De Jihadkaravaan – Reis naar de wortels van de haat.

Auteurs: Montasser Alde’emeh en Pieter Stockmans

In dit boek vertellen de auteurs het levensverhaal van een van hen: Montasser Alde’emeh. Er wordt beschreven hoe hij opgroeide in Vlaanderen, waar zijn vader een boerderij hield, hoe Montasser naar school ging, daar een vechtersbaasje werd, (maar met een blanke pit: hij nam het op voor zij die gepest werden), hoe hij ’s avonds van zijn vader naar de pijnlijke nieuwsuitzendingen moest kijken over Palestina en het Midden Oosten, hoe hij zich verdook in de Islam, hoe zijn broer hem uit zijn liefde voor hun moeder van kon weerhouden om te vertrekken als Syriëstrijder, hoe hij ging studeren en zijn eigen weg vond uit de haat, o.a. door te begrijpen in plaats van te weten, en hoe hij de Duisternis in zijn hart wist te verdrijven met Licht. Hoe de gerechtigheidsverlangende jongen een rechtschapen man werd.

Waar ik woon zeggen velen “als de wolven elkaar ginds gaan verscheuren zitten de schapen hier veilig”. Ik las dit boek uit interesse voor bedreigingen: de Syrië strijders. Charlie Hebdo. De auteurs  laten in Montassers ziel kijken. Montasser probeerde het dogmatische weten, de manier waarop Islam gedoceerd wordt aan Imamscholen, te overstijgen met een eigen begrijpen, en slaagde daarin. Van het dogmatische kwam nadien niet alles meer overeen met zijn persoonlijk denken. Dit is echter een moeilijke stap die niet voor iedereen is weggelegd, waardoor velen in de kloof van de haat vallen en er niet meer uit geraken. Zij die in de kloof vallen gaan de strijd aan met de anderen. Zij willen een Kalifaat opbouwen (IS), andere een Emiraat volgens een federaal principe, waar plaats is voor alle takken van de Islam (Nusra Front).  Alle partijen zoeken erkenning van een decennia lang standhoudende problematiek. De vergelijking met de oprichting van de staat Israël ligt dan ook niet ver weg: zoals de Joden een land nodig hebben, geldt hetzelfde voor hen, een land waar ze ongestoord Moslim kunnen zijn, en leven volgens hun eigen leer, onder gelijkgestemden. De versnippering van de problematiek staat echter een centrale oplossing op korte termijn in de weg.

De auteurs stellen een pakket van 66 maatregelen voor, opgedeeld in “tien kogels van verzoening, waarvan een aantal (De Weg Naar) reeds worden geïmplementeerd.

Gezien de mondiale impact van het project dat IS en andere strijders aangaan, zou dit boek best au sérieux genomen worden door politieke leiders die belangen van de eigen partij overstijgen, zodat er getoond wordt dat het merendeel van België wel degelijk “cares about it”. Want dit is aan het gebeuren in onze achtertuin, en gaat ons allen aan.

De belangrijkste zin in het boek is voor mij “… En dan zal ik jou mijn hand reiken.” Want dit is een universele boodschap die we allen moeten uitsturen om de uitweg aan te reiken uit zo’n doolhof.

Brandhaarden – De Komende Crises In Europa

Auteur: George Friedman

Dit boek is opgesplitst in drie onderdelen: Deel I over het Europees exceptionalisme, Deel II over de wereldbrand die duurde van 1914 tot 1945 en deel III die de vinger legt op de huidige Brandhaarden.

Deel III kan niet verteld worden zonder de geschiedenissen in delen I en II, die fungeren als een exhaustieve inleiding. Hoewel deze eerste twee delen zeker interessant zijn als een korte inhoud van de geschiedenis die een tijdspanne omvat van Cortez, een van de veroveraars van de Nieuwe Wereld, tot en met de vlucht van de ouders van de auteur na WOII, waar het boek zo ongeveer mee begint; toch is het hem hier te doen om deel III, waarin de hedendaagse brandhaarden worden blootgelegd.

De brandhaarden in Europa na WOII zijn multipel, en hebben alles te maken met grenzen van natiestaten, met taalgrenzen (zelfs Vlaanderen versus Wallonië wordt even besproken), met het landschap en met de zeeën. Er volgen uitgebreide besprekingen van een sterker wordend Duitsland, een zwakker wordend Frankrijk, een economisch stevig Turkije en een afgebrokkeld Groot-Brittannië.

In de conclusie wordt de ambivalente houding van Europa geschetst: “Het huidige Europa wil alles bezitten, zonder ervoor te betalen. Het wil permanente vrede en welvaart. Het wil behoud van de nationale soevereiniteit, maar zonder dat die soevereine staten hun soevereiniteit volledig laten gelden. Europeanen willen één volk zijn maar niet elkaars lot delen. Ze willen hun eigen taal spreken maar weigeren te erkennen dat dit een belemmering zal zijn voor wederzijds begrip. Ze willen triomferen maar geen risico’s nemen. Ze willen absolute veiligheid maar willen zich niet verdedigen.”

Practical Enterprise Risk Management

Auteur: Gregory H. Duckert

Het boek bouwt logisch op vanuit corporate governance, en duidt daarin een aantal tekortkomingen, voornamelijk systeem implementatie. Daarna begint het feitelijke verhaal van risico en ERM. De ateur vloekt daarin tegen alles wat subjectieve inschattingen zijn van kans en impact en de bijhorende conclusies. Hij zweert bij koude feiten en data. Zo komt hij er toe dat risico assessment moet draaien rond de bedrijfsvoering. Risicomanagement is daarin een niet te missen tool. Na een overzicht van types van risico’s toont hij ons hoe we risico’s objectief moeten waarnemen. Hij spreekt daarbij over een data-gecenterd model waarbij het mogelijk is om de vinger aan de pols te houden op basis van alle data in het bedrijf, en om bench-marks te doen t.a.v. je eigen bedrijf. Door een invoeren van het begrip KRI (key risk indicatoren) i.p.v. KPI (key performance indicatoren) gekoppeld aan outcomes van de processen ipv de output en met een aantal analysetechnieken zoals trends, ratio’s, thresholds etc is het mogelijk om historische data op te bouwen en triggers te vinden waardoor er dingen mislopen d.m.v. root-cause analysis. Daarop kunnen dan maatregelen gedefinieerd en geïmplementeerd worden.

Daarnaast is het mogelijk om deze gegevens in handige tools te gieten, waardoor het gegeven netjes presenteert op vergaderingen doorheen de organisatie, de juiste KRI’s op het juiste niveau. Daarmee reikt hij een handvat naar hoe je risicomanagement kan brengen op de directieraad, of bij de board of directors.

Als voorlaatste hoofdstuk bespreekt de auteur het verschijnsel outsourcing en een select aantal risico’s daarvan in de verschillende stadia daarvan. Daarmee is het niet verwonderlijk dat hij bijv. de outsourcing van IT een foute zaak vindt, IT is volgens hem wel een core business van het bedrijf omdat alles ervan afhankelijk is.

De auteur besluit het boek met het eigenaarschap van ERM. Daarbij is het essentieel om weten dat iedereen zijn steentje bijdraagt. Iedereen heeft er wel op een of andere manier een rol in te spelen.

The Fantods Of Risk

Auteur: H. Felix Kloman

Dit boek is een van de twee ‘verzamelde werken’ van H. Felix Kloman.

In dit werk vertrekt de auteur van enkele premissen, inleidende conclusies eigenlijk: wat is risico, wat is risicomanagement, wat is het proces, wat zijn de doelen. Doorheen het boek vertelt de auteur hieover, en toetst hij deze conclusies aan zijn ideeën en aan allerhande situaties in de wereld. Dit leidt naar een eerste climax in het boek in hoofdstuk 14: “Does Risk Matter?” In dat hoofdstuk bespreekt hij tevens “four times three”:  vier hypothesen, vier vragen en vier voorzichtigheden over risicomanagement en de risicomanager. Het boek besluit met een introductie: “The Future of Risk Management, Again”. Daarin geeft hij een overzicht van nieuwe doelstellingen (de belangrijkste lijkt mij is “to build and maintain the confidence of critical stakeholder groups”), nieuwe standaarden, waarin hij de ISO 31000 standaard o.a. aanhaalt, nieuwe inzichten, (direct waarneembare risico’s, wetenschappelijk voorspelbare risico’s en virtuele risico’s) en nieuwe gereedschappen (tools) voor ERM.

In het kader van dit boek wil ik ook nog refereren aan zijn ander boek, “Mumpsimus Revisited” waar ook veel van zijn ideeën in terug te vinden zijn, en die gebruikt hadden kunnen worden in dit boek bij de opbouw naar het besluit.

Mumpsimus Revisited

Auteur: H. Felix Kloman

De auteur begint met de geschiedenis van risicomanagement in 1905-1912, met een basis in 1881 door Otto Von Bismarck, en haalt daarbij highlights aan tot 1996, met het vermelden van de start van “The Global Association of Risk Professionals”. Vanaf dan is het boek een opeenvolging van artikels, geklasseerd volgens hoofdonderwerp in hoofdstukken, variërend in onderwerpen binnen risicomanagement, en moeilijkheidsgraad.

Hoewel de auteur op een grappige manier in het laatste hoofdstuk het gebruik van vakjargon hekelt, gaat hij er bij de hoofdstukken over investeringen wel van uit dat de lezer de redeneringen over captives kan volgen. Daardoor is het geen boek voor het hoger management, tenzij deze beslagen zijn in deze, en andere, materie.

In eerdere hoofdstukken, waar hij de geschiedenis vertelt, de iconen van risicomanagement afbreekt, en waar hij de parabels vertelt, is hij wél veel menselijker in zijn taalgebruik. Naar het einde van het boek toe geeft hij een overzicht van de geschiedenis van de captives.

De manier waarop het boek geschreven is maakt het moeilijk om een rode draad te vinden. Het is meer een boek om ’s avonds een kort stukje verfrissende ideeën op te doen over risicomanagement, of om een aspect van risicomanagement of zijn geschiedenis te leren kennen dat je voordien onbekend was.

Doorheen het boek wordt gerefereerd aan de werken van andere auteurs. Spijtig genoeg worden ze achteraan niet weergegeven in een literatuurlijst.