Creatief na de crisis – nieuwe ideeën van acht topeconomen

Auteur: Hans Wansink

In het voorwoord van het boek stelt Monika Sie Dhian Ho zich enkele vragen van bij het begin: “Welke samenleving streven we eigenlijk na? Welke economische orde en overheid horen daarbij en welk beleid voert ons in die richting?” Er zijn namelijk randvoorwaarden die gesteld worden door het verleden waar we niet onderuit kunnen: de werkloosheid ging omhoog, financiële crisis in 2008, bestaansonzekerheid, ongelijkheid…

De auteur vertelt in zijn boekje het verhaal van acht economen. Acht visies, die een hele tijd zullen meegaan. Ik geef een greep uit hun visies:

  • Thomas Piketty heeft de eer om een zeer belangrijke vondst te hebben gedaan : de beste indicator van het relatieve gewicht van kapitaal in een land is de verhouding tussen het totaal aan kapitaal en het nationaal inkomen (zowel uit arbeid als uit kapitaal. Hij pleit voor de instelling van een Europees begrotingsparlement dat bepaalt hoe snel schulden moeten worden afbetaald, en hoeveel belastingen moeten worden geheven. Voor de Eurolanden zit er volgens hem niets anders dan gezamenlijke staatsschulden ook gezamenlijk te saneren.
  • Martin Wolf, de invloedrijkste financiële joernalist ter wereld, stelt dat de economische schade groter was dan die van een wereldoorlog. Hij stelt dat de financiële elite haar krediet verloor door haar wangedrag, maar ook doordat ze moest gered worden door de overheden.
  • Tyer Cowen stelt dat de tijd dat je goed zat als inwoner van Nederland of Frankrijk voorbij zijn. Hij stelt dat er in de creatieve sector nog goede banen zitten, terwijl het in de dienstensector niet steeds even goed is om een job te hebben. Maar als je als immigrant uit Mexico komt en gaat werken in de USA in de dienstensector, heb je wél een goed leven. Mexicanen zijn voor de USA een zegen eerder dan een vloek volgens hem. Volgens hem moet je echt slim zijn om de fantastische kansen te pakken die er zijn, want ze zijn er. Volgens hem zit het probleem van ongelijkheid binnen elk land op zich, maar is de wereld als geheel steeds gelijker aan het worden.
  • Chrystia Freeland ziet als opgaven het vasthouden van de welvaart en tegelijkertijd de wereldeconomie doen groeien. O.a. dat vraagt om een slimme overheid. Ze vraagt zich af waar de politici blijven met een visie op de uitdagingen van nu: economische stagnatie en toenemende ongelijkheid. De ambachten van de toekomst zijn banen die je niet met machines kan doen.
  • Ha-Joon Chang stelt dat mensen te terughoudend zijn als het over economie gaat. Bedrijven zouden meer moeten investeren in de toekomst ipv te snijden in de kosten. Volgens hem ligt het experiment met de vrije markt aan de basis van de zeer grote ongelijkheid in veel economieën. Er is nood volgens hem aan het opdrijven van de productiviteit op lange termijn. Daardoor kan de staatsschuld op termijn sneller teruggebracht worden dan door te bezuinigen. Op de vraag van de houdbaarheid van de eurozone antwoordt hij o.a. dat het geen probleem zou zijn mocht het beperkt zijn geweest tot een klein aantal landen zoals Nederland, Duitsland, Finland, Oostenrijk, en Frankrijk.
  • Megan McArdle spreekt over “huizengokkers als oorzaak van de crisis van 2008”. Ze vindt dat de Amerikaanse overheid een voorbeeld kan nemen aan de aanpak van Denemarken, waar vrij royale uitkeringen gekoppeld zijn aan een extreem agressief programma van omscholing. Daardoor houden ze daar de “mensen in beweging”, wat een taak van de overheid is. Toch zullen de mensen het vooral zelf moeten doen.
  • Hans-Werner Sinn schrijft dat Griekenland op Euroverlof moet. Hij pleit voor een herinvoeren van de Griekse munt met daaraan gekoppelde devaluatie waardoor het land zich uit het slop kan trekken. Anders blijven ze kampen met massale werkloosheid, dat een voedingsbodem is voor populistische anti-Europese partijen. Tevens is hij tegen een minimumloon in een situatie van massale immigratie. Het risico daarbij is immers dat daardoor veel immigranten onmiddellijk werkloos zijn na het binnenkomen.
  • Europa, en in mindere mate Amerika en Canada, zien hun voorsprong omgebogen in achterstand. Dit kan door het Westen niet worden gestuit. Daarom is Europa steeds meer gebaat bij resilience. Verder zal iedereen die niet mee kan aan de ratrace naar de top, het maken van carrière moeten afzweren, en moeten leren ‘leven in de breedte’ (Naar Albert Egberts, de antiheld uit “De Tandeloze Tijd”).
  • Mariana Mazzucato heeft het o.a. over groene investeringen, over Apple die steeds minder investeert in R&D maar die miljardenwinsten incasseert maar naar haar inzichten te weinig belastingen betaalt. Dat steeds meer de overheid moet investeren in R&D, zoals ze deed bij touch screens, transitors, en een hoop onderdelen waarmee iPod’s, iPad’s en iPhones gemaakt worden e.d.m. Het gaat volgens haar bij o.a. groene groei om het ombuigen van patronen van productie en consumptie, energiebesparing, het verveelvoudigen van de productiviteit van hulpbronnen, het scheppen van nieuwe markten voor bijzondere materialen, over hernieuwbare energie, duurzaamheid van producten, meer persoonlijke dienstverlening,…

 

Beste Fanatici – Drie essays

Auteur: Amos Oz

In drie essays benadert de auteur het verschijnsel fanatisme.

In het eerste essay: “Beste Fanatici” beschrijft hij in mijn ogen twee dingen. Het eerste is het verschijnsel “fanatisme” dat hij uitgebreid illustreert aan de hand van zijn ervaringen als Jood in Israël, maar waarbij hij zijn ogen niet sluit voor de rest van de wereld. Fanatisme is een uitgebreid begrip, dat volgens zijn beschrijvingen enkele tegenstellingen in zich meedraagt: liefde en haat. Mededogen en meedogenloosheid. Het tweede, waarnaar hij eerder een korte zoektocht opstart, is een oplossing, een geneeswijze voor datzelfde fanatisme. Hij vindt geen mitigerende middelen, maar stelt wel enkele preventieve zaken voor: humor, zelfspot,… (en ik vermoed ook liefde in alle vormen).

In het tweede essay: “Lichten, niet een licht”, schrijft hij veel over gebruiken van het Jodendom als cultuur. Niet enkel de religie of het volk. Hij raakt daarbij aan wat passé is, of beter, wat cultureel overleeft omdat de mens de religie bezit, en niet andersom, bijvoorbeeld. Hij raakt daarbij ook aan wat eigen is aan de cultuur: alles wordt bevraagd, in vraag gesteld, zelfs God kan voor een tribunaal geroepen worden.

In het derde essay: “Dromen die Israël maar beter snel op kan geven” schrijft hij over fanatisme dat bestaat aan de twee kanten van Israël: dat wat ik even noem de “binnenkanten” en de “buitenkanten”: enkele standpunten van de Israëli’s, enkele standpunten van de Palestijnen, de wrijvingen van beide volken, het vooruitzicht van ooit op een tweestatenoplossing. En hoe fanatisme kan gebruik maken van zowel politiek als wapens. Dat men in de politiek en militair medestanders kan hebben, maar dat het geen vrienden zijn, want morgen kunnen ze lijnrecht tegenover je staan. Finaal uit hij zijn liefde voor Israël.

Elementaire deeltjes – Wereldwijde rampen

Auteur: Bill McGuire

De auteur behandelt een klein aantal selectieve bedreigingen op een populair-wetenschappelijke manier, namelijk de opwarming van het klimaat, de ijstijden, de inslagen van puin uit het heelal, en de werking van de aarde zelf.

Om een idee te geven hoe dit allemaal samenhangt:

Door de werking van de aarde, zijn er tektonische platen, waar vulkanen met meer waarschijnlijkheid kunnen voorkomen. Maar inmiddels heeft de Mensheid ook een sterk aandeel in haar eigen ondergang: door de steeds verregaandere industrialisering hopen broeikasgassen zich op in de bovenste lagen van de atmosfeer. Zeer kort door de bocht genomen draagt dit sterk bij aan de opwarming van de aarde. Dit kan zich verder zetten tot de aarde een oven is waarin het leven massaal uitsterft. Maar daardoor smelten de poolkappen, waardoor het zeewater afhankelijk van het klimatologisch model tot 60m kan stijgen. Dit gebeurt door een enorme toevloed van water. Dit op zich kan twee dingen veroorzaken: de golfstroom wijzigt of stopt, waardoor het gematigd klimaat van nu stopt met gematigd te zijn. Minder druk van ijs op de poolkappen veroorzaakt verandering van de werking van de aarde met meer krachtwerking van de tektonische platen op elkaar elders op aarde. Daardoor ontstaat substantieel meer vulkanische werking die massaal veel zwavelhoudende gassen de atmosfeer injagen tot in de bovenste lagen. Deze gassen weerkaatsen dan het zonlicht waardoor een nieuwe ijstijd kan uitgelokt worden.

Daarnaast bespreekt de auteur eveneens de effecten, de krachten en de kansen van inslagen van puin uit de ruimte, zoals asteroïden en kometen. Deze kunnen tsunami’s oproepen, en aardbevingen en zo indirect een massa extinctie van het leven veroorzaken.

Dit alles toont aan dat de aarde een gevaarlijke plaats is om te leven.

Is dit nu een reden om te doemdenken? Niet direct volgens het epiloog. Daarin stelt de auteur dat voordat dit alles plaatsheeft de mensheid zichzelf wellicht zal reduceren tot een minimum door de oorlogen die zij zal voeren voor de vruchtbare gronden, die schaarser zullen worden, omdat het klimaat onhoudbaarder wordt, en elke natie zal vechten voor het voortbestaan van haar eigen bevolking. Daardoor zal wellicht de wereldbevolking teruggeworpen worden naar een niveau van samenleven op een schaalgrootte van dorpen.

Mijn persoonlijke positieve noot hierbij is dat indien deze oorlogen om hulpgrondstoffen en voedsel er komen, dit wellicht geen nucleaire oorlogen zullen zijn. Dat zou immers de te veroveren gronden onbruikbaar maken.

Elementaire Deeltjes – 20 – Terrorisme

Auteurs: Edwin Bakker en Jeanine de Roy van Zuijdewijn

De auteurs stellen zich enkele vragen over terrorisme en maken een analyse van de gekende feiten. Dat leidt niet steeds tot antwoorden die we graag horen.

De eerste vraag – wat is het – wordt reeds niet eenduidig beantwoordt. Veel hangt af van wat je wilt zien. Het is immers sterk contextafhankelijk. De held van de ene is vaak de terrorist van de andere. Ook de aard van de daden veranderen, als tevens het idee dat er eventueel een politiek doel mee gediend is. Door de uiteenlopende variatie van haar aspecten is het ook voor wetenschappers niet eenduidig mogelijk om er een enkele definitie op te plakken. Daarom moet voor dit boekje een keuze gemaakt worden. De definitie hier stelt dat terrorisme een instrument is om via aanslagen de aandacht, angst en onrust te genereren om politieke doelen te bereiken.

Het tweede aspect – doel en werking – zijn eveneens divers. Er zijn politieke doelen, zoals bijv. nationaal separatisme, maar ook religieus, etnonationalistisch, extreemlinks en anarchistisch terrorisme, extreemrechts, en dan nog “single issue”-terreur. Europol geeft echter aan dat veel groepen een mix hieruit zijn. Er bestaat in de geschiedenis ook staatsterrorisme, zoals in Frankrijk, Duitsland,… Wat het doel betreft van terreur, dat is meestal onduidelijk. Daarom zijn ook de begrippen directe en indirecte doelen in het leven geroepen. Bij vooral dat laatste bestaat de angst dat CBRN wapens zullen worden ingezet. Een van de essentiële onderdelen van de werking van terreur is echter goed gekend: het zaaien van angst.

Daarna volgt een stukje geschiedenis en valt de naam van de historicus David Rapoport.

In het volgende hoofdstuk gaan de auteurs op zoek naar oorzaken. De benaming van de types terreur lijken er naar te verwijzen. De vraag “waarom” blijft echter grotendeels onbeantwoord. Het antwoord dat er is, is er een van negatieve omschrijvingen: het is niet extreme armoede, het is niet een te klein IQ, het is niet geestesziekte, niet vervreemding uit de realiteit… de grondoorzaken zijn nog steeds onbekend. Psychologie en groepsdynamica zijn evenwel belangrijke facetten.

Bij een blik naar de daden en de daders kijken de auteurs naar de harde feiten. De organisatie van de terroristen, hun modus operandi, aantallen van aanslagen, typen van aanslagen en de gevolgen van al dit geweld, alsook de doelwitten.

Daarna kijken de auteurs meer naar aanslagen op Nederlandse bodem. Ze hebben het over de bekendste organisaties en incidenten. Ook kijken ze naar acties van Nederlanders in het buitenland.

In het laatste hoofdstuk bekijken we de ultieme vraag: “Wat doen we er aan?” (in Nederland). Hier valt voor het eerst het woord contraterrorisme. Doelstellingen daarvan worden voorgesteld door Europa:

  • voorkomen,
  • beschermen,
  • achtervolgen,
  • reageren.

Nederland kent echter een aanpak met vijf pijlers:

  • informatie verwerven,
  • dreiging voorkomen,
  • vitale objecten, diensten en personen beschermen,
  • voorbereiden op aanslagen,
  • verdachten vervolgen.

 

Het kleine boek over de grote bedreigingen voor onze wereld

Auteurs: Chris Abbott; Paul Rogers; John Sloboda

In dit boekje uit 2007, geschreven vanuit de Oxford Research Group, wordt met een haarscherp voorspellende waarde een visie gemaakt van de samenhang en toekomst van een aantal wereldproblemen. Ze beperken zich in dit boek tot de vier volgens hun belangrijkste bedreigingen voor de wereld, namelijk

  • Klimaatverandering
  • Strijd om schaarse hulpbronnen
  • Het buitenspel zetten van ontwikkelingslanden
  • Wereldwijde militarisering.

Elk van deze bedreigingen is volgens hen samenhangend met de andere drie, en zal belangrijker worden naarmate de tijd vordert en de politieke wil ontbreekt om de stier bij de horens te vatten. Dat laatste wordt dus ook steeds moeilijker naarmate men er later aan begint.

Een van de belangrijke opmerkingen, zonder terrorisme goed te willen praten, is dat elk van dezen groter is dan de terreurdreiging, die qua impact in dodenaantal veel minder voorstelt dan de kranten willen laten geloven.  Wat enorm is aan terreur is de angst waarin de terroristen slagen te veroorzaken bij hun doelgroep. Een andere belangrijke opmerking is dat we als wereldbevolking enkel een goede kans maken tegen deze vier bedreigingen indien alle volken samenwerken. Daarbij moet volgens de auteurs druk geleverd worden op de politiek van onderuit. Helaas staat de spreiding van de hulpbronnen deze samenwerking in de weg. Dus is er wilskracht nodig. Van de top, van onderuit, van iedereen.

Dit vlot leesbare boekje uit 2007 maakt enkele voorspellingen op korte termijn, waarvan we nu, tot in 2018, de realisaties hebben kunnen waarnemen. De effecten worden steeds groter. Vraag is of de beweringen die zich nog niet realiseerden ook zullen bewaarheid worden.