Managing crises before they happen

Ian I. Mitroff with Gus Anagnos

Het boek is een verzameling van weetjes over crisismanagement.

In zijn definitie voor Crisis management in het eerste hoofdstuk stelt de auteur dat risicomanagement en noodplanning te maken hebben met natuurlijke fenomenen, terwijl crisismanagement vooral te maken heeft met crisissen die veroorzaakt zijn door mensen. Deze vernauwde definitie van crisismanagement is van belang voor de goede interpretatie bij lezing van de rest van het boek. Daarmee stelt hij dan ook dat crises een inherent onderdeel zijn van moderne gemeenschappen. Maar ook dat crises door de mens veroorzaakt kunnen vermeden worden. Daarbij is het belangrijk om altijd op zoek te gaan naar signalen van problemen in de omgeving. Ontkenning van problemen is daarbij het grootste gevaar.

In het tweede hoofdstuk gaat de auteur spreken over falend succes. Meer bepaald: hoe kan de organisatie het slachtoffer zijn van zijn eigen succes. Doordat bepaalde handelingen steeds weer te herhalen, steeds weer succes heeft doen boeken, zoals de productie en verkoop van Tylenol, wordt men blind voor de zwakke punten in het proces, dat voor J&J in 1982 de beveiliging ergens van start tot landing van tylenol bleek te zijn. Een lesson learned die er voor J&J was, is dat men steeds verantwoordelijkheid moet dragen voor zijn product. Een organisatie moet dus steeds zoeken naar nieuwe technieken, en steeds weer zijn processen, ook het veiligheidsproces, in vraag stellen. Om veiligheidsplannen op te stellen, moet men steeds de vijf volgende aspecten van de omgeving in relatie tot de organisatie in rekening brengen: complexiteit, koppelingen en verbanden tussen zaken, de scope en de grootte van processen en systemen, snelheid, en visibiliteit.

In hoofdstuk drie bespreekt de auteur een model voor beste praktijk voor crisismanagement, gebaseerd op risico’s, mechanismen, systemen, belanghebbenden en scenario’s. Daarbij is het nodig om noodplannen te hebben voor economische risico’s, informatierisico’s, fysieke risico’s, HRM, reputatie, psychopatische acties en acts of god.

Hoofdstuk vier gaat over wat wel of niet te zeggen.daarbij haalt de auteur get ‘Johari Window’ aan. Een eerste gouden raad is: onderzoek de situatie ten gronde, en vermijd het om jezelf te misleiden. Erken steeds aansprakelijkheid voor je product en je acties. En weet dat er in deze wereld geen echte geheimen meer bestaan. Er is altijd iemand die weet waarover je het niet wil hebben, en een onderzoekend journalist komt daar steevast bij uit. En het nemen van het initiatief om de waarheid te vertellen boven dat men het uit je moet persen is steeds verkieslijk omdat je dan ‘in control’ blijft.

Gelinkt daaraan gaat hoofdstuk vijf over het opnemen van aansprakelijkheid: ben je het slachtoffer of ben je de slechterik? Men is of wordt snel en gemakkelijk de slechterik, men blijft of wordt moeilijk het slachtoffer. Psychologie van de massa speelt daarin een grote rol. Belangrijk is om verantwoordelijkheid te nemen, actie te ondernemen en niet de klassieke slachtofferrol actief uit te spelen. Geef jezelf als woordvoerder een begrijpende en empatische rol en verzand nooit in techniciteiten. Vermijd vervreemding als gezicht van de organisatie van de slachtoffers, de klanten en de belanghebbenden. En ga er nooit van uit dat de logica binnen de organisatie ook die van de media en de massa is.

Daarom is ook hoofdstuk zes van belang: het detecteren van zwakke signalen om crises te vlug af te zijn. Blokkeer ze nooit! Geef aandacht aan de alarmen van de mens op de werkvloer. Hou uw communicatielijnen open. Beloon mensen als ze een probleem rapporteren. En zorg ervoor dat mensen weten wat ze moeten doen bij een crisis.

Om aan crisismanagement te kunnen doen moet men ook ver ‘out of the box’ kunnen denken. Daarover gaat hoofdstuk zeven. Een beloningsbeleid is daarbij op zijn plaats. Door deze manier van denken te stimuleren vindt men nieuwe en originele oplossingen voor problemen. Daarbij moeten natuurlijk ook beslissingen genomen worden, waar iedereen, van top to bottom, achter moet staan. Maar let op voor een gekend addertje onder het gras: pas op om het verkeerde probleem op te lossen. En controleer steeds dat wat als vanzelfsprekend wordt aangenomen.

