Als risico’s viraal gaan – welke wereld na corona ?

Auteur: Dirk Geldof

In de inleiding benadrukt de auteur hoe cruciaal de keuzes zijn die we nu maken. Daarbij is het beleid van enorm belang, want terug gaan naar vroeger is geen goede optie. Corona confronteert ons bijv. met de uitwassen van de 21ste eeuw: een eenzijdige globalisering tot nog toe. Het geeft ons de kans om anders naar problemen te kijken, waaronder de klimaatrisico’s. daarbij stelt hij zich o.a. de vraag of de mensen zich anders gaan gedragen na de wake-up call van de lock-down, of dat ze zullen (proberen) terugglijden naar zoveel mogelijk het oude normaal.

Na een stukje recente geschiedenis, die volgens sommigen voorspelbaar was, maar volgens anderen niet, keert het verhaal terug naar een oude liefde: het kader van de risicomaatschappij van Ulrich Beck: “Risikogesellschaft. Auf dem Weg in eine andere Moderne”. Zijn denkkaders helpen om op zoek te gaan naar achterliggende oorzaken en de crisis te begrijpen. Hij ziet risicomaatschappijen als “die samenlevingen die worden geconfronteerd met de uitdagingen als gevolg van de zelf gecreëerde – en eerst verborgen – mogelijkheid om al het leven op aarde te vernietigen”.

Voortbouwend op Beck analyseert Geldof in zijn boek “Onzekerheid. Over leven in de risicomaatschappij” de overgang naar de mondiale risicomaatschappij adhv 4 grote assen:

  • Risico’s domineren steeds meer persoonlijke, maatschappelijke en politieke agenda’s.
  • De sociale strijd verschuift steeds meer van een verdeling van rijkdom naar een verdeling van risico’s.
  • De maatschappelijke structuren van de 20ste eeuw passen niet bij de huidige risico’s.
  • Risico’s gaan steeds meer voorbij aan grenzen van naties en staten en worden mondialer.

Daarbij is het begrip van risico-enscenering belangrijk: er is een vervaging van objectief meetbare risico’s vs de subjectief, cultureel bepaalde waarneming van die risico’s. dit laatste is de perceptie van de risico’s door experten, politici, de media en de bevolking. Risicodefinitie wordt daarbij een machtsstrijd tussen de actoren vanuit hun verschillende posities. Met onderschatting, ernstig nemen of overschatting van de risico’s als gevolg.

Enkele zaken die me bijbleven uit dit essay zijn volgende lessons identified:

  • Risico’s analyseren betekent ook de werking van de instituties in onze samenleving analyseren, in het geval van corona zijn dit o.a. gezondheidssystemen en -organisaties, nationaal en internationaal.
  • Mobiliteit maakt ons kwetsbaar, niet alleen voor ziektes, maar via de fossiele brandstoffen om energie op te wekken ook voor het klimaat.
  • We zijn als “rijke landen” enorm afhankelijk van “arme landen” door groeiende globalisering.
  • Het huidige systeem om zich te verzekeren tegen risico’s is achterhaald. Sommige risico’s worden onberekenbaar, dus niet meer compenseerbaar en onverzekerbaar.
  • Mondiale risico’s worden onbegrensd in ruimte en tijd.
  • Het besef groeit – vrij laat – bij zowel politici als bij de bevolking, dat niets doen geen optie meer is. Bij klimaatrisico’s duurde het twee decennia voor er enig gevoel van dringendheid kwam, en het wordt steeds achteruit geplaatst voor schijnbaar dringendere zaken. En voor de belangen van vervuilende sectoren.
  • Het blijft dus uitkijken naar het moment waarop samenlevingen eensgezind maatregelen treffen die een aantal bepaalde risico’s beperken of vermijden.
  • Het risico op nieuwe pandemieën zal nooit helemaal verdwijnen.
  • Het kan nuttig zijn om te bepalen op welke manier globalisering zich mag ontwikkelen in de toekomst, en hoe niet wegens te risicovol.
  • Met risico’s zijn er drie dingen die we teveel doen: ze onder de mat schuiven (negeren), outsourcen naar andere landen met minder strenge regels, en doorschuiven naar volgende generaties.
  • De coronacrisis moet een blikopener zijn om op een veel meer verantwoorde manier om te gaan met risico’s en uitdagingen voor de mensheid in de 21ste
  • We moeten ons afvragen wat de coronacrisis betekent voor andere cruciale risico’s die we het hoofd moeten bieden, zoals de vluchtelingen crisis, de klimaatcrisis, de economische recessie die corona uitlokt via reeds genomen maatregelen, het optreden van opgelegde eenzaamheid, het vraagstuk hoe toerisme kan heropleven, hoe de horeca kan doorstarten, … en hoe dit kan overleven in een nieuw normaal.
  • De pandemie heeft met de ongekende snelheid waarmee de lock-down hoofdzakelijk werd nageleefd, aangetoond dat de maatschappij maakbaar is. De mensheid is wél capabel om alle neuzen in dezelfde richting te zetten. Daarmee is aangetoond dat de impotentie van de maakbaarheid van de maatschappij een fabel is.
  • In de coronacrisis werd er (tijdelijk) herstel gecreëerd van de positie van wetenschappers en experten in de samenleving. Bij de klimaatcrisis gebeurt dit maar moeizaam.
  • Naast gezondheidsimpact is ook een oog nodig voor de maatschappelijke impact. Eigenlijk is er een 360° blik nodig.
  • De afbouw van de lock-down maatregelen is complexer dan de opbouw ervan.
  • Welke lessen trekken we uit deze crisis? Zetten we de kostprijzen van subsidies aan bedrijfswagens en de aankoop en onderhoud van F35-gevechtsvliegtuigen af tegen investeringen in onze gezondheidszorg? In welke ‘oorlog’ investeren we het best?
  • Er waren lang chronische tekorten aan beschermingsmiddelen, aan testkits, aan testers, en labo-capaciteit. Dit maakte de maatschappij kwetsbaar, vooral ziekenhuizen en woonzorgcentra.
  • Het coronavirus is niet democratisch: er waren duidelijke risicogroepen, waaronder ook de armen. Ook: wat doen we nu we door corona met een ongeziene groei van het aantal mensen in armoede geconfronteerd dreigen te worden?
  • De verregaande maatregelen tegen corona nu kunnen alleen maar door dit als belangrijker te beschouwen dan alle andere risico’s. Dit creëert een tunnelvisie als deel van de corona-enscenering. In 2008 kegelde de bankencrisis het momentum van het klimaatbeleid omver. Nu dreigt opnieuw hetzelfde te gebeuren. We verspelen dus tijd om andere, schijnbaar minder urgente, risico’s aan te pakken…
  • Deze eenzijdige aanpak (geïsoleerde aanpak van de risico’s) zal nefaste gevolgen hebben in samenloop met andere risico’s.
    • Alle risico’s moeten als urgent bezien worden.
    • Koppel de economische relance maatregelen van de coronacrisis aan de klimaatmaatregelen.
  • We zien in deze crisis ook dat de pandemie een aantal economische ketens volgt:
    • Toerisme
    • Productieketens
  • We zijn echter afhankelijk van net die productieketens om de strijd aan te gaan met de pandemie: bijv. de mondmaskers uit China.
  • Solidariteit staat blijkbaar haaks op de vrije markt: de hoogst biedende spelers, alsook de minst morele, halen de bovenhand.
  • Bij grootschalige crisissen treden strategieën in werking waarbij mensen en bedrijven de crisis gebruiken om beleid te voeren dat systematisch voor meer ongelijkheid zorgt.
  • Door vernietigen van ecosystemen komen we steeds meer in contact met dieren die uit hun habitat gedreven worden, waardoor we steeds meer nieuwe ideale omstandigheden creëren voor zoönosen en epidemieën.
  • Leren omgaan met crisissen vereist een dubbele beweging: risico’s toestaan maar ernstig nemen om ze te kunnen voorkomen.
  • Ook het terug op gang trekken van de maatschappij uit de lock-down vereist het nemen van risico’s of het vermijden ervan.
  • Er heerst een complexiteit van wicked risks die op elkaar ingrijpen. Om geen nieuwe risico’s en crisissen daarmee uit te lokken als we een crisismaatregel nemen, moeten we leren omgaan met die complexiteit.
  • Om naar een andere normaliteit te kunnen gaan zijn alvast twee zaken zeer belangrijk: leiderschap en wetenschap. Deze lijden echter onder populisme. Er zijn echter ook maakbaarheid en veerkracht in de maatschappij.
  • De vraag is niet alleen of en hoe we de samenleving en economie heropstarten, maar vooral ook hoe dat die er in het nieuwe normaal zullen moeten uitzien.
  • De lock-down heeft ook duidelijk gemaakt welke beroepen er toe doen in onze maatschappij. Vele daarvan zijn niet goed betaald.

Onzekerheid – over leven in de risicomaatschappij

Auteur: Dirk Geldof

Van dit boek kreeg ik toevallig de eerste druk uit 2008 in handen. Dit kan dus eventueel verschillen inhouden t.a.v. latere drukken. Ik vertrouw er echter op dat dit niet nefast zal zijn voor deze boekrecensie.

In de inleiding stelt de auteur dat onze wereld steeds sneller verandert. Wat gisteren nog evident leek, is het vandaag niet meer. Wie meesurft op die golven van verandering merkt de voortdurende versnelling amper. Enkel wie wat afstand neemt, ziet de snelheid. Vaak betekenen veranderingen verbeteringen, niet in het minst technologisch. Toch is lang niet elke verandering een verbetering.

Met die woorden begint het boek. Het is dus niet verwonderlijk dat mensen te midden die snelheid aan veranderingen zich onzeker voelen.

Met dit boek wil de auteur een kader aanreiken om de snel veranderende samenleving (beter) te (blijven) begrijpen. Om dit te kunnen schrijft de auteur dit kader uit in negen hoofdstukken. Welke lessen zijn er bijgebleven?

Hoofdstuk 1: Een wereld van onzekerheid

  • We leven in een paradoxale wereld: nooit was er zoveel (on)zekerheid.
  • De wereld evolueert razendsnel en verandering is de norm.
  • Mensen willen steeds meer risico’s vermijden.
  • Onzekerheid is uitdagend maar ook psychisch belastend.
  • We evolueren van een solide moderniteit naar een versplinterde moderniteit: men moet steeds flexibeler zijn.
  • Groeiende scheiding tussen macht en politiek: beschermende kaders vallen weg.
  • Economie als macht maakt onzeker.
  • Competitie wordt hipper dan solidariteit.
  • Er wordt minder gedacht, gepland, en gehandeld op lange termijn.
  • Mensen moeten meer op zichzelf leren omgaan met risico’s. Individualisering is een probleem.
  • Leven in de 21ste eeuw is inspelen op verandering en omgaan met onzekerheid. Wat gisteren evident was, is vandaag achterhaald.

Hoofdstuk 2: De wereld als mondiale risicomaatschappij

  • Actualiteitsdruk zorgt voor voortdurende verandering.
  • We moeten afstand nemen van onze normale gefragmenteerde manier van kijken om het grotere verhaal te zien.
  • Het idee van een risicomaatschappij is dat we op alle maatschappelijke domeinen met risico’s worden geconfronteerd. Ecologische risico’s zijn daarbij zeer belangrijk.
  • Risicomaatschappijen zijn “die samenlevingen die worden geconfronteerd met de uitdagingen als gevolg van de zelf gecreëerde – en eerst verborgen – mogelijkheid om al het leven op aarde te vernietigen.
  • Zowel als samenleving als in de privésfeer is men steeds meer bezig met het leren omgaan met risico’s. Het gaat nu om méér en àndere risico’s dan vroeger.
    • Technische risico’s zijn uitvergroot.
    • Klimaatopwarming is meer dan een issue.
  • Onzekerheid wordt nu meer door mensen geproduceerd.
  • Het gaat niet alleen om objectieve verschillen tussen zekerheid vroeger en nu, maar ook om de subjectieve ervaring er van.
  • Er is een strijd om de verdeling van de risico’s, en die wordt dominanter. Maar: rijkdom kan hiërarchisch zijn, maar smog is democratisch: iedereen wordt er door getroffen.
  • Wetenschap en technologie verliezen hun gezag, en spreken elkaar in crisissen soms tegen.
  • In de overgang naar de mondiale risicomaatschappij worden risico’s soms ook onverzekerbaar, zoals kernrampen en terreuraanslagen. We kennen altijd het begin van de ramp, maar zelden of nooit het einde.
  • Risico’s worden ook steeds mondialer. De impact van een financiële of ecologische crisis is /zal wereldwijd zijn. Ook de angst daarbij is wereldwijd.
  • Maar de focus op risico’s is tevens de aanzet om er iets aan te doen.

Hoofdstuk 3: Ecologische risico’s steeds centraler

  • Ecologische risico’s waren in 2008 een recente kwestie.
  • Duurzaamheid is een sleutelwoord in de risicomaatschappij.
  • Klimaatopwarming is hét hot issue, het situeert zich overal ter wereld en nog is het onderbelicht.
  • Er zijn drie grote groepen van globale ecologische risico’s:
    • die voortkomen uit rijkdom, (bijv. zure regen)
    • die voortkomen uit armoede, (bijv. platbranden van wouden voor landbouw)
    • die voortkomen uit nucleaire, biologische en chemische wapens (en klassieke oorlogsvoering).
  • Gevaren daarbij zijn verschillend van vroeger om twee redenen:
    • de impact gaat verder bij nucleaire en chemische of genetische processen,
    • we gaan vaker over de grenzen heen van wat de natuur kan herstellen.
  • We moeten opnieuw leren omgaan met niet-weten. Alles weten en kennen is niet het pad naar de oplossing, is ook niet meer mogelijk. Daarbij kan het voorzorgsprincipe ons helpen.

Hoofdstuk 4: Globalisering en sociaaleconomische risico’s

  • Een job voor het leven kan niet meer met zekerheid gesteld worden. Maar voor velen is dit ook geen ideaal beeld meer. Het risico op armoede is hier aan gelinkt, maar net zo goed het risico op burn-out.
  • De markten staan centraler is de wereld, het belang van natiestaten brokkelt af. Of toch niet?
  • Grenzen aan ruimte en tