek te schaven.
  • Geloof in de kracht van je idee.
  • Oefen ! Door te oefenen vorm je jezelf.
  • Geloof in jezelf. Als je niet gelooft in jezelf gooi je et kind met het badwater weg.
  • Vertel je verhaal persoonlijk.
  • Breng een spanningsboog in je verhaal.
  • Ga lastige onderwerpen niet uit de weg. Zij bouwen een emotionele band met het publiek.
  • Gebruik in je verhaal de techniek van de driedelige verhalen (bijv. trigger, transformatie en levensles)
  • Put uit je ervaring of uit een gebeurtenis die aanleiding was voor je ambitie tot het onderdeel wordt van de folklore van je organisatie.
  • Gebruik een hoger doel, een hogere missie, in je verhaal als motivator.
  • Gebruik soms volgende drie stappen (Peter Guber):
    • Trek de aandacht met een vraag of onverwachte uitdaging
    • Zorg voor een emotionele ervaring door een verhaal over de strijd die er uiteindelijk voor zorgt dat je de uitdaging aankunt
    • Prikkel je verhaal met een ‘call to action’.

2° Verhalenvertellers die ons iets leren.

  • Feiten en getallen zijn leuk en belangrijk, maar hebben zelden een plaats in een verhaal of een pitch. Je moet de mensen niet raken in hun hoofd maar in hun hart.
  • 65 % van je inhoud moet bestaan uit verhalen. Het wekt vertrouwen en creëert een diepere emotionele band met de toehoorders.
  • Doorbreek verwachte patronen op een positieve, choquerende of verrassende manier. Bijv. Bill Gates die muggen losliet in een zaal bij een TED talk. Draai niet je oude vertrouwde verhaal af.
  • Gebruik analogieën. Daarmee kan je bruggen slagen over informatie en concepten heen waar anderen geen kennis van hebben.
  • Gebruik geen statistieken of vakjargon.
  • Vertel over het probleem dat je had, en hoe je het hebt opgelost. Gebruik specifieke, concrete en relevante details.
  • Vertel een verhaal waarin de klant zich herkent.
  • Een merk is niet een enkel verhaal. Deel het podium met de goede verhalenvertellers van je organisatie. Iedereen heeft een verhaal.
  • Humor is een krachtig emotioneel geladen gebeurtenis. Daarom gebruik je het best vlak voor een moment dat je wil dat de luisteraar onthoudt. Het wordt gevolgd door ingespannen luisteren. Het verhoogt de effectieve overdracht van de boodschap nadien.
  • Weet waar je het over hebt en wees trouw aan je merk.
  • Twitter, Facebook, Vine en Instagram zijn bedoeld om net genoeg informatie achter te laten om aandacht te trekken naar de rest van je content.
  • Onze hersenen zijn ingesteld op verhalen, niet op abstracte zaken.
  • Het gevoel dat je mensen geeft is belangrijk om gedrag bij te sturen.
  • Overtref de verwachtingen. Zet de puntjes op de ‘i’.

3° Verhalenvertellers die dingen eenvoudiger maken.

  • Als je iets niet op de achterkant van een envelop duidelijk kunt maken, is het een slecht idee.
  • Een goed verhaal begint met een goede kop die het idee en de boodschap dadelijk duidelijk maken.
  • Zeg wat je bedoelt en bedoel wat je zegt en gebruik bij voorkeur (slechts) een paar weloverwogen woorden.
  • Gebruik de regel van drie. Het geeft structuur, eenvoud en actie.
  • Gebruik eenvoudige en toegankelijke taal zodat studenten uit de lagere school het kunnen begrijpen.
  • Gebruik video. Voer er een gesprek met de kijker mee.
  • Gebruik beeldmateriaal, en minder, steeds minder tekst om een presentatie een levendig beeld met gevoel te geven.
  • Introduceer helden en schurken om het verhaal eenvoudig te houden.
  • Hou het bij de belangrijkste zaken die iedereen kan begrijpen.
  • Vereenvoudig elke complexiteit.
  • Oefen een pitch zolang tot hij boeiend wordt en is in 60 seconden.

4° Verhalenvertellers die ons motiveren.