Hoofdstuk acht gaat over het zien van ‘the big picture’. Hoe zaken samenkomen, de ene crisis de andere kan aansteken, maar dat een enkele gebeurtenis zelden voldoende is om de lont in het kruitvat te gooien. Dus moeten alle factoren die een bijdrage leveren in rekening gebracht worden. Baseer daarop de actieplannen, en consulteer het grote plaatje regelmatig om je ervan te verzekeren dat je de situatie niet erger maakt.

Hoofdstuk negen is de weg die men in 2001 voor zich zag om te gaan vanaf 2002. De meest belangrijke gouden raad daarin is “Start by designing and implementing signal detection systems throughout your organisation”.

Risicomanagement

Auteurs: P.Claes; S. Janicijevic; R. Lengkeek

In dit leerboek over risicomanagement starten de auteurs vanaf nul. Ze nemen uitgebreid de plaats voor een inleidend eerste hoofdstuk dat nodig is om aan studenten een uitleg te geven waar risicomanagement zich plaatst voor de mens, de mensheid en de organisaties en waarom het nodig is om aan risicomanagement te doen.

Pas in het tweede hoofdstuk wordt er een analytische definitie gegeven van wat risico’s zijn en wordt het verschil uitgelegd tussen de verschillende soorten risico’s: statische en dynamische en verschillende risicocategorieën. Daarbij zijn de doelen van de organisatie primordiaal. De grootte van risico’s is dan weer belangrijk om de organisaties bewust te maken waarom risicomanagement van belang is.

Risicomanagement wordt pas daarna gedefinieerd. In het boek wordt er een klemtoon gelegd op het feit dat risicomanagement een proces is dat nooit stopt. Je kan dus geen beleid maken, het in de kast leggen en zeggen dat je qua risicomanagement in orde bent. Het feit dat het een proces is maakt dat er ook iemand voor moet worden aangeduid als verantwoordelijke, op de juiste plaats in de hiërarchie.

Op die manier bouwt het boek op een logische manier verder en gaat het vervolgens dieper in op het risicomanagementproces. En om een proces op te starten is er een planning nodig. Daarbij wordt ook gekeken naar de praktijkverschillen in aanpak van statische risico’s versus dynamische risico’s.

Het boek gaat verder in op de risico-identificatie en risico-evaluatie als belangrijke stappen in het proces om aan risicomanagement te doen. Eens de organisatie zich bewust is geworden van deze risico’s en bepaald heeft welke risico’s zullen aangepakt moeten worden, ontstaat het risicobehandelingsbeleid. Daarbij is het risicoprofiel van de organisatie een belangrijk onderdeel.

De verdere hoofdstukken gaan in op het aanpakken van de risico’s, door een schadepreventiebeleid, dat risico’s gaat vermijden, verminderen, schade voorkomen of verplaatsen (overdragen). Daarbij gaat redelijk veel aandacht naar verzekeringen , maar eveneens naar het zelf dragen van het risico, waarbij eveneens ingegaan wordt op de verzekeringsvorm van de captive-structuur als oplossing. Bij deze laatste hoofdstukken verwijzen de auteurs eveneens naar meer gespecialiseerde literatuur.

Als studieboek is dit werk bijzonder geslaagd, mede dankzij zijn logische opbouw. De student rolt als het ware steeds verder binnen in de wereld van het risicomanagement.

What’s in it for me? – Waarom je risicomanagement doet

Crisissen kunnen altijd op elk moment optreden en er komt geen eind aan het aantal potentiële disasters voor de overheden. De meest effectieve aanpak daarvan is door middel van preventie. Ook het nemen van tijd om plannen te maken voor risicomanagement, crisisrespons en crisiscommunicatie kan het verschil maken tussen een groot verlies en redelijk snel terug op de sporen geraken.

 

De Jihadkaravaan – Reis naar de wortels van de haat.

Auteurs: Montasser Alde’emeh en Pieter Stockmans

In dit boek vertellen de auteurs het levensverhaal van een van hen: Montasser Alde’emeh. Er wordt beschreven hoe hij opgroeide in Vlaanderen, waar zijn vader een boerderij hield, hoe Montasser naar school ging, daar een vechtersbaasje werd, (maar met een blanke pit: hij nam het op voor zij die gepest werden), hoe hij ’s avonds van zijn vader naar de pijnlijke nieuwsuitzendingen moest kijken over Palestina en het Midden Oosten, hoe hij zich verdook in de Islam, hoe zijn broer hem uit zijn liefde voor hun moeder van kon weerhouden om te vertrekken als Syriëstrijder, hoe hij ging studeren en zijn eigen weg vond uit de haat, o.a. door te begrijpen in plaats van te weten, en hoe hij de Duisternis in zijn hart wist te verdrijven met Licht. Hoe de gerechtigheidsverlangende jongen een rechtschapen man werd.

Waar ik woon zeggen velen “als de wolven elkaar ginds gaan verscheuren zitten de schapen hier veilig”. Ik las dit boek uit interesse voor bedreigingen: de Syrië strijders. Charlie Hebdo. De auteurs  laten in Montassers ziel kijken. Montasser probeerde het dogmatische weten, de manier waarop Islam gedoceerd wordt aan Imamscholen, te overstijgen met een eigen begrijpen, en slaagde daarin. Van het dogmatische kwam nadien niet alles meer overeen met zijn persoonlijk denken. Dit is echter een moeilijke stap die niet voor iedereen is weggelegd, waardoor velen in de kloof van de haat vallen en er niet meer uit geraken. Zij die in de kloof vallen gaan de strijd aan met de anderen. Zij willen een Kalifaat opbouwen (IS), andere een Emiraat volgens een federaal principe, waar plaats is voor alle takken van de Islam (Nusra Front).  Alle partijen zoeken erkenning van een decennia lang standhoudende problematiek. De vergelijking met de oprichting van de staat Israël ligt dan ook niet ver weg: zoals de Joden een land nodig hebben, geldt hetzelfde voor hen, een land waar ze ongestoord Moslim kunnen zijn, en leven volgens hun eigen leer, onder gelijkgestemden. De versnippering van de problematiek staat echter een centrale oplossing op korte termijn in de weg.

De auteurs stellen een pakket van 66 maatregelen voor, opgedeeld in “tien kogels van verzoening, waarvan een aantal (De Weg Naar) reeds worden geïmplementeerd.

Gezien de mondiale impact van het project dat IS en andere strijders aangaan, zou dit boek best au sérieux genomen worden door politieke leiders die belangen van de eigen partij overstijgen, zodat er getoond wordt dat het merendeel van België wel degelijk “cares about it”. Want dit is aan het gebeuren in onze achtertuin, en gaat ons allen aan.

De belangrijkste zin in het boek is voor mij “… En dan zal ik jou mijn hand reiken.” Want dit is een universele boodschap die we allen moeten uitsturen om de uitweg aan te reiken uit zo’n doolhof.

Een Heel Klein Beetje Oorlog

Auteur: Erik De Soir

In dit boek beschrijft de auteur, Erik De Soir, een wereld die de meesten onder ons niet willen kennen of meemaken. Die wereld gaat over trauma’s en emotioneel schokkende gebeurtenissen. De auteur schrijft op een zeer open, leesbare en behapbare manier over zijn jarenlange ervaring met de aanpak van trauma’s.

Het boek is opgedeeld in drie delen:

Deel 1: Traumatische ervaringen;

Deel 2: Traumatische ervaringen verwerken: een puzzel van duizend stukken;

Deel 3: Traumatische ervaringen uitspreken.

Daarbij zijn er een aantal vuistregels die mij bijgebleven zijn:

  • Wees altijd eerlijk tegen een getroffene als die informatie zoekt, wees kort (maar niet kortaf) en brouw geen eigen verhaal.
  • Als je het hulpverlenen niet kan continueren zolang als je nodig bent, begin er dan niet aan, laat het over aan een ander.
  • De belangrijkste hulp komt van de mantelzorg: de eigen collega’s van de hulpverleners, lotgenoten, familie en de intieme vriendenkring die er altijd zullen staan.
  • Controleer steeds je informatie als je iets wilt vertellen aan een getroffene, en vermijd het om valse hoop te geven.
  • Na het trauma moet je de situatie in kaart brengen, als een gigantische puzzel.
  • Als het trauma optreedt is onmiddellijke hulp nodig.
  • Sta gevoelens toe. Sta een knuffel toe. De getroffene zal wel duidelijk maken als het genoeg is.
  • Let op voor secundaire victimisatie. Voor je het weet wordt er extra schade aangericht.

Maar heel belangrijk is het voor leidinggevenden om hun verantwoordelijkheid ook hier op te nemen, en bijv. als eerste te tonen op een debriefing dat gevoelens moeten mogen.

Bovendien waarschuwt de auteur voor een gevaar van het boek: door kennis te nemen van de inhoud heb je nog geen kundigheid in de materie.