Een Heel Klein Beetje Oorlog

Auteur: Erik De Soir

In dit boek beschrijft de auteur, Erik De Soir, een wereld die de meesten onder ons niet willen kennen of meemaken. Die wereld gaat over trauma’s en emotioneel schokkende gebeurtenissen. De auteur schrijft op een zeer open, leesbare en behapbare manier over zijn jarenlange ervaring met de aanpak van trauma’s.

Het boek is opgedeeld in drie delen:

Deel 1: Traumatische ervaringen;

Deel 2: Traumatische ervaringen verwerken: een puzzel van duizend stukken;

Deel 3: Traumatische ervaringen uitspreken.

Daarbij zijn er een aantal vuistregels die mij bijgebleven zijn:

  • Wees altijd eerlijk tegen een getroffene als die informatie zoekt, wees kort (maar niet kortaf) en brouw geen eigen verhaal.
  • Als je het hulpverlenen niet kan continueren zolang als je nodig bent, begin er dan niet aan, laat het over aan een ander.
  • De belangrijkste hulp komt van de mantelzorg: de eigen collega’s van de hulpverleners, lotgenoten, familie en de intieme vriendenkring die er altijd zullen staan.
  • Controleer steeds je informatie als je iets wilt vertellen aan een getroffene, en vermijd het om valse hoop te geven.
  • Na het trauma moet je de situatie in kaart brengen, als een gigantische puzzel.
  • Als het trauma optreedt is onmiddellijke hulp nodig.
  • Sta gevoelens toe. Sta een knuffel toe. De getroffene zal wel duidelijk maken als het genoeg is.
  • Let op voor secundaire victimisatie. Voor je het weet wordt er extra schade aangericht.

Maar heel belangrijk is het voor leidinggevenden om hun verantwoordelijkheid ook hier op te nemen, en bijv. als eerste te tonen op een debriefing dat gevoelens moeten mogen.

Bovendien waarschuwt de auteur voor een gevaar van het boek: door kennis te nemen van de inhoud heb je nog geen kundigheid in de materie.

 

Continuïteit in de publieke sector

Auteur: Marc Vael

Auteur Marc Vael vertelt in het eerste hoofdstuk van zijn boek ‘Continuïteit in de publieke sector’ over de uitdagingen rond continuïteit in de publieke sector. Daarbij gaat hij eerst breed in op processen en op de verschillende mogelijke types van kwetsbaarheden van de organisaties. In een tweede hoofdstuk bespreekt de auteur de verschillende perspectieven van continuïteitsbeheer als zijnde succesfactoren. In het derde hoofdstuk komt hij goed op dreef met het project om continuïteitsbeheer aan te pakken, dat zich daarna vertaalt in een project met een cyclus dat dezelfde stappen doorloopt: opstart, risicoanalyse, ontwerp, implementatie en onderhoud en oefening en verbetering. Het laatste hoofdstuk gaat over audit en vervolledigt het proces.

Voor 42€ had ik meer verwachtingen van het boek: o.a. minder taalfouten en een dankwoord aan de mensen die daarvoor hadden moeten zorgen.

Daarnaast vergaloppeert de auteur zich soms wat betreft de doelgroep van het boek, want her en der sluipen er argumenten in die typisch zijn voor de privésector, o.a. op pagina’s 90, 118 en 124. Respectievelijk: de V.o. gaat geen verzekeringen aan, en het besluit van maandomzet als te verzekeren bedrag houdt weinig steek: een publieke sector draait niet echt een omzet. Daarnaast het argument van loyaliteitsoefening op pagina 118, want de overheid is er toch vrij zeker van dat voor de meeste diensten de burger nergens anders heen kan. Pagina 124 heeft de auteur het over verzekeringsclaims, maar behoudens eventueel gemeenten is de overheid zijn eigen verzekeraar.

Daarvoor heeft de auteur het op een ongenuanceerde manier over MTPOD: maximum tolerable period of downtime. Mijn vraag is, rekent men deze steeds bij het initiële moment van het optreden van een incident, (in theorie wellicht wel) of bij het ontdekken van een crisis (want het beginmoment is niet altijd duidelijk).

Maar het boek moet ook het krediet krijgen die het verdient: de aanpak van continuïteit is stevig verteld met een aantal duidelijk onderscheiden stappen. Wat ik spijtig vind is dat te weinig de link gelegd wordt met de in de overheid stevig ingeburgerde PDCA cyclus van Deming.

Verder vind ik het eveneens spijtig dat de auteur wat betreft de bewoording van de kriticiteit van de processen zich niet houdt aan de in de Vlaamse overheid gedefinieerde terminologie: hij spreekt van essentiële, belangrijke en relevante functies i.p.v. tijdskritieke, essentiële en noodzakelijke functies. What’s in a name? Spraakverwarring natuurlijk !

Persoonlijk was ik het meest gecharmeerd door de bijlagen.

Kort samengevat zou ik, als ik auteur was van dit boek, het boek herwerken.

In Hindsight – A compendium of Business Continuity case studies

Edited by Robert A Clark

In Hindsight reflecteert op een reeks rampen vanuit een BCM perspectief. Sommige organisaties daarbij hebben gescoord, andere niet. Vijf organisaties waren niet voorbereid en hebben het niet gehaald. Een zesde heeft het gehaald dankzij een buitengewone portie geluk. Sommige rampen hadden buitengewone proporties en globale gevolgen. Andere bleven lokaal. De oorzaken variëren, van brute pech zoals bij acts of God en bijhorende vulkaanuitbarstingen, tot zaken die te voorkomen waren zoals the Herald of Free Enterprise, waarbij duidelijk met een vinger kan gewezen worden.

