Business Continuity Strategies – Protecting Against Unplanned Disasters – Third Edition

Auteur: Kenneth N. Myers

In dit boek bespreekt de auteur strategieën voor het aanpakken van twee klassen rampzalige crisissen die een organisatie kunnen overkomen: Het uitvallen van alles wat computers aangaat en geweld en terreur op de werkvloer.

Herhaalde malen trekt de auteur van leer tegen twee zaken bij de eerste klasse:

  1. Het te gemakkelijk beslissen voor een disaster recovery site waar alle business software ontdubbeld staat
  2. Het stellen van de verkeerde vragen aan de businessmensen bij het bepalen van de BIA.

Wat dat laatste betreft blijken de consulenten de vragen vooral structureel verkeerd te stellen, bijv. vraag niet:

  • Hoelang kun je zonder pc?

Want dan is het antwoord steevast iets heel kortdurend, zoals “24 uur”

Stel de vraag anders door hen te confronteren met de feitelijke desgevallende situatie:

  • ICT en het servernetwerk ligt er voor 14 kalenderdagen uit. Wat ga je doen en wat heb je nodig om de business verder te laten gaan / te redden?

Door die andere insteek om de vragen te stellen, gaan de bedrijfsmensen veel bewuster om met de problematiek die zich zou kunnen voordoen en gaan ze beter nadenken.

Tevens geeft de auteur een aantal voorbeelden van alternatieve aanpak van een aantal branches in organisaties ten tijde van crisis, die kortlopend kunnen toegepast worden in een groot aantal bedrijven. Dit om tijdelijk de pc-loze periode te overbruggen, de tijd die de dienst ICT nodig heeft om alles terug op te zetten.

In dit boek pakt de auteur het vraagstuk op een gedegen manier aan. Het eerste hoofdstuk gaat dan ook over het definiëren van het vraagstuk. Daarna komen de hoofdstukken over computerproblemen en geweld op de werkplaats. Daarna geeft hij een aantal adviezen over het aanpakken van een contingency plan. Daarbij geeft hij ook enige aandacht aan awareness en opleiding.

Buiten het aantal alternatieve voorbeelden van de mogelijke praktijken bij computeruitval, waarvoor een disaster recovery website wel en niet goed voor is, en hoe de vragen moeten gesteld worden aan de business voor het opstellen van een BIA en het bijhorende contingency plan, blijft het boek vooral theoretisch op een goed niveau. Het klasseert zich daardoor op een niveau vooral boven dat van beginners.

‘Deradicalisering’ – Wetenschappelijke inzichten voor een Vlaams beleid

Redactie: Lore Colaert

Auteurs: Lore Colaert; Carl Miller; Leah Selig Chauhan; Allard R. Feddes; Daniel Koehler; Bertjan Doosje; Jan Jaap van Eerten; Amy-Jane Gielen; Paul Thomas; Marcel Maussen; Merel Talbi

 

Dit boek werd gepubliceerd bij het Vlaams vredesinstituut.

In de eerste 8 hoofstukken bekijken de diverse auteurs de problematiek van diverse kanten. Het boek gaat namelijk niet alleen over radicaal gedachtengoed, of over gewelddadig gedrag, en mogelijke verklaringen ervoor. Het gaat ook over definities, over tools hoe risico’s moeten ingeschat worden, over de bestaande programma’s van deradicalisering in meerdere landen, over de mogelijkheid van counternaratieven, over hoe je evaluaties moet maken van het effect van bestrijding van gewelddadig extremisme en hoe jongeren de pogingen van deradicalisering percipiëren. En natuurlijk over de ervaring met het ideeëngoed van een Europese Islam. Het laatste hoofdstuk vertelt hoe die kennis past in Vlaanderen.

Dit boek zou moeten gelezen worden door eenieder die blinde haat predikt, en zich verschuilt achter “maar wij kunnen er niets tegen ondernemen”. Het is dus niet zo dat er niets te doen valt. Er valt zeer veel te doen. Stealth. Niet met een gezagsfiguur, maar met gelijken en geloofwaardigen.

Een zaak die bijblijft is dat er vele manieren zijn waarop iemand radicaliseert en kan kiezen voor extremistisch geweld. Daarom is aanpak op maat noodzakelijk. Radicaliseren is op zichzelf niet slecht, want het betekent eigenlijk “terugkeren naar de wortel” en zorgt voor een fundamenteel andere zienswijze. Het is het gewelddadige gedrag dat er soms bij te pas komt dat verwerpelijk is.

Het moet dus de bedoeling zijn om andere middelen aannemelijk te maken dan geweld als oplossing. Met een boodschap van liefde en hoop. Hoop op werk, op een goede vorming, op het verwijderen van stigma’s in deze maatschappij. En niet alleen hoop.

Wie gered wordt van het gewelddadig gedrag, kan immers gered worden voor de maatschappij.

Wie er een redt, redt een hele wereld.

Crisisbeheer in Zorgorganisaties – De gouden driehoek van operaties, beleid en communicatie

Auteurs: Stijn Pieters en Hugo Marynissen

De auteurs schreven dit boek vanuit een nood in en vraag uit de zorgsector. Daarbij gaan ze ongeveer uit van het idee dat hét boek van crisismanagement nog niet geschreven is, en wellicht nooit geschreven zal kunnen worden. (Nigel Lightfoot)

In de epiloog geven de auteurs enkele psychologische reflecties op crisisbeheer, en het feit dat het hier vaak een mentale uitputtingsslag betreft. En hoe angst, hebzucht en kuddegedrag kunnen voorkomen in een crisis. Maar ook het feit dat je moet weten hoe iedereen denkt over crisisbeheer, en een crisis anders percipieert. Velen zien hun job in de zorgsector als een aaneenschakeling van vele persoonlijke crisissen.  Tevens motiveren ze dat gedetailleerde plannen niet goed werken. Van daaruit gaan ze verder in het boek met wat echt telt: een aanpak eerder dan een gedetailleerd plan: een aanpak met de zogenaamde gouden driehoek die bestaat uit het Beleid (het zijn CMT: Crisis Management Team), de Operaties (met haar CRT: Crisis Respons Team) en de Communicatie (met haar CCT: Crisis Communicatie Team). Wat is hiervan bijgebleven?

Hoofdstuk 1 opent met een sterk pleidooi voor het hebben van liaisons, wellicht vanwege het belang van een optimale doorstroming van informatie tijdens het beheer van een crisis. Daarbij moet echter steeds voor ogen gehouden worden dat niemand uit de crisisteams er in kan slagen om een totaalbeeld te hebben. Voortdurend inschatten van de situatie is dus een must. Dat moet iedereen doen in de gouden driehoek, ten behoeve van zijn eigen team en de andere. Belangrijk tevens hier is de schaalbaarheid van het crisisorganigram. Binnen dit organigram moet er een enkele SPOC aanwezig zijn voor de buitenwereld. Verder vertelt het hoofdstuk naar het einde toe over het taak-denken en het rol-denken. Het blijkt dat mensen minder kritisch worden en minder creatief als ze zich op slechts één rol moeten focussen. Het hoofdstuk komt tenslotte uit bij de IBOBBO cyclus van voormalig Antwerps brandweercommandant Chris Addiers en het feit dat oefening noodzakelijk is. Dit zijn allemaal aspecten die van belang zijn bij de samenwerking van de teams binnen de gouden driehoek.

Hoofdstuk twee vertelt over het team van de operaties op het terrein. Daarbij geven de auteurs een doorgedreven verhaal van de vijf disciplines en hun verantwoordelijkheden. Begrippen die hierbij belangrijk zijn, zijn o.a. het motorkapoverleg, de perimeters, commandopost operaties. Hieruit moeten we tevens onthouden dat dit het team is dat werkt op het hoogste tempo. Zij moeten immers de problematiek aan de bron oplossen. Een uitgesproken flexibiliteit is daarbij strikt noodzakelijk.

Hoofdstuk drie heeft het over het beleidsteam. Dit zijn de strategen van de crisiswerking, en zij moeten zich focussen op de halflange en lange termijn, waarbij ze moeten kunnen refereren aan de visie en de waarden. Tevens is voor hen de pareto-regel van belang: probeer niet te streven naar 100% resultaat, maar bereik 80% met 20% inspanning. Dit wordt gekoppeld aan de essentie van wendbaarheid, via vier wendbaarheidsvoorwaarden. Het CMT moet echter tevens zeer sterk opletten om niet in de klassieke val te trappen van zich teveel te willen moeien met de taken van het CRT. Dit is de meest frequente fout.

Hoofdstuk vier vertelt over het crisiscommunicatieteam. Daarbij gelden eveneens een aantal regels die je kan volgen, waarbij snelheid en correctheid primeren boven volledigheid. Dit om een informatievacuüm te helpen voorkomen of bestrijden. Door zelf als eerste naar buiten te komen wordt je organisatie bovendien gepercipieerd als een betrouwbare bron. Ook het CCT heeft haar eigen cyclus: het werkproces crisiscommunicatie (WPCC); dit werd in het leven geroepen om de tegenstellingen perceptie vs realiteit en geen informatie vs de toenemende vraag er naar met elkaar te verzoenen. Het doel hierbij is om de angst en onzekerheid bij de burgers weg te nemen die voortvloeit uit de crisissituatie.

Het boek sluit af met een epiloog. Daarbij beginnen ze met een citaat van Dwight D. Eisenhower: “Plans are useless, but planning is indispensable”. Dit vat samen dat de wereld niet ideaal is, en dat mensen fouten maken. Er zijn meerdere redenen waarom mensen fouten maken, maar de belangrijkste voor dit boek is wellicht dat crisismanagement niet strookt met het ‘gewoon’ management. De werkprocessen daarvan liggen helemaal anders. Een oplossing die kan helpen is om IBOBBO te incorporeren in de dagelijkse werking. Maar ook dan zullen tijdens een crisis de meeste medewerkers terugvallen op hun eigen waarden en normen, en niet die van de organisatie. De laatste noot laten de auteurs horen met een oproep van oefenen. Übung macht den Meister !

Business Continuity Management – Building an effective Incident Management Plan.

Auteur: Michael Blyth

In dit boek werkt de auteur in de eerste drie hoofdstukken gestaag naar zijn doel: het aantonen van het belang van Incident Management Plannen (IMP), aanvullend bij een BCP.

Daarbij komt hij in hoofdstuk 4 tot het beschrijven van het onvermijdelijke: “wat als?” is daarbij de hamvraag voor een goede 40 casussen, die stuk voor stuk toegelicht worden in tekstvorm, met in hoofdstukken 5 en 6 de beloftevolle basis van de uitwerking in plannen en vragenlijsten.

Hoofdstuk 5 geeft de richtlijnen van de plannen, waarbij er een principe van een drieluik bestaat: een eerste tabel vult men in om een idee te krijgen van over welk (deel van) de organisatie het gaat. Een schets van entiteit, plaats, tijd… Daarna komen de te nemen stappen: Deze zijn opgesteld als een zogn. “guideline”, niet om slaafs te volgen, maar interpreterend. Het derde luik van de richtlijnen vormt het kader met geschikte organisaties / sleutelpersonen die kunnen gecontacteerd worden.

Hoofdstuk 6 geeft vragenlijsten, een per IMP, die gebruikt kunnen worden om de situatie in te schatten, aanvullend aan de vragen van “SAD CHALETS”, het letterwoord dat gebruikt wordt door de Engelse Politie om een zicht te krijgen op de situatie. Daarnaast bevat dit hoofdstuk tevens een template voor een risico-assessment, dat gebruikt kan worden tijdens de crisis, om de evolutie van de crisis in te schatten.

Het boek bevat eveneens een URL met paswoord, waar je de Engelse tekst van hoofdstukken 5 en 6 in een word document kan terugvinden voor verdere ontwikkeling op maat van je eigen organisatie.

Het boek is dus eigenlijk een boek voor doeners, met in beperkte mate een inleidende theoretische uiteenzetting.

Het is echter qua IMP voor cybersecurity te weinig uitgewerkt (wat volgens mij een apart stuk had kunnen zijn). Andere bedreigingen zijn sterk uitgewerkt. Sommige dreigingen worden steeds relevanter voor filialen in de USA en elders met de huidige klimaatswijzigingen. Andere zijn universeler van aard.

A Guide to Business Continuity Planning

Auteur: James C. Barnes

In dit boek brengt de auteur zijn wijsheden samen die hij verzamelde tijdens de uitvoering van zijn werk als consultant in de branche van bedrijfscontinuïteit. Het zijn geen hoogdravende theorieën, eerder een verzameling van weetjes die hij zeer uitgebreid illustreert met vrij volledige voorbeelden, die, na interpretatie voor de eigen business en eventuele aanpassing aan eigen sjablonen, klaar zijn voor gebruik.

Concreet geeft de auteur voorbeelden van:

  • een werkplan
  • een voorstel,
  • een policy statement
  • een BIA
  • crisisprocedures
  • andere…

Daarnaast gaat hij door de ontwikkeling van BCM als door een project. Elke fase van het project is een hoofdstuk, gekruid met voorbeelden uit de praktijk die inspiratie leveren voor het ‘eigen werk’ van de lezer.

Daarom is het boek interessant voor een praktijkmens, ongeacht of hij/zij consultant is of voor een eigen organisatie BCM moet opzetten.

Als bijlage geef ik een deels geïnterpreteerde versie van de crisisprocedures mee.