Urgentie Assessment

Auteur: Manu Steens

geïnspireerd door “Risk Management – Concepts and Guidance” van Carl L. Pritchard

Doel van dit type assessment:

Klassiek worden risico’s geëvalueerd op een risicomatrix, met typisch kleuren rood, oranje, geel en groen, naar aflopende waarden van het risico. De vakjes in die risicomatrix bevatten eveneens een waarde die afhankelijk is van de kans en de impact van de risicogebeurtenis. Binnen een zo’n vakje kunnen zich meerdere risico’s bevinden. Die kunnen dan allemaal een vergelijkbare kans en impact hebben volgens deze matrix en als dusdanig ook onder elkaar opgelijst worden in het risicoregister. Maar toch zijn er vaak nog redenen om het ene risico voor het andere aan te pakken, zoals bijvoorbeeld een tekort aan personeel. De vraag is dan in welke volgorde deze risico’s geprioriteerd worden. Daarvoor dient een urgentie assessment.

Opbouw van een sjabloon:

Omdat een urgentie assessment toegekend is op een sjabloon van de organisatie, zijn er twee sets van inputs nodig:

  1. De brainstorm voor het opstellen van het sjabloon
  2. De inputs van de project- / proces- / doelstellingen- / en strategische risico’s om het sjabloon op toe te passen.

De eerste hebben kennis nodig van de omgevingscondities. Die verschillen vaak op het niveau van de organisatie. Daardoor is een sjabloon vaak redelijk uniform binnen een organisatie, maar dit kan wijzigen in de tijd met de omgevingsvariabelen.

Het sjabloon is opgesteld als een tabel, met evaluatiecriteria per rij, en scorebeschrijvingen per kolom.

De outputs van dit assessment is een score die je bekomt als som van de waarden van de geldende kolommen per rij. Hoe hoger de score, hoe meer urgent het risico moet aangepakt worden.

Voorbeeld van een sjabloon:

Project naam: Risico event:
Urgentie Assessment
Evaluatie criterium

1

2 3

4

Score
Ervaring van het project/ proces / doelstellingen team met dit type risico Kennis van / competentie in workarounds en ad hoc oplossingen voor dit type. Enige ervaring in het afhandelen van dit type risico bij de teamleden. Een of twee teamleden die ervaring hebben met dit type risico. Geen enkel lid van het team heeft ervaring met dit type risico.
Kans dat het risico optreedt vóór de volgende review De kans is hoger naarmate later in het project en het treedt niet op voor de volgende review. De kans is even hoog later in het project als voorafgaand aan de volgende review. De kans is hoog voorafgaand aan de volgende review. De kans is het hoogst de volgende twee tijdsperioden (bijv. weken, maanden).
Klant gevoeligheid De klant heeft geen verwachtingen mbt dit risico en zou onderstellen dat we het oplossen. De klant verwacht dat dit probleem onmiddellijk opgelost wordt zonder uitstel. Dit risico treft meerdere modules en treedt snel op in het project. Dit risico treft meerdere modules en het project / proces is sterk afhankelijk van elk van hen.
Complexiteit van / integratie in het project / proces /doelstelling Het risico treft slechts een module van het project en die module kan onafhankelijk afgehandeld worden. Dit risico treft het gehele project / proces maar treedt slechts op het einde van de levenscyclus van het project / proces op. Dit risico treft meerdere modules en treedt vroeg in het project / proces op. Dit risico treft meerdere modules en het project / proces is sterk afhankelijk van elk van hen.
Visibiliteit Dit risico kan gemakkelijk geïdentificeerd worden op voorhand, wat een ingrijpen op het laatste moment toestaat. Het risico heeft een paar herkenbare eigenschappen die vroegtijdige identificatie toestaan. Dit risico is maar identificeerbaar op de moment dat het optreedt. Dit risico wordt maar geïdentificeerd als het gebeurd is.
Totaal

 

Stappen in het gebruik van deze techniek:

 

De eerste stap in het bouwen van dit sjabloon is het bepalen van de types van criteria die het ene risico meer urgent maken dan het andere. Criteria die het aangeven dat een of meerdere gebeurtenissen er staan aan te komen.

De tweede stap is het maken van een schaal. Voor elk criterium bepaal je een numerische schaal die de invloed aangeeft betreffende de urgentie van het risico, lopende van een hoog getal voor een hoge urgentie tot een laag getal voor een lage urgentie.  (In het voorbeeld is er slechts een enkele numerische schaal.)

Stap drie: valideer het sjabloon. De validatie is uit te voeren door het te testen tegen een aantal goed gekende gevallen van hoge en lage urgentie. Indien het sjabloon hier afwijkt van wat uit de historiek van de gevallen gekend is, moeten de schalen bijgesteld worden.

Stap vier: evalueer alle belangrijke risico’s. Dit zijn typisch de risico’s in de rode en oranje zone van de risicomatrix.

Stap vijf: prioriteer de risicogebeurtenissen. Rode risico’s met een hoge urgentie moeten de prioriteit krijgen op bijv. oranje risico’s met een lagere urgentie.

Stap zes: schik het risicoregister volgens de prioriteit en voer de maatregelen uit.

 

Elementaire deeltjes – Wereldwijde rampen

Auteur: Bill McGuire

De auteur behandelt een klein aantal selectieve bedreigingen op een populair-wetenschappelijke manier, namelijk de opwarming van het klimaat, de ijstijden, de inslagen van puin uit het heelal, en de werking van de aarde zelf.

Om een idee te geven hoe dit allemaal samenhangt:

Door de werking van de aarde, zijn er tektonische platen, waar vulkanen met meer waarschijnlijkheid kunnen voorkomen. Maar inmiddels heeft de Mensheid ook een sterk aandeel in haar eigen ondergang: door de steeds verregaandere industrialisering hopen broeikasgassen zich op in de bovenste lagen van de atmosfeer. Zeer kort door de bocht genomen draagt dit sterk bij aan de opwarming van de aarde. Dit kan zich verder zetten tot de aarde een oven is waarin het leven massaal uitsterft. Maar daardoor smelten de poolkappen, waardoor het zeewater afhankelijk van het klimatologisch model tot 60m kan stijgen. Dit gebeurt door een enorme toevloed van water. Dit op zich kan twee dingen veroorzaken: de golfstroom wijzigt of stopt, waardoor het gematigd klimaat van nu stopt met gematigd te zijn. Minder druk van ijs op de poolkappen veroorzaakt verandering van de werking van de aarde met meer krachtwerking van de tektonische platen op elkaar elders op aarde. Daardoor ontstaat substantieel meer vulkanische werking die massaal veel zwavelhoudende gassen de atmosfeer injagen tot in de bovenste lagen. Deze gassen weerkaatsen dan het zonlicht waardoor een nieuwe ijstijd kan uitgelokt worden.

Daarnaast bespreekt de auteur eveneens de effecten, de krachten en de kansen van inslagen van puin uit de ruimte, zoals asteroïden en kometen. Deze kunnen tsunami’s oproepen, en aardbevingen en zo indirect een massa extinctie van het leven veroorzaken.

Dit alles toont aan dat de aarde een gevaarlijke plaats is om te leven.

Is dit nu een reden om te doemdenken? Niet direct volgens het epiloog. Daarin stelt de auteur dat voordat dit alles plaatsheeft de mensheid zichzelf wellicht zal reduceren tot een minimum door de oorlogen die zij zal voeren voor de vruchtbare gronden, die schaarser zullen worden, omdat het klimaat onhoudbaarder wordt, en elke natie zal vechten voor het voortbestaan van haar eigen bevolking. Daardoor zal wellicht de wereldbevolking teruggeworpen worden naar een niveau van samenleven op een schaalgrootte van dorpen.

Mijn persoonlijke positieve noot hierbij is dat indien deze oorlogen om hulpgrondstoffen en voedsel er komen, dit wellicht geen nucleaire oorlogen zullen zijn. Dat zou immers de te veroveren gronden onbruikbaar maken.

Elementaire Deeltjes – 20 – Terrorisme

Auteurs: Edwin Bakker en Jeanine de Roy van Zuijdewijn

De auteurs stellen zich enkele vragen over terrorisme en maken een analyse van de gekende feiten. Dat leidt niet steeds tot antwoorden die we graag horen.

De eerste vraag – wat is het – wordt reeds niet eenduidig beantwoordt. Veel hangt af van wat je wilt zien. Het is immers sterk contextafhankelijk. De held van de ene is vaak de terrorist van de andere. Ook de aard van de daden veranderen, als tevens het idee dat er eventueel een politiek doel mee gediend is. Door de uiteenlopende variatie van haar aspecten is het ook voor wetenschappers niet eenduidig mogelijk om er een enkele definitie op te plakken. Daarom moet voor dit boekje een keuze gemaakt worden. De definitie hier stelt dat terrorisme een instrument is om via aanslagen de aandacht, angst en onrust te genereren om politieke doelen te bereiken.

Het tweede aspect – doel en werking – zijn eveneens divers. Er zijn politieke doelen, zoals bijv. nationaal separatisme, maar ook religieus, etnonationalistisch, extreemlinks en anarchistisch terrorisme, extreemrechts, en dan nog “single issue”-terreur. Europol geeft echter aan dat veel groepen een mix hieruit zijn. Er bestaat in de geschiedenis ook staatsterrorisme, zoals in Frankrijk, Duitsland,… Wat het doel betreft van terreur, dat is meestal onduidelijk. Daarom zijn ook de begrippen directe en indirecte doelen in het leven geroepen. Bij vooral dat laatste bestaat de angst dat CBRN wapens zullen worden ingezet. Een van de essentiële onderdelen van de werking van terreur is echter goed gekend: het zaaien van angst.

Daarna volgt een stukje geschiedenis en valt de naam van de historicus David Rapoport.

In het volgende hoofdstuk gaan de auteurs op zoek naar oorzaken. De benaming van de types terreur lijken er naar te verwijzen. De vraag “waarom” blijft echter grotendeels onbeantwoord. Het antwoord dat er is, is er een van negatieve omschrijvingen: het is niet extreme armoede, het is niet een te klein IQ, het is niet geestesziekte, niet vervreemding uit de realiteit… de grondoorzaken zijn nog steeds onbekend. Psychologie en groepsdynamica zijn evenwel belangrijke facetten.

Bij een blik naar de daden en de daders kijken de auteurs naar de harde feiten. De organisatie van de terroristen, hun modus operandi, aantallen van aanslagen, typen van aanslagen en de gevolgen van al dit geweld, alsook de doelwitten.

Daarna kijken de auteurs meer naar aanslagen op Nederlandse bodem. Ze hebben het over de bekendste organisaties en incidenten. Ook kijken ze naar acties van Nederlanders in het buitenland.

In het laatste hoofdstuk bekijken we de ultieme vraag: “Wat doen we er aan?” (in Nederland). Hier valt voor het eerst het woord contraterrorisme. Doelstellingen daarvan worden voorgesteld door Europa:

  • voorkomen,
  • beschermen,
  • achtervolgen,
  • reageren.

Nederland kent echter een aanpak met vijf pijlers:

  • informatie verwerven,
  • dreiging voorkomen,
  • vitale objecten, diensten en personen beschermen,
  • voorbereiden op aanslagen,
  • verdachten vervolgen.

 

Het kleine boek over de grote bedreigingen voor onze wereld

Auteurs: Chris Abbott; Paul Rogers; John Sloboda

In dit boekje uit 2007, geschreven vanuit de Oxford Research Group, wordt met een haarscherp voorspellende waarde een visie gemaakt van de samenhang en toekomst van een aantal wereldproblemen. Ze beperken zich in dit boek tot de vier volgens hun belangrijkste bedreigingen voor de wereld, namelijk

  • Klimaatverandering
  • Strijd om schaarse hulpbronnen
  • Het buitenspel zetten van ontwikkelingslanden
  • Wereldwijde militarisering.

Elk van deze bedreigingen is volgens hen samenhangend met de andere drie, en zal belangrijker worden naarmate de tijd vordert en de politieke wil ontbreekt om de stier bij de horens te vatten. Dat laatste wordt dus ook steeds moeilijker naarmate men er later aan begint.

Een van de belangrijke opmerkingen, zonder terrorisme goed te willen praten, is dat elk van dezen groter is dan de terreurdreiging, die qua impact in dodenaantal veel minder voorstelt dan de kranten willen laten geloven.  Wat enorm is aan terreur is de angst waarin de terroristen slagen te veroorzaken bij hun doelgroep. Een andere belangrijke opmerking is dat we als wereldbevolking enkel een goede kans maken tegen deze vier bedreigingen indien alle volken samenwerken. Daarbij moet volgens de auteurs druk geleverd worden op de politiek van onderuit. Helaas staat de spreiding van de hulpbronnen deze samenwerking in de weg. Dus is er wilskracht nodig. Van de top, van onderuit, van iedereen.

Dit vlot leesbare boekje uit 2007 maakt enkele voorspellingen op korte termijn, waarvan we nu, tot in 2018, de realisaties hebben kunnen waarnemen. De effecten worden steeds groter. Vraag is of de beweringen die zich nog niet realiseerden ook zullen bewaarheid worden.

 

Risk Management- Concepts and Guidance

Auteur: Carl L. Pritchard

De auteur geeft in dit boek een verzameling weetjes, grofweg opgedeeld in twee delen. In een eerste deel van drie hoofdstukken geeft hij algemene uitleg over risicomanagement. Nadien in een tweede deel van meer dan dertig hoofdstukken geeft hij uitleg over (management)technieken die daarbij kunnen gebruikt worden in projecten.

De meerwaarde van het boek voor de projectmanager is meervoudig:

  • Je krijgt een uitleg over de techniek en haar gebruik
  • Je krijgt de voor- en nadelen van de techniek uitgelegd
  • Je kan technieken combineren naargelang ze elkaar aanvullen, zoals je bijvoorbeeld brainstormtechnieken samen met SWOT, risicoregister en risicomatrix, aangevuld met een urgencyanalyse en een sensitiviteitsanalyse kan combineren.

Het tweede voordeel van het boek is dat het mijns inziens niet enkel hoeft gebruikt te worden bij projecten, maar ook in de business as usual kan gebruikt worden (processen dus), of bij de opmaak van een meerjarenplan voor een grotere organisatie.

Er zijn ook enkele kleinere nadelen aan het boek volgens mij:

Het feit dat de ogen geopend moeten blijven om risico’s te herkennen, te melden en te assessen doorheen de loop van het hele traject van het project wordt pas beklemtoond in een van de laatste hoofdstukken. Eveneens wordt in de druk van 2015 bij deze vijfde editie in een van de hoofdstukken nog steeds gesproken over ISO 17799 waar deze door ISO reeds lang vervangen is door de reeks ISO 2700x.

Maar voor een projectmanager blijft ondanks deze twee gebreken het boek van onschatbare waarde, als aanvulling op ISO 31010 omdat de uitleg voor elke techniek veel vollediger en duidelijker is. Het is voor mij een betere doorstart naar het verkennen van de assessmenttechnieken die nodig zijn om je projecten tot een beter einde te brengen.