Feitenkennis

Auteur: Hans Rosling met Ola Rosling en Anna Rosling

In dit boek vertelt de auteur over indicatoren over de wereld. Hij stelt daarbij de volgende dertien vragen als multiple choice:

  1. Hoeveel meisjes in de lage-inkomenslanden maken de basisschool af ? 20%, 40% of 60% ?
  2. Waar woont het grootste deel van de wereldbevolking? In lage-inkomenslanden, in midden-inkomenslanden of in hoge inkomenslanden?
  3. De afgelopen 20 jaar is het deel van de wereldbevolking dat in extreme armoede leeft… bijna verdubbeld, ongeveer gelijk gebleven of bijna gehalveerd?
  4. Wat is nu de gemiddelde levensverwachting in de wereld? 50 jaar, 60 jaar of 70 jaar?
  5. Er zijn nu 2 miljard kinderen van 0 tot <15 jaar op de wereld. Hoeveel kinderen zullen er zijn volgens de Verenigde Naties in het jaar 2100 zijn? 4 miljard, 3 miljard of 2 miljard?
  6. Volgens de voorspelling van de VN is de wereldbevolking in 2100 nog eens met 4 miljard toegenomen. Wat is daavan de belangrijkste oorzaak? Meer kinderen onder de 15, meer volwassenen tussen 15 en 74, of meer oude mensen van 75 en ouder?
  7. Hoe is de afgelopen 100 jaar het aantal mensen dat per jaar omkomt door natuurrampen veranderd? Meer dan verdubbeld, ongeveer hetzelfde of afgenomen tot minder dan de helft?
  8. Er zijn nu zo’n 7 miljard mensen op de wereld. Waar wonen hoeveel mensen? Amerika’s-Europa-Afrika-Azie: 1-1-1-4, 1-1-2-3, 2-1-1-3 miljard mensen?
  9. Hoeveel eenjarige kinderen in de wereld zijn nu ingeënt tegen een ziekte? 20%, 50% of 80%?
  10. Wereldwijd hebben dertigjarige mannen gemiddeld 10 jaar op school gezeten. Hoeveel jaar hebben vrouwen van die leeftijd gemiddeld op school gezeten? 9 jaar, 6 jaar of 3 jaar ?
  11. In 1996 stonden tijgers, reuzenpanda’s en zwarte neushoorns op de lijst van bedreigde diersoorten. Welke van deze drie soorten worden nu nog ernstiger bedreigd? 2 van de 3, 1 van de 3 of geen van de 3?
  12. Hoeveel mensen op de wereld hebben enige toegang tot elektriciteit? 20%, 50% of 80%?
  13. Klimaatexperts over de hele wereld denken dat de gemiddelde temperatuur in de komende 100 jaar zal – toenemen, hetzelfde blijven of afnemen?

Deze dertien vragen worden volgens een gedachtenexperiment beter beantwoord door chimpansees met gemerkte bananen. Zelfs mensen die zichzelf expert noemen in een vakgebied, antwoorden in grote getale fout op vragen over aangrenzende vakgebieden. Ook de grote leiders van de wereld geven systematisch foute antwoorden. De vraag is waarom. Want dat is de vraag die tot een verandering kan leiden. Het blijkt dat wij mensen in elkaar zitten met minstens 10 instincten die ons hinderen. 10 is een groot getal. Welke zijn dat dan? Dat wordt uitgelegd in evenzoveel hoofdstukken, rijkelijk doorspekt met voorbeelden en gebeurtenissen uit zijn eigen leven en in de wereld.

  1. Het kloofinstinct: het instinct dat een beeld schetst van twee afzonderlijke groepen met een kloof er tussen. Om het in bedwang te houden ga je best op zoek naar de meerderheid. In deze situatie moet je oppassen voor het vergelijken van gemiddelden, uitersten,… en let op voor een blik van bovenaf want dat vertekent het uitzicht.
  2. Het negativiteitsinstinct: negatief nieuws bereikt ons veel gemakkelijker want positieve dingen hebben te weinig nieuwswaarde. Om het in bedwang te houden reken je best op slecht nieuws. Onthoud ook dat iets dat beter gaat misschien nog niet goed gaat. Het verleden wordt dikwijls in een roze vertekend beeld weergegeven.
  3. Het rechte-lijninstinct: Vaak denken we verder in termen van lineaire extrapolaties. De lijn rechtdoor verder trekken zeg maar. Bedenk echter dat de meeste lijnen geen rechten zijn. Ga dus best niet zomaar uit van een rechte lijn.
  4. Het angstinstinct: Angstaanjagende dingen zijn vaak niet de gevaarlijkste dingen. Bereken de risico’s. De wereld lijkt eng omdat de enge berichten beter worden doorgegeven. Neem geen besluiten wanneer je angstig bent.
  5. Het grootte-instinct: wanneer een apart cijfer wordt opgegeven vergelijk je het best met andere getallen binnen de context. Kijk naar de verhoudingen. Die hebben meer betekenis. Gebruik de 80/20 regel wanneer je een lange lijst krijgt. Neem de grootste onderwerpen eerst op.
  6. Het generalisatie-instinct: het werken met conclusies op basis van categorieën. Dit kan misleidend zijn. Zoek daarom naar verschillen binnen groepen, naar overeenkomsten tussen groepen, verschillen tussen groepen. Pas op voor ‘de meerderheid’. Dat kan ook wel eens maar 51% zijn. Pas op voor voorbeelden als je niet weet of ze de regel zijn of de uitzondering. Ga uit van het idee dat andere mensen ook slim zijn.
  7. Het lotsinstinct: Weet dat iets niet constant is als het maar traag verandert. Want dat is ook verandering. Volg de kleine wijzigingen op de voet. Op lange termijn zijn het grote wijzigingen. Zorg dat je kennis niet outdated geraakt. Praat met je opa om te weten wat er veranderd is. Laat cultuur zich vernieuwen.
  8. Het eenperspectiefinstinct: één perspectief hebben kan je fantasie beperken. Zoek een 360° blik op zaken. Laat mensen die het niet met je eens zijn je ideeën testen. Wees eerlijk met jezelf over wat je niet weet. Sta open voor ideeën uit andere vakgebieden. Zorg voor facts naast de figures. Ga niet door op (te) simpele ideeën en (te) simpele oplossingen.
  9. Het zondebokinstinct: Als iemand de schuld krijgt gaat de aandacht weg van andere aspecten. Wijs daarom niet met een vinger maar zoek oplossingen. Zoek de oorzaak zonder de schuldige te zoeken. Zoek naar de systemische achtergrond. Als je geen schurken zoekt heb je ook geen helden nodig.
  10. Het urgentie-instinct: Een dringend besluit nodig hebben is vaak onterecht. Maak een stappenplan met kleine stapjes om verbeteringen aan te brengen. Voor je er aan begint haal je eens diep adem. Vraag de data op van de feiten. Let op voor waarzeggers. Hun uitspraken gaan over de toekomst en hebben dus een grote onzekerheid. Ga niet te snel te werk. Vraag je af wat de gevolgen en de neveneffecten zullen zijn.

 

Cyber Crime en Cyber War

Auteur: Marc Goodman

De auteur geeft in dit boek een rondleiding in een wereld die 24/7/365 on line is. Het gaat over een nieuw verhaal van wat er allemaal kan misgaan. En het is geen oude wijn in nieuwe zakken. Het zijn allemaal nieuwe misdaad mogelijkheden. Wie is er potentiële klant? Jij ! Wat is er een potentieel product dat verhandeld wordt in de misdaadwereld? Ook jij ! Waarom? Omdat je een laptop of een smartphone hebt, of een kredietkaart, bijvoorbeeld. Of een e-mail adres. Alles aan ons is interessant. Alles kan verkocht worden. Alles kan geld opbrengen in een of andere misdadige context. Wie kan ons verdedigen? Wijzelf moeten dat doen !

Dat is zeer kort verteld waar het over gaat.

Nu even breder verteld.

Hoofdstuk 1 begint met een nare ervaring van Mat Honan. Hij werd gehackt door een tiener, grotendeels voor de lol. Maar de schade was enorm. Ook de impact van de eerste virussen op de wereld wordt geschetst. En het feit dat burgers denken dat ze veilig zijn, terwijl de wereld vertrouwt op achterophinkende veiligheidssoftware. De invloed op de beurs is er regelmatig en is enorm. En toch draait de wereld verder alsof er niets aan de hand is.

Hoofdstuk 2 maakt duidelijk dat niet alleen computers het doelwit hoeven te zijn. De beveiliging van openbare infrastructuur is zó slecht dat een veertienjarige puber een volledig netwerk van de tramlijnen in de Poolse stad Lódz kon hacken met een zelfgebouwde infrarood afstandsbediening.

Strikt genomen zijn de meeste informatienetwerken niet van betere kwaliteit qua beveiliging. De burger is dus niet veilig. Wat kan met tramlijnen kan met scada systemen van waterzuiveringsinstallaties, elektriciteitscentrales enz.  En leuk is te weten dat alle nodige kennis voor deze en vele andere misdrijven te vinden zijn op het internet. Daar vind je ook boeken zoals The Mujahideen Poisons Handbook en de dikke Encyclopedia of Jihad. Maar niet enkel kinderen en pubers zijn crimineel op internet, ook het misdaadmilieu maar ook natiestaten spelen een belangrijke rol.

Hoofdstuk 3 maakt duidelijk dat de wettelozen de wet van Moore aan hun kant hebben. Omdat zij uitkiezen waar ze aanvallen en wanneer, kunnen ze de exponentiële groei van technologie maximaal benutten, terwijl de verdedigingslinie alles moet beveiligen, waardoor in het beste geval een lineaire groei mogelijk is.

Daarmee komt de auteur in hoofdstuk 4 op een ander punt: de “brave mensen” zijn veelal geen klant, maar een product ten voordele van het misdadig milieu. Omdat ze een ziekte hebben, of een e-mail adres, of een kredietkaart, of een auto, of een job, of een smartphone, of een kind zijn, enz…

En de misdaad is niet ver te zoeken, sociale media organisaties zoals facebook en Google of hotmail maken soms fouten met betrekking tot het vertrouwen dat hun klanten in hun stellen. Dat doen ze door hun diensten zoals webmail, chat, opslagruimte enz zogenaamd gratis aan te bieden. Maar in werkelijkheid worden zij eigenaars van de data die de mensen er op zetten, en kunnen die verhandelen. Waarom kunnen ze dat? Niemand leest de gebruiksvoorwaarden voordat ze die ondertekenen. Deze voorwaarden worden trouwens zo geschreven en geformatteerd dat ze haast onleesbaar zijn.

Alle hoofdstukken hier vertellen zou ons te ver leiden. Maar wat kan je nog verwachten in het boek?

Misdaad gebeurt op het deep web. Daarvoor kan je een TOR installeren op je PC. Daarmee kan je de gekste dingen aankopen via de juiste sociale media aldaar: wapens, drugs, kinderporno, malware op maat, huurmoordenaars, afpersing, …

Maar de vraag is dan ook, “Wat zijn nu eigenlijk de toekomstige misdaden? Want dit kennen we allemaal al de dag van vandaag”.

Wel, wat dacht je van misdaad op maat van je DNA? Biosynth misdrijven zoals virussen die op maat van uw DNA gemaakt zijn, en enkel u of bijna enkel u uitschakelen.

En wat dacht je van Internet gestuurde terreuraanslagen, die op termijn eventueel gebruik gaan maken van artificiële intelligentie? Of de dreiging die uitgaat van het samengaan van robotica en algemene artificiële intelligentie?

En wat dacht je van het hacken van uw domotica? Want ook zogenaamde kruimeldieven moeten met hun tijd mee. En ijskasten die aangeven dat de melk op is, en een bestelling plaatsen. Auto’s zonder bestuurder.

Of van planten die ’s nachts licht geven? Of eencelligen die geherprogrammeerd worden om drugs te maken. Of DNA-technologie die gebruikt wordt voor opslag van gegevens.

Het probleem van technologie is dus dat het een tweesnijdend zwaard is. Enerzijds kan het voor de mensheid een zegen zijn, maar anderzijds is het een vloek, eens in de handen van de misdaad. En de misdaad zit steeds op de eerste rij om er toepassingen voor te vinden, terwijl de overheden vaak op de laatste rij zitten.

In een van de laatste hoofdstukken legt de auteur een belangrijke verantwoordelijkheid bij de burger. Die mag niet verwachten dat de overheid tegen alles kan bescherming bieden. Dat is niet realistisch. Daarom moeten deze twee laatste partijen de handen in elkaar slaan. Crowdsourcing en gamificatie kunnen daarbij een rol krijgen.

De Klimaatparadox

Auteur: Peter van Druenen

In dit essay behandelt de auteur een bijna evenzeer gevoelig als  ethisch moeilijk onderwerp: de mens als grootste vijand van het klimaat, zichzelf en daarbij de wereld.

Er blijkt reeds in het jaar 1972 een “Club van Rome” te zijn samen geweest, bestaande uit ambtenaren en industriëlen, die een voorspellend document de wereld hebben ingestuurd met hun toekomstvisie over de leefbaarheid van de wereld, afhankelijk van vijf verschillende parameters, maar met als belangrijkste de bevolkingsgroei. Later werd deze studie langs alle kanten aangevallen, en tegengesproken. Echter, de feiten laten de grote voorspellende kracht van het document zien.

Het essay behandelt echter nog een ander document. Een soortgelijk document werd reeds opgesteld in 1798, met zelfsoortige maar andere voorspellingen, maar zonder rekening te houden met o.a. de industriële revolutie. Ook daarin stelde de toenmalige auteur, Thomas Robert Malthus, dat de bevolkingstoename het grootste probleem zal zijn, o.a. met de capaciteit van de wereldlijke voedselproductie, die lineair steeg, terwijl de bevolking exponentieel explodeerde.

Deze laatste werd gecontesteerd omwille van de radicale conclusies die hij stelde: doe niet aan medemenselijkheid, zet geen noodhulp op voor door rampen geteisterde gebieden, laat oorlogen gerust gebeuren en doe niet aan voedselhulp. Want al wat je nu doet om goed te doen zal zich later negatief wreken via meer leed wanneer de populatie te groot wordt, en veel meer mensen noodlijdend zullen zijn, ziek, hongersnood kennen en in een oorlogssituatie verkeren. Deze zeer crue standpunten kwamen nota bene van een professionele dominee.

De uiterste reacties op de situatie zijn dus duidelijk niet aan de orde, omdat het een ongemakkelijke waarheid is dat het individuele leven door velen in de bevolking hoger naar waarde geschat wordt dan het overleven van de soort. Institutionele levensbeëindiging is dus – terecht – onbespreekbaar. Een aantal andere maatregelen trekken dan de aandacht. Een daarvan is de geboortebeperking. China heeft ook daarin een grote voorsprong getoond, en daaruit leren we dat de bevolkingsaangroei toch problematisch is voor het klimaat door een grotere levensverwachting van het individu. Geboortebeperking alleen lost het probleem van het klimaat dus niet op.

Inmiddels zijn er tevens een aantal initiatieven om de wereld te redden door haar op te kuisen. Maar de vraag is of dit effectief helpt, gezien het probleem van de stijging van het zeeniveau. Daarom roept de auteur op tot een alternatief: bouw eerst de goede dijken om het droog te houden, werk pas daarna aan de opkuis van de aarde.

Dagboek van een kaping – 71 dagen in handen van Somalische piraten

Auteur: James Law

Dit boek werd door de auteur geschreven als een dagboek. Het vertelt het persoonlijke verhaal van een van de bemanningsleden, James Law, van de Pompei.

Het boek kan vanuit velerlei standpunten gelezen worden, en werd dit ook: als verslag van de kaping door juridische instanties, als getuigenis van een misdaad, als een herinnering, bijna als een roman.

Maar er kunnen, voor de scheepvaartsector, ook lessons identified in terug gevonden worden. M.a.w. do’s en don’ts  als je gekaapt wordt door piraten. Dit is geen verhaal dat kan afgedaan worden als ver van ons bed: dagelijks nog steeds zijn Somalische piraten op jacht naar hun prooien.

Maar wat zijn nu de lessons identified? Misschien voor alles de mentale en fysieke eis: zie dat je overleeft. Daar kunnen een aantal zaken bij helpen:

  • Wind je niet op in het nabij zijn van de piraten. Wees onderdanig en maak geen punt van je persoonlijke bezittingen. Hou je woede en andere emoties onder controle t.a.v. de piraten.
  • Hou een dagboek bij indien mogelijk. Schrijf dagelijks de dingen van de dag op een zo observerende manier als mogelijk van je af.
  • Zorg voor een goede kok aan boord. De kok kan de echte held zijn, omdat gezond en goed voedsel van uitermate belang zijn voor een sterke moraal.
  • Behoud de persoonlijke hygiëne.
  • Wees beleefd en vriendelijk tegen de piraten. Speel komedie als het moet.
  • Hou je zo veel als mogelijk nuttig bezig. De auteur van het boek deed dit o.a. door het opkuisen van de keuken. Beweeg wanneer mogelijk.
  • Vernietig geen bewijsmateriaal indien mogelijk, zeker niet op het einde van de rit bij de vrijlating, vanwege de nood aan een forensisch onderzoek.
  • Zorg voor ontspanning aan boord: neem veel boeken, gezelschapspelen, fitnessgerief en films mee aan boord.
  • Leer elkaar kennen, zodat een transparante communicatie onder de bemanningsleden doorheen de situatie vlot mogelijk is. Speel geen “geen commentaar” spelletjes met je collega’s aan boord.
  • Ondersteun elkaar en let op elkaar. Wees alert van de noodsignalen van je medebemanningsleden, fysiek en psychisch, wanneer deze optreden.
  • Doe er alles aan om de moraal van de medebemanningsleden hoog te houden. Verspreid dus geen valse hoop. Communiceer veel en uitgebreid, open, en spreek onderling uw gedachten uit.
  • Neem uitgebreid rust na de feiten. Kom op krachten. Laat je verwennen. Omring je met liefde. Zet er een punt achter. Desnoods met een ritueel. Sta de pers toe om uw verhaal uit uw mond te brengen, zodat er geen wilde verhalen (blijven) rondgaan. Blijf nadien zo veel mogelijk uit de belangstelling.

Polarisatie – inzicht in de dynamiek van wij-zij denken

Auteur: Bart Brandsma

Bij heel veel tegenkantingen, zoals in politiek, maar ook thuis, op school, in een vereniging,… zijn er mensen die een gevoel hebben bij een discussie van verbaal (of niet-verbaal) aangevallen te worden. Daarbij ontstaan twee kampen met elk een aantal groepen, die de auteur klasseert in:

  • De pusher
  • De joiner
  • De silent
  • De bridge builder
  • De scapegoat.

Elk van hen vervult een rol in een geval van polarisatie.

De pusher zoekt vooral zijn gelijk en macht via one liners waarmee hij de massa van de silent naar zijn joiners probeert te trekken.

De bridge builder probeert vaak de harmonie te herstellen door op de pusher in te werken met argumenten, die meestal neerkomen op meer brandstof voor de pushers en hun joiners. Hij wordt doorgaans niet vertrouwd, en wordt vaak de scapegoat.

Er bestaat echter een methode om deze vicieuse cirkel te doorbreken, op basis van vier game changers:

  • Verander van doelgroep: je moet je niet concentreren op de pusher noch de joiners, maar op de silent.
  • Verander van onderwerp: zoek de onderliggende, vaak dieper verborgen echte redenen en doelen van het geschil, en spreek daar over. Dit is zeer moeilijk, omdat als je de bal hier fout slaat, dit brandstof is voor de pushers. Het is echter de enige kans die je hebt om geloofd te worden door de silent.
  • Verander van positie: spreek vanuit de groep van de silent, midden in hen, niet vanuit het standpunt van de bruggenbouwer. Dus ook: toon je eigen gevoelens bij de zaak, wees een met hen.
  • De toon veranderen: je moet waarachtig zijn. De silent hebben niets zo snel door als wanneer je niet gelooft in waar je voor staat. Daarbij is dus wat de auteur noemt mediative speech en mediative behaviour een absolute noodzaak. Als je dat verprutst, ontploft de polarisatie in je gezicht.

Volgens de auteur is er een sterke verwevenheid tussen grote broer polarisatie en kleine broer conflict. Beiden lopen voor een groot stuk samen, maar niet helemaal, zodat polarisatie na het beëindigen van een conflict altijd een vervolg kan uitlokken.

Dit is het eerste boek dat ik ken dat verscheen over het onderwerp. Het behandelt het verschijnsel polarisatie in mensentaal, zodat iedereen het kan begrijpen. Het is een hands-on boekje doorspekt met voorbeelden, ook waar het mis liep.

Polarisatie aanvechten is wellicht het moeilijkste aspect van menselijke tegenkantingen. Er zou dus snel meer objectieve neerslag moeten komen van cases, die als dusdanig herkend worden, inclusief de ontrafeling waarom het gelukt is of waarom niet om ze te depolariseren.