Beslissen in een VUCA Wereld

Auteurs: Isabelle Hoebrechts en Ann Caroline Roymans

VUCA staat voor Volatile, Uncertain, Complex, Ambiguous. De auteurs stellen voorop dat de wereld VUCA is en steeds sneller verandert.  Dit is het Risicomanagement-aspect. In die VUCA wereld gebeuren er soms plots dingen waarbij je een beslissing moet nemen en de daad bij het woord moet voegen. Dat is een crisismanagement aspect.

In een eerste deel leggen ze de lezer uit wat de vier hoofdpersonages zijn in je brein: de Holeman, de Mier, de Uil en de Benjamin. Alle vier heb je ze nodig.

De Holeman staat ook gekend als het krokodillenbrein en doet je instinctief kiezen voor vechten, vluchten of bevriezen. Hij neemt het automatisch over wanneer je in een levensbedreigende situatie zit.

De Mier zorgt er voor dat je in een groep automatisch goed zit qua volgorde: het beslist of je dominant bent of volgzaam, en wantrouwend of vertrouwend.

De Uil is een probleemoplosser voor gekende problemen: het stoelt zich op positieve ervaringen.  Als je het probleem al eens eerder hebt opgelost, kent de Uil het.

De Benjamin is de jongste van de vier: het is ook gekend als de prefrontale cortex, en is zeer geschikt om originele, nieuwe problemen op te lossen, door het van alle kanten te bekijken. Hem noemen de auteurs soms ook je blauwe kapitaal.

Voor crisismanagement is het dus van belang dat elk teamlid van het crisismanagementteam zich bewust is van zijn vier hoofdpersonages en daar adequaat mee kan omgaan.

Daarnaast beschrijven de auteurs het fenomeen stress als het ontwaken van je interne Boeddha, waar je best naar luistert.

In het tweede deel van het boek introduceren de auteurs je twee persoonlijkheden: je aangeboren persoonlijkheid en je aangeleerde persoonlijkheid.

Met deze ingrediënten verklaren de auteurs je beslissingwereld. Hoe je beslissingen neemt, en adviseren hoe je beslissingen beter en stabiel kunt nemen . Daartoe kun je o.a. de overgang maken van “Dat is zo !” naar “Is dat zo?”

Het boek bevat tevens enkele kleine oefeningen om je beslissingswijze te helpen bijsturen. Oefening baart daarbij kunst.

Moet ik nu bang zijn?

Kinderen helpen in tijden van angst en terreur

Auteurs: Lies Scaut en Erik de Soir

In een vlot leesbaar boekje brengen de auteurs kernachtig een aantal zaken samen voor leerkrachten, ouders en hulpverleners om hen beter te wapenen bij de vragen van hun kinderen over terreur en de bijhorende angsten.

Want zelfs volwassenen hebben het moeilijk om terreurdaden te begrijpen en te plaatsen. Hoe kun je dan toch je kind daarbij helpen, die uiteindelijk de grootste schat en de toekomst van de mensheid zijn?

In een eerste hoofdstuk staan de auteurs stil bij het feit dat baby’s geen kleuters zijn, die geen basisschoolkinderen zijn, die ook weer anders zijn dan adolescenten. Afhankelijk van de leeftijd en de persoonlijke ontwikkeling kunnen ze elk andere informatie aan. Ze gebuiken hier de stadia van de intellectuele ontwikkeling van de Zwitserse psycholoog Jean Piaget.

Hoofdstuk twee gaat over veel voorkomende problemen en gedragingen van kinderen en hoe je als volwassene daarmee om kunt gaan.

Hoofdstuk drie geeft een aantal antwoord-richtlijnen bij een groot aantal vragen die (jongere) kinderen kunnen stellen, die eigenlijk zeer fundamenteel zijn en niet gemakkelijk goed te beantwoorden zijn. Daarbij is het zeer belangrijk om de eigen emoties te beheersen en met hen het gesprek aan te gaan.

Hoofdstuk vier schetst de risico’s die de kinderen kunnen lopen bij confrontatie met terreur, direct of indirect. Het begrip “trauma” wordt daartoe zeer scherp gedefinieerd.

Hoofdstuk vijf heeft het over hoe je creatief met de kinderen kunt communiceren over het gebeurde. Belangrijk daarbij is dat het kind de leiding heeft over zijn eigen gedachten.

Hoofdstuk zes geeft een meetmethode met meerdere aspecten, waarbij de beleving van een kind of groepen van kinderen kunnen in kaart gebracht worden.

Een van de take away messages van dit boek is dat vriendschap en liefde altijd sterker zijn dan haat.

De auteurs waarschuwen er in het boek ook voor dat hoewel het boek wel inzicht kan geven, het nooit mag gebruikt worden als vervanging van professionele begeleiding.

Explorations in Monte Carlo Methods

Undergraduate texts in mathematics.

Auteurs: Ronald W. Shonkwiler en Franklin Mendivil.

De Monte Carlo methode is een techniek voor het analyseren van fenomenen d.m.v. computeralgoritmen die gebruik maken van random getallen. Deze methode heeft haar bestaan eigenlijk in grote mate te danken aan het bestaan van computers.

In dit boek geven de auteurs een inleiding. Het is een boek van voorbeelden, dit bij elke stap die gemaakt wordt in de theorie. In hun boek maken ze gebruik van het product Matlab om programmavoorbeelden uit te werken, hoewel andere programmeertalen (C, C++, Pascal, Delphi) best even geschikt of geschikter kunnen genoemd worden. Die aanpak met programmavoorbeelden maakt het voor exacte wetenschappers erg tastbaar.

Monte Carlo technieken zijn bruikbaar in zeer uiteenlopende domeinen: van schattingen van het getal Pi, over berekeningen van mutaties in cellen, tot het lopen van financiële risico’s bij het spelen in casino’s of de evolutie van de markt.

Dit boek is een zeer algemeen boek voor de inleiding tot Monte Carlo, in die zin dat het geen voordeel geeft aan een bepaald type onderwerp. Hoewel het een zeer goed boek is om een algemeen idee te hebben van hoe Monte Carlo kan gebruikt worden in allerlei vakgebieden, is het dus geen boek waar je als risicomanager onmiddellijk voordeel bij haalt. Het toepassen van Monte Carlo bij machinebreuk, of bij financiële beslissingen op hoog niveau komt dus niet aan bod. Daar is meer gespecialiseerde literatuur voor nodig.

Maar als didactisch inleidend wiskundig werk om juist te weten waar Monte Carlo technieken toe in staat zijn is het wél een aanrader. Als je door dit boekwerk doorbijt, ben je nog steeds meer leek dan specialist, dat wel, maar je bent geen absolute beginner meer. Je krijgt een idee van het belang van de centrale limiet theorema, en van de Markov ketens, en nog een hele hoop andere zaken.

Voor managers die té lang niet meer genoten hebben van wiskunde heb ik volgend advies: probeer het, uw experten zullen het misschien zelfs appreciëren. Maar indien u verloren loopt: geen nood, er bestaan nog wiskundigen die met plezier uw zaak behartigen.

Toen Hoorden We Een Enorme Knal

Zaventem, 22 maart 2016: acht seconden van leven en dood

Auteur: Mark De Wit

Ongeveer een jaar na de feiten brengt de auteur zijn relaas in boekvorm: een sterke en menselijke getuigenis van zijn belevenis van de aanslag in Zaventem op 22 maart 2016.

Het verhaal begint zoals een gewone dag van mensen die vrezen te laat te zijn voor hun vlucht naar Spanje. Eens in Zaventem duurt het niet lang of ze zitten midden in de actie. Een verstandige beslissing gekoppeld aan een portie geluk redt hen wellicht het leven. Hij getuigt van de gedachten die tijdens die lange seconden en minuten door zijn hoofd gaan. De onmacht die hij voelt bij de confrontatie met andere slachtoffers. De vragen die hem bijblijven nadien. De afschuw die het meebrengt voor soortgelijke zaken en de blijvende psychologische schade. De fouten die hij vindt die er gebeurden bij de aanpak tijdens en na de ramp.

Nergens in het boek wordt ook maar een naam van de daders vermeld. Eigenlijk heeft hij gelijk waarom hij dat doet.

Maar het verhaal stopt niet bij de aanslag en de bijhorende traumatische ervaringen. Het gaat verder en vertelt hoe hij en zijn vriendin zich verzetten tegen de angsten en hun leven verder zetten.

Het boek eindigt met een oproep om informatie over een aantal andere medetoeristen waar de auteur en zijn vriendin Christine naar op zoek zijn.

Het boek is zeer vlot geschreven en laat zich in een ruk uitlezen.

Een quote uit het boek:

“Die dag zijn we door het oog van de naald gekropen. Wij hadden een geweldige beschermengel. Maar ons leven, ons ongeschonden zijn, hebben anderen met hun leven, of met onbeschrijfelijke ellende, betaald.”

Communicatiestrategie

Auteur: Wil Michels

In een boek in vier delen vertelt de auteur over communicatie: hoe je moet denken over een strategie, welke basisstrategieën hij ziet, het gebruiken van een metafoor en dan de stap naar de uitvoering.

Ikzelf ben geen communicatiespecialist, maar toch zijn er enkele zaken die me bijbleven die nuttig kunnen zijn voor crisismanagement en crisiscommunicatie.

Vooreerst blijkt het voeren van een enkele strategie in communicatie achterhaald. Zo wordt er, wat voor crisismanagement belangrijk is, een onderscheid gemaakt tussen de strategie bij reputatiemanagement en de strategie bij issuemanagement. Het grote verschil is dat bij de reputatiestrategie een organisatie werk maakt van het opbouwen van een sterk imago bij diverse doelgroepen, terwijl bij de issuestrategie wordt ingezet op een beleid dat de perceptie van de doelgroep over een specifiek thema moet beïnvloeden. Het kan dus ingezet worden om een negatieve beeldvorming te vermijden, zoals in een crisis het geval kan zijn, terwijl de reputatiestrategie kan ingezet worden om goodwill te voorzien vooraf.

De veranderstrategie is eveneens een strategie, die kan ingezet worden bij risicovolle projecten, zoals overnames of fusies, of wijzigingen van een organisatiestructuur en –cultuur. Dit werkt vooral door het creëren van een positieve werksfeer en een breed draagvlak.

Een zaak die speciaal is bijgebleven is het principe van de zes (kleuren-)denkhoeden van Bono: deze is niet alleen bruikbaar in communicatie algemeen, maar ook in crisismanagement.

Stap 1: start met wit. Loop de feiten af en maak een analyse. Wees objectief en spring niet ineens naar conclusies.  Is de strategie realiseerbaar?

Stap 2: Groene hoed. Onderzoek de alternatieven. Provoceer. Denk creatief en maak vrije associaties.

Stap 3: Gele hoed. Bekijk de voordelen en de kansen van de strategie. Wees positief en zoek de voordelen. Speculeer over het best case scenario.  Durf dromen.

Stap 4: Zwarte hoed. Bespreek de nadelen en de risico’s en zwakheden. Geef kritiek. Wees pessimistisch en biedt weerstand. Wees de advocaat van de duivel.

Stap 5: Rode hoed. Probeer te voelen welk gevoel de strategie oproept. Wees emotioneel. Wees intuïtief. Gebruik buikgevoel.

Stap 6: Blauwe hoed. Rond de brainstorm af. Maak een samenvatting van de andere hoeden hun ideeën. Kom tot een besluit. En benoem de ideeën die het verdienen om verder uit te werken. Gebruik een helikopterview. Wat zijn de gevolgen? Welke acties zijn noodzakelijk?