Het kleine boek over de grote bedreigingen voor onze wereld

Auteurs: Chris Abbott; Paul Rogers; John Sloboda

In dit boekje uit 2007, geschreven vanuit de Oxford Research Group, wordt met een haarscherp voorspellende waarde een visie gemaakt van de samenhang en toekomst van een aantal wereldproblemen. Ze beperken zich in dit boek tot de vier volgens hun belangrijkste bedreigingen voor de wereld, namelijk

  • Klimaatverandering
  • Strijd om schaarse hulpbronnen
  • Het buitenspel zetten van ontwikkelingslanden
  • Wereldwijde militarisering.

Elk van deze bedreigingen is volgens hen samenhangend met de andere drie, en zal belangrijker worden naarmate de tijd vordert en de politieke wil ontbreekt om de stier bij de horens te vatten. Dat laatste wordt dus ook steeds moeilijker naarmate men er later aan begint.

Een van de belangrijke opmerkingen, zonder terrorisme goed te willen praten, is dat elk van dezen groter is dan de terreurdreiging, die qua impact in dodenaantal veel minder voorstelt dan de kranten willen laten geloven.  Wat enorm is aan terreur is de angst waarin de terroristen slagen te veroorzaken bij hun doelgroep. Een andere belangrijke opmerking is dat we als wereldbevolking enkel een goede kans maken tegen deze vier bedreigingen indien alle volken samenwerken. Daarbij moet volgens de auteurs druk geleverd worden op de politiek van onderuit. Helaas staat de spreiding van de hulpbronnen deze samenwerking in de weg. Dus is er wilskracht nodig. Van de top, van onderuit, van iedereen.

Dit vlot leesbare boekje uit 2007 maakt enkele voorspellingen op korte termijn, waarvan we nu, tot in 2018, de realisaties hebben kunnen waarnemen. De effecten worden steeds groter. Vraag is of de beweringen die zich nog niet realiseerden ook zullen bewaarheid worden.

 

Risk Management- Concepts and Guidance

Auteur: Carl L. Pritchard

De auteur geeft in dit boek een verzameling weetjes, grofweg opgedeeld in twee delen. In een eerste deel van drie hoofdstukken geeft hij algemene uitleg over risicomanagement. Nadien in een tweede deel van meer dan dertig hoofdstukken geeft hij uitleg over (management)technieken die daarbij kunnen gebruikt worden in projecten.

De meerwaarde van het boek voor de projectmanager is meervoudig:

  • Je krijgt een uitleg over de techniek en haar gebruik
  • Je krijgt de voor- en nadelen van de techniek uitgelegd
  • Je kan technieken combineren naargelang ze elkaar aanvullen, zoals je bijvoorbeeld brainstormtechnieken samen met SWOT, risicoregister en risicomatrix, aangevuld met een urgencyanalyse en een sensitiviteitsanalyse kan combineren.

Het tweede voordeel van het boek is dat het mijns inziens niet enkel hoeft gebruikt te worden bij projecten, maar ook in de business as usual kan gebruikt worden (processen dus), of bij de opmaak van een meerjarenplan voor een grotere organisatie.

Er zijn ook enkele kleinere nadelen aan het boek volgens mij:

Het feit dat de ogen geopend moeten blijven om risico’s te herkennen, te melden en te assessen doorheen de loop van het hele traject van het project wordt pas beklemtoond in een van de laatste hoofdstukken. Eveneens wordt in de druk van 2015 bij deze vijfde editie in een van de hoofdstukken nog steeds gesproken over ISO 17799 waar deze door ISO reeds lang vervangen is door de reeks ISO 2700x.

Maar voor een projectmanager blijft ondanks deze twee gebreken het boek van onschatbare waarde, als aanvulling op ISO 31010 omdat de uitleg voor elke techniek veel vollediger en duidelijker is. Het is voor mij een betere doorstart naar het verkennen van de assessmenttechnieken die nodig zijn om je projecten tot een beter einde te brengen.

National Risk Analysis 2014 – Norwegian Directorate for Civil Protection

Opgesteld door: DSB – Norwegian Directorate for Civil Protection

Deze nationale risico assessment dateert van 2014 maar is nog steeds actueel.

Wie de moeite neemt om het werk van A tot Z door te nemen, krijgt een fantastische beloning ervoor terug:

  • Het werk heeft een grote hoeveelheid aan ‘cases’ van scenario’s van wat er op de maatschappij (van Noorwegen, maar vele gelden universeler) afkomt, en dus ook op de organisaties in die maatschappij.
  • Het is een mooi voorbeeld van in detail uitgewerkte kwalitatieve risicoanalyses
  • Er wordt eveneens op basis van kwalitatieve argumenten rekening gehouden met de onzekerheid (uncertainty) op de kwalitatieve classificatie van kans (hier: likelihood) en impact (hier: consequences)
  • Tevens krijgt men bij elke case een voorbeeld van een kwalitatieve sensitivity-analyse bij de onzekerheidsanalyse.

De cases zijn opgebouwd volgens drie klasses: Natuurfenomenen, Grote accidenten en Kwaadaardige daden. Op het einde volgt er een “overall risk analysis” waarbij de cases worden samengevat en waarbij afgesloten wordt met een redenering die voortborduurt op een bedenking van Einstein en een van Abraham Lincoln.

“Imagination is more important than knowledge. For knowledge is limited, whereas imagination embraces the entire world.” – Albert Einstein.

Deze wordt geïllustreerd aan de eerste telegraaflijn die was geopend in Noorwegen in 1855: ga je bij een risicoanalyse denken aan de gevaren die een zonne-uitbarsting met deeltjes die de werking ervan ernstig verstoren, als je weet dat dit fenomeen pas in 1859 werd ontdekt?

Dus: “imagine the future”. Hoe kunnen we ons echter voorbereiden voor een toekomst waarvan we nog steeds niet weten hoe die er uit zal zien? Daarvoor geldt de uitspraak van Abraham Lincoln:

“The best way to predict your future is to create it.”

Spendeer daarom tijdens het lezen van de cases ook aandacht aan de idee hoe die case er uit zal zien in het jaar 2030, 2040 of 2050.

Spreek als TED – De negen geheimen van de beste sprekers ter wereld

Auteur: Carmine Gallo

De auteur geeft een uitgebreid verslag weer van zijn analyse van talloze TEDx-talks. Daarbij komt hij tot negen successleutels voor een pakkende, beklijvende presentatie.

De resultaten in dit boek zouden moeten toegepast worden bij elke awareness-presentatie die een Business Continuity medewerker, risicomanagement verantwoordelijke, veiligheidsconsulent, … wil geven voor de medewerkers van zijn organisatie. Veel van de tips gaan in op algemeen gekende principes zoals “Kill your darlings” en “In der Beschränkung zeigt sich den Meister”. Maar er is veel meer. Ze worden ondergebracht onder 9 principes is evenzoveel hoofdstukken:

In het eerste hoofdstuk benadrukt de auteur de passie die je moet uitstralen over het onderwerp. Je kan daarbij jezelf in theorie drie vragen stellen: waarom doe je het, wat is je passie, maar dan komt de hamvraag: waarvan gaat je hart een slagje sneller slaan? In praktijk is dus die derde vraag van belang. Waarvan gaat je hart sneller slaan. Veel presentaties komen daar niet aan toe en verzanden in monotoon gemompel.

In het tweede hoofdstuk blijkt dat verhalen superbelangrijk zijn, veel belangrijker dan statistieken, die je beter niet gebruikt dan wel, en als je ze nodig hebt best op een originele manier laat zien. De twee beste verhalen zijn die van een misérie-getroffen persoon die uit een put kruipt, maar het meer succesvolleverhaal is iemand die een onterechte dip neemt in de misérie door een kwaadaardige persoon en dan er uit kruipt uit de misérie en zijn geluk vindt. Maar het verhaal moet wel verbonden zijn aan het idee van de passie die je wil verkopen !

Een derde hint is een derde hoofdstuk waard: voer een gesprek. Je moet je zodanig veel geoefend hebben dat het als natuurlijk overkomt, zonder “euhms” en zonder vaak voorkomende stopwoordjes. Je moet zo doordrongen zijn van het onderwerp dat je het bijna vertelt aan een vriend. Basically geldt hier “fake it till you make it”. Doe alsof tot je het echt geworden bent.

Dat waren de eerste drie hoofdstukken van het emotionele deel.

Deel twee van het boek benadrukt de nood aan het vernieuwende: menselijke hersenen zijn bijzonder geboeid door het aanleren van nieuwe dingen. Daarbij is, voor bijv. het vinden van sponsors, het emotionele ook belangrijk: je moet het nieuwe ding nog steeds passioneel brengen, en origineel en authentiek, of het verzandt in het niets.

Het vijfde hoofdstuk titelt “Bezorg mensen momenten waar hun mond van openvalt”. Hier een  voorbeeld zijn de muggen van Bill Gates, of de echte mensenhersens waarmee Dr Jill op het podium stond…

En ook onder vernieuwend staat het hoofdstuk “Doe eens leuk”. Inderdaad, humor heeft een verluchtend effect. Maar daar is er een belangrijke valkuil bij: vertel geen moppen, zeker geen bestaande moppen, en probeer geen comedian te zijn. Ook hier is authenticiteit belangrijk. Men verwacht geen comedian, dus speel die niet. Het belangrijke is niet een bulderlach maar een glimlach op het gezicht van de mensen. De beste truc om grappig te zijn is dus om het proberen niet te zijn. Wat dan wel? Wat helpt is enkele anekdotes te vertellen uit het echte leven, die je linkt aan het onderwerp en waar je zelf met een glimlach aan terugdenkt. Echt goed grappig zijn vereist veel werk: een top comedian kan twee jaar schaven aan een grap voordat die perfect ineen zit.

En dan komen we aan het derde deel: “Memorabel”.

Om memorabel te zijn mag je niet te lang vertellen in de tijde en niet te kort. Achttien minuten blijkt een ideale tijd te zijn, lang genoeg voor de verteller om zijn belangrijkste punt te maken, en kort genoeg zodat het publiek het allemaal kan bevatten, en er thuis met plezier aan terugdenkt en er iets mee gaat doen of erover gaat bijlezen.

Het achtste hoofdstuk geeft als truc voor memorabel te zijn om meervoudige zintuiglijke ervaringen te delen. De daarbij bruikbare technieken zijn zien (de belangrijkste ! leve Powerpoint), horen (met audiomateriaal) en voelen (bijvoorbeeld geuren, of een object laten rondgaan,…). Tevens belangrijk is de regel van drie te gebruiken: drie zintuiglijke ervaringen, maximaal drie nieuwe ideeën, etc.)

Maar wat absoluut belangrijk is om memorabel te zijn is “Vaar je eigen koers”: wees uzelf. Je moet niet de nieuwe Bill Gates zijn, of een tweede Oprah. Je moet je eigen zelve eigenste ik zijn met een eigen gepassioneerd verhaal. Volhouden tot je bent waar je wil zijn. En oefenen, oefenen, oefenen. Voor de spiegel, bij een vriend(in), tijdens het eten,… tot het goed zit

 

De reden waarom ik dit boek, dat ogenschijnlijk niets te maken heeft met risicomanagement of BCM, recenseer, is omdat het universeel is voor managers, als een veelvoorkomend type spreker. Niets is zo onpersoonlijk als misschien 80% van de managementspeeches, die vaak monotoon zijn en waar iedereen bij denkt “Hoe geraak ik hier ongemerkt weg?”. Ook op sommige conferenties zouden de meeste sprekers de principes in dit boek best toepassen.

‘Deradicalisering’ – Wetenschappelijke inzichten voor een Vlaams beleid

Redactie: Lore Colaert

Auteurs: Lore Colaert; Carl Miller; Leah Selig Chauhan; Allard R. Feddes; Daniel Koehler; Bertjan Doosje; Jan Jaap van Eerten; Amy-Jane Gielen; Paul Thomas; Marcel Maussen; Merel Talbi

 

Dit boek werd gepubliceerd bij het Vlaams vredesinstituut.

In de eerste 8 hoofstukken bekijken de diverse auteurs de problematiek van diverse kanten. Het boek gaat namelijk niet alleen over radicaal gedachtengoed, of over gewelddadig gedrag, en mogelijke verklaringen ervoor. Het gaat ook over definities, over tools hoe risico’s moeten ingeschat worden, over de bestaande programma’s van deradicalisering in meerdere landen, over de mogelijkheid van counternaratieven, over hoe je evaluaties moet maken van het effect van bestrijding van gewelddadig extremisme en hoe jongeren de pogingen van deradicalisering percipiëren. En natuurlijk over de ervaring met het ideeëngoed van een Europese Islam. Het laatste hoofdstuk vertelt hoe die kennis past in Vlaanderen.

Dit boek zou moeten gelezen worden door eenieder die blinde haat predikt, en zich verschuilt achter “maar wij kunnen er niets tegen ondernemen”. Het is dus niet zo dat er niets te doen valt. Er valt zeer veel te doen. Stealth. Niet met een gezagsfiguur, maar met gelijken en geloofwaardigen.

Een zaak die bijblijft is dat er vele manieren zijn waarop iemand radicaliseert en kan kiezen voor extremistisch geweld. Daarom is aanpak op maat noodzakelijk. Radicaliseren is op zichzelf niet slecht, want het betekent eigenlijk “terugkeren naar de wortel” en zorgt voor een fundamenteel andere zienswijze. Het is het gewelddadige gedrag dat er soms bij te pas komt dat verwerpelijk is.

Het moet dus de bedoeling zijn om andere middelen aannemelijk te maken dan geweld als oplossing. Met een boodschap van liefde en hoop. Hoop op werk, op een goede vorming, op het verwijderen van stigma’s in deze maatschappij. En niet alleen hoop.

Wie gered wordt van het gewelddadig gedrag, kan immers gered worden voor de maatschappij.

Wie er een redt, redt een hele wereld.