  • Je hebt een worsteling nodig om een schurk te laten overwinnen door de held. De worsteling is een ereteken.
  • Geloof nooit het verhaal van “DNA voor succes hebben of niet hebben”.
  • Motiveer anderen om groter te dromen en om alles te bereiken waar we toe in staat zijn.
  • Sla geen stenen kapot, werk niet voor een inkomen maar bouw een kathedraal.
  • Schets met verhalen een beeld achter de missie en visie van de organisatie.
  • Gebruik verhalen om cultuur te maken. Passioneer uw mensen er mee. Laat de medewerkers inzien dat zij de held zijn in hun eigen verhaal met de klant. Deel hun verhalen. Zet het in de kijker.
  • Inspireer met verhalen over tegenslag, verdriet en overwinning. Gebruik spanning en triomf.
  • Deel in de lessen uit het verleden met anderen. Toch die dat je kracht gaven. Waardeer en bescherm je afkomst.
  • Spreek over echte personen die ontberingen hebben doorstaan. Het zet een emotioneel hart in vuur en vlam.
  • Gebruik specifieke, levendige, tastbare en concrete details

5° Verhalenvertellers die bewegingen in gang zetten.

  • Gebruik korte woorden en korte zinnen en een minimum aan woorden.
  • Gebruik metaforen en anaforen.
  • Gebruik spanning en triomf om het publiek zich te laten inleven.
  • Gebruik geen eindeloze opsomming van feiten en cijfers en andere informatie. Gebruik feiten om te overtuigen in balans met een reis naar een andere tijd en plaats dmv een presentatie.
  • Zet de toehoorders in de schoenen van de held. Geef hen het gevoel dat ze de uitkomst mee kunnen bepalen.
  • Maak het verhaal groots.
  • Technologie vult een verhaal aan, maar het verhaal komt op de eerste plaats.

 

Een laatste toevoeging die ik zou willen doen is het volgende: ga geen opportuniteit uit de weg om je verteltechniek aan te scherpen.

Good Practice Guidelines – 2018 Edition – The Global guide to good practice in business continuity

Published by The Business Continuity Institute

Deze editie van de GPG verschilt volgens eigen zeggen op tal van manieren van de editie van 2013. Enkele hiervan die zijn bijgebleven zijn:

  • Meer samenwerken van de BCM-medewerkers met andere medewerkers in andere management disciplines.
  • Supply chain werd meer geïntegreerd verwerkt in het verhaal.
  • Er worden meer linken gelegd naar ISO-normen.
  • Risico-assessment heeft aan belang gewonnen.

Er zijn ook andere zaken die wijzigden, die opvielen:

  • Doorheen het werk wordt regelmatig de link gelegd naar informatieveiligheid, echter zonder te verwijzen naar de ISO 27K-reeks.
  • De BIA is nog steeds een 4-eenheid, maar het verplichtend karakter is gewijzigd naar “gebruik wat je nodig hebt”
  • Er is een onderscheid gemaakt tussen crisismanagement en incident management.
  • Er is een betere uitleg bij strategische, tactische en operationele plannen ten tijde van crisis. Echter zonder daarbij te vermelden dat ook daar de keuze belangrijk is in functie van wat men nodig heeft. Dit stuk bleef theoretisch scherp gescheiden.
  • Er staat her en der een mooie tabel met meer uitleg van wat er bedoeld wordt, zoals bijvoorbeeld de tabel met specifieke kern competenties en management skills die nodig zijn bij de BCM verantwoordelijke, opgesplitst volgens de 6 professional praktijken.

In het boekwerk is uitgebreid aandacht geschonken aan PP6: ‘Validation’. Het oefenen en valideren van de werking van het BC-programma van de organisatie is zeer belangrijk als sluitsteen van de cyclus naar de doorstart ervan.

Samengevat kunnen we stellen dat het boekwerk van belang is voor de beginners in BCM, maar ook de gevorderden als naslagwerk.

Wat ik persoonlijk spijtig vind dat ontbreekt is een literatuuropgave bij elk hoofdstuk. Voor verdere lectuur heb ik het gevoel dat de geïnteresseerde partijen wat in de steek gelaten worden. Maar dan is daar de URL van ‘The Business Continuity Institute’ waar men meer informatie kan vinden. (www.thebci.org)

Crisisbeheer in Zorgorganisaties – De gouden driehoek van operaties, beleid en communicatie

Auteurs: Stijn Pieters en Hugo Marynissen

De auteurs schreven dit boek vanuit een nood in en vraag uit de zorgsector. Daarbij gaan ze ongeveer uit van het idee dat hét boek van crisismanagement nog niet geschreven is, en wellicht nooit geschreven zal kunnen worden. (Nigel Lightfoot)

In de epiloog geven de auteurs enkele psychologische reflecties op crisisbeheer, en het feit dat het hier vaak een mentale uitputtingsslag betreft. En hoe angst, hebzucht en kuddegedrag kunnen voorkomen in een crisis. Maar ook het feit dat je moet weten hoe iedereen denkt over crisisbeheer, en een crisis anders percipieert. Velen zien hun job in de zorgsector als een aaneenschakeling van vele persoonlijke crisissen.  Tevens motiveren ze dat gedetailleerde plannen niet goed werken. Van daaruit gaan ze verder in het boek met wat echt telt: een aanpak eerder dan een gedetailleerd plan: een aanpak met de zogenaamde gouden driehoek die bestaat uit het Beleid (het zijn CMT: Crisis Management Team), de Operaties (met haar CRT: Crisis Respons Team) en de Communicatie (met haar CCT: Crisis Communicatie Team). Wat is hiervan bijgebleven?

Hoofdstuk 1 opent met een sterk pleidooi voor het hebben van liaisons, wellicht vanwege het belang van een optimale doorstroming van informatie tijdens het beheer van een crisis. Daarbij moet echter steeds voor ogen gehouden worden dat niemand uit de crisisteams er in kan slagen om een totaalbeeld te hebben. Voortdurend inschatten van de situatie is dus een must. Dat moet iedereen doen in de gouden driehoek, ten behoeve van zijn eigen team en de andere. Belangrijk tevens hier is de schaalbaarheid van het crisisorganigram. Binnen dit organigram moet er een enkele SPOC aanwezig zijn voor de buitenwereld. Verder vertelt het hoofdstuk naar het einde toe over het taak-denken en het rol-denken. Het blijkt dat mensen minder kritisch worden en minder creatief als ze zich op slechts één rol moeten focussen. Het hoofdstuk komt tenslotte uit bij de IBOBBO cyclus van voormalig Antwerps brandweercommandant Chris Addiers en het feit dat oefening noodzakelijk is. Dit zijn allemaal aspecten die van belang zijn bij de samenwerking van de teams binnen de gouden driehoek.

Hoofdstuk twee vertelt over het team van de operaties op het terrein. Daarbij geven de auteurs een doorgedreven verhaal van de vijf disciplines en hun verantwoordelijkheden. Begrippen die hierbij belangrijk zijn, zijn o.a. het motorkapoverleg, de perimeters, commandopost operaties. Hieruit moeten we tevens onthouden dat dit het team is dat werkt op het hoogste tempo. Zij moeten immers de problematiek aan de bron oplossen. Een uitgesproken flexibiliteit is daarbij strikt noodzakelijk.

Hoofdstuk drie heeft het over het beleidsteam. Dit zijn de strategen van de crisiswerking, en zij moeten zich focussen op de halflange en lange termijn, waarbij ze moeten kunnen refereren aan de visie en de waarden. Tevens is voor hen de pareto-regel van belang: probeer niet te streven naar 100% resultaat, maar bereik 80% met 20% inspanning. Dit wordt gekoppeld aan de essentie van wendbaarheid, via vier wendbaarheidsvoorwaarden. Het CMT moet echter tevens zeer sterk opletten om niet in de klassieke val te trappen van zich teveel te willen moeien met de taken van het CRT. Dit is de meest frequente fout.

Hoofdstuk vier vertelt over het crisiscommunicatieteam. Daarbij gelden eveneens een aantal regels die je kan volgen, waarbij snelheid en correctheid primeren boven volledigheid. Dit om een informatievacuüm te helpen voorkomen of bestrijden. Door zelf als eerste naar buiten te komen wordt je organisatie bovendien gepercipieerd als een betrouwbare bron. Ook het CCT heeft haar eigen cyclus: het werkproces crisiscommunicatie (WPCC); dit werd in het leven geroepen om de tegenstellingen perceptie vs realiteit en geen informatie vs de toenemende vraag er naar met elkaar te verzoenen. Het doel hierbij is om de angst en onzekerheid bij de burgers weg te nemen die voortvloeit uit de crisissituatie.

Het boek sluit af met een epiloog. Daarbij beginnen ze met een citaat van Dwight D. Eisenhower: “Plans are useless, but planning is indispensable”. Dit vat samen dat de wereld niet ideaal is, en dat mensen fouten maken. Er zijn meerdere redenen waarom mensen fouten maken, maar de belangrijkste voor dit boek is wellicht dat crisismanagement niet strookt met het ‘gewoon’ management. De werkprocessen daarvan liggen helemaal anders. Een oplossing die kan helpen is om IBOBBO te incorporeren in de dagelijkse werking. Maar ook dan zullen tijdens een crisis de meeste medewerkers terugvallen op hun eigen waarden en normen, en niet die van de organisatie. De laatste noot laten de auteurs horen met een oproep van oefenen. Übung macht den Meister !