Auteur: David Robson
Heel belangrijk bij beslissingen nemen is een psychologische kijk op het eigen leiderschap. Namelijk een kijk waarmee je voorkomt dat je in de “intelligence trap” trapt. Wat is dat nu precies?
De intelligence trap is in feite een direct gevolg van de onmogelijkheid van sommige mensen om te denken buiten hun verwachtingen, om een alternatieve visie op de wereld te bedenken, waar hun beslissing fout is eerder dan juist. Mensen met een zeer hoge intelligentie vallen hier meer aan ten prooi dan mensen met een gematigde intelligentie. Nobelprijswinnaars hebben hier soms last van, zo vaak zelfs dat er een begrip voor bestaat: “Nobel disease”.
Een actieve ingreep op deze valkuil kan gebruik maken van zogenaamde “evidence based wisdom”. Dit kan bijgebracht worden op alle leeftijden en aan iedereen, al heeft men meer kans om ervan te profiteren bij een gematigde intelligentie.
Een eerste stap is het inzicht hebben van wat wijsheid is. Een definitie binnen “wisdom” is: “he is wise who recognised the limits of his own knowledge” (Socrates). Los daarvan blijven een goede feitenkennis en opleiding belangrijk.
Zeer gevaarlijk is de fragiliteit van de expert. Door bijvoorbeeld sterk te leunen op schema’s en protocollen, die je moet hebben, kan hij problemen hebben om zich aan te passen aan de veranderingen in de omgeving. Flexibiliteit is dus belangrijk. Ook de persoonlijke bias is een probleem. Een aanzet van oplossing is het denken aan te passen. Dat kan reeds door erover te lezen, met inspirerende voorbeelden. Ook het plaatsen van een beginner met nog een detailblik is een voordeel daarbij omdat deze de patronen nog niet kent en dus verschillen ziet en kan duiden in details van de casus t.a.v. de algemene regel. Het kan ook door een afstandelijk standpunt in te nemen. Het oplijsten en quoteren van belangrijke aspecten, gespreid over meerdere dagen, is daarbij een voorbeeld. Daarnaast is het kunnen luisteren naar eigen emotioneel kompas een voordeel. Dit heeft te maken met het op een juiste manier kunnen in verband brengen van de gebeurtenissen in uw omgeving en uw (buik)gevoel daarbij. Tenslotte is het kunnen herkennen van opzettelijk speciaal ontworpen bullshit een nodige vaardigheid. Daartoe geeft de auteur een lijst mee van methoden waarmee foute waarheden soms worden verkocht.
Wat ons kan behoeden voor de valkuil zijn: cognitieve reflectie, intellectuele nederigheid, actieve “open-minded” denken, nieuwsgierigheid, verfijnde emotionele awareness en een “growth mindset”. Die zaken vinden we terug in de negen deugden van de Intellectual Virtues Academy. Deze zijn als volgt onderverdeeld in drie categorieën:
‘Getting started’
Nieuwsgierigheid: de mogelijkheid om zich te verwonderen en op onderzoek uit te gaan en zich de “waarom” vraag te stellen. Een dorst naar het begrijpen van dingen en het verlangen het te verkennen.
Intellectuele nederigheid: de bereidheid om de eigen grenzen en fouten te erkennen, ongeacht de intellectuele status of het -prestige.
Intellectuele autonomie: de mogelijkheid hebben voor actief autonoom en zelf-geleid denken. De mogelijkheid om te redeneren en te denken voor zichzelf.
‘Executing well’
Aandachtigheid: het klaar zijn om er met je gedachten 100% bij de zaken te zijn van het leerproces. Hou afleidingen op afstand. Wees een met de gedachten en het engagement bij het onderwerp.
Intellectuele zorgvuldigheid: de mogelijkheid om iets op te merken en het vermijden van intellectuele valkuilen. Een streven naar nauwkeurigheid.
Intellectuele grondigheid: de mogelijkheid om uitleg te zoeken en vinden. Ontevredenheid met eerder schijnbare of oppervlakkige en (te) eenvoudige uitleg. Grijpen naar een diepere betekenis en begrip.
‘Handling challenges’
Open-mindedness: een mogelijkheid om ‘outside de box’ te denken. Geeft een eerlijk gehoor aan tegengestelde perspectieven, zonder vooringenomenheid.
Intellectuele moed: klaar zijn om vol te houden in het denken of communiceren met het risico op angst om in verlegenheid gebracht te worden of om te falen.
Intellectuele vasthoudendheid: een wil om een intellectuele uitdaging en – worsteling aan te gaan. Hou je ogen op de prijs, en geef niet op.
Deze aspecten van eeuwige leermentaliteit zijn van toepassing op een individu, maar hoe stel je nu een ‘dreamteam’ samen? Dat hangt ervan af.
Als je een team hebt waarbij iedereen duidelijk gescheiden zaken moet doen, zonder overlappende jobinhoud, dan kan je een team van toppers gebruiken: er is geen competitie.
Als je een team van concurrenten moet samenstellen, waarbij overlappende jobinhoud is, dan is het belangrijk dat het niet allemaal toppers zijn, slechts ongeveer 60% zijn toppers maar dan weegt samenspel, op elkaar ingespeeld zijn, zwaarder door.
Bij een crisis team, elk type crisis team, is het een beetje het beste van deze twee werelden. In een CRT, bijvoorbeeld het bedrijfsbrandweerteam, is het duidelijk het tweede. Bij een CET, waar een teamlid wellicht een dossier afhandelt van a tot z, is het wellicht eerder het eerste. Maar bij het CMT, waar er weinig tot geen overlap is tussen de deelnemers, maar toch samengewerkt moet worden omdat men van elkaars resultaten moet op aan kunnen, is het een zuivere kruising: je hebt 100% toppers nodig, maar ze moeten ook op elkaar kunnen inspelen. Bij dit laatste is intellectuele nederigheid een zaak van belang, omdat men in dit team vaak meer te maken krijgt met hoge profielen die “zeer goed weten wat ze waard zijn”. Antistoffen daartegen zijn oefeningen waarbij men leert informatie delen, en beoordeeld wordt op het integreren van elkaars standpunt in het eigen denken.
Een mentaliteitswijziging die nuttig kan zijn om hieraan positief bij te dragen is het op gang brengen van discussies doorheen de hiërarchie, tussen de verschillende lagen van de hiërarchie, en de mensen mee te erkennen en te horen als expert op vlak van bijvoorbeeld hun eigen ideeën over arbeidsveiligheid.
Wat ook niet te negeren valt is het gebruik van statistieken van “near miss”-gevallen. Het is immers statistisch aangetoond dat een ernstige gebeurtenis voorafgegaan wordt door een aantal bijna ongevallen. Dat was bij de Challenger zo, bij de Columbia, (NASA) maar eigenlijk ook Covid-19 werd voorafgegaan door o.a. SARS en MERS. Daarbij werd gefaald om lessen te trekken en te implementeren naar de toekomst toe, of om in deze geleerde lessen te volharden. Daarvoor heb je de mentaliteit nodig van een “high-reliability” organisatie. Er werd voor dit type organisaties aangetoond dat (onderzoek van Karl Weick & Kathleen Sutcliffe) deze de volgende karakteristieken vertonen:
Verwachten om te falen: werknemers gaan naar het werk en elke dag kan een slechte dag zijn. Maar de organisatie beloont de medewerkers voor het rapporteren van hun fouten.
Onwil om interpretaties te versimpelen: medewerkers worden beloond om aannames in vraag te stellen, en om sceptisch te staan t.a.v. de wijsheden van anderen. Niemand is sanct in eigen land.
Gevoeligheid t.a.v. operations: teamleden gaan door met communiceren en interageren, om hun begrip van de situatie te vergroten, en zoeken naar de feitelijke oorsprong van elke anomalie.
Commitment aan resilience: het verwerven van de nodige kennis en resources om terug op gang te kunnen komen na een negatieve gebeurtenis. Daarbij horen de ‘pre mortems” en de besperkingen van bijna-ongevallen (“near misses”).
Eerbied voor expertise: hier is de open communicatie tussen verschillende lagen van de hiërarchie van belang, en de intellectuele nederigheid van de hogere in rang.