Andere oorzaken van menselijke aard zijn inzichtloosheid of slecht management, woekerwinsten halen, domheid, terreur, … Al deze dingen hebben gemeen dat ze achter de hoek liggen bij vele organisaties.

De gevolgen kunnen even divers zijn: milieuschade, overlijdens, veiligheid- en gezondheids-problematiek, globale economische crisis, juridische vervolgingen …

Deze diversiteit aan onderwerpen maakt het boek erg geschikt als eye-opener voor leidinggevenden en raden van bestuur.

Het voorlaatste hoofdstuk benadrukt ook het belang van kleine vonken: fraudegevallen, cyberaanvallen, medewerkersontevredenheid, de media, kleine en grote branden, ook die van de buren, slechte planning van grote projecten, inbreuken op informatieveiligheid zoals diefstal van data, overstromingen, ziekten, …

Maar de uiteindelijke boodschap, wellicht de belangrijkste, staat in een quote van Vince Lombardi, een voormalige American Footballer, die zei: “It’s not whether you get knocked down; it’s wheter you get up”. En daar hoort voorbereidheid bij.

Brandhaarden – De Komende Crises In Europa

Auteur: George Friedman

Dit boek is opgesplitst in drie onderdelen: Deel I over het Europees exceptionalisme, Deel II over de wereldbrand die duurde van 1914 tot 1945 en deel III die de vinger legt op de huidige Brandhaarden.

Deel III kan niet verteld worden zonder de geschiedenissen in delen I en II, die fungeren als een exhaustieve inleiding. Hoewel deze eerste twee delen zeker interessant zijn als een korte inhoud van de geschiedenis die een tijdspanne omvat van Cortez, een van de veroveraars van de Nieuwe Wereld, tot en met de vlucht van de ouders van de auteur na WOII, waar het boek zo ongeveer mee begint; toch is het hem hier te doen om deel III, waarin de hedendaagse brandhaarden worden blootgelegd.

De brandhaarden in Europa na WOII zijn multipel, en hebben alles te maken met grenzen van natiestaten, met taalgrenzen (zelfs Vlaanderen versus Wallonië wordt even besproken), met het landschap en met de zeeën. Er volgen uitgebreide besprekingen van een sterker wordend Duitsland, een zwakker wordend Frankrijk, een economisch stevig Turkije en een afgebrokkeld Groot-Brittannië.

In de conclusie wordt de ambivalente houding van Europa geschetst: “Het huidige Europa wil alles bezitten, zonder ervoor te betalen. Het wil permanente vrede en welvaart. Het wil behoud van de nationale soevereiniteit, maar zonder dat die soevereine staten hun soevereiniteit volledig laten gelden. Europeanen willen één volk zijn maar niet elkaars lot delen. Ze willen hun eigen taal spreken maar weigeren te erkennen dat dit een belemmering zal zijn voor wederzijds begrip. Ze willen triomferen maar geen risico’s nemen. Ze willen absolute veiligheid maar willen zich niet verdedigen.”

Geen Commentaar – Communicatie in turbulente tijden

Auteurs: Hugo Marynissen, Stijn Pieters, Sofie Van Dorpe, Anne-Marie van het Erve, Frank Vergeer

De conclusie van dit boek is dat een organisatie niet bepaalt wat een crisis is, maar dat de buitenwereld dit voor haar doet.

In een tijd van internet is dit inderdaad zo. Elke burger is immers journalist geworden en velen zijn communicatiegeil. Daarbij maken ze gebruik van alle tools die er zijn, zoals facebook, hyves, twitter,…

Het lijkt een onmogelijke hinderpaal om communicatie aan te wenden om een crisis nog te bedwingen. Toch is dit niet zo. Het boek geeft een massa tips en kennis om het initiatief te nemen en te houden. Een aantal highlights in het boek geven dit aan.

Een eerste highlight, direct in het begin van het boek, zijn “Rangi” en “CRM” (Crew Resource Management) waarbij in een ideale democratie het uiten van terechte opmerkingen op een proces of project kunnen gegeven worden. Het eerste dient voor het opstellen van goede documenten, het tweede voor het elkaar verrijken met inzichten over het lopende proces of project. De slagingspercentages stijgen daardoor fenomenaal. M.i. floreert dit ideaal in netwerkorganisaties, waar kruisbestuivingen optimaal kunnen zijn.

Een tweede highlight is het idee van het gebruik van empathie in de communicatie. Dit is normaal een menselijk aspect, maar ook hier ‘macht Übung den Meister’. Voorbereiding en training zijn dus een must. Daarbij is het oefenen om van buiten naar binnen te kijken belangrijk.

Daarna borduurt het boek verder, en een van de volgende highlights is het belang van goede relaties. Naar het einde van het boek toe blijkt relatie-werken trouwens belangrijker dan reputatie-werken, hoewel goede relaties wel helpen met een goede reputatie te bewerkstelligen. Het ultieme voorbeeld hier is het verhaal van General Motors.

Hier ga ik stoppen met de highlights. Belangrijk voor mensen die met crisismanagement te maken hebben is te weten dat dit boek zich stoelt op de kruisbestuiving tussen verschillende wetenschappen. Helaas is er geen hoofdstuk over nazorg, zoals ze zelf aangeven. Daarvoor is immers kennis nodig van psychosociale zorg, medische zorg gecombineerd met communicatie. Hiervoor zouden de auteurs in een volgende versie van het boek misschien kunnen samenwerken met iemand zoals Erik De Soir, auteur van het boek ‘Een heel klein beetje oorlog’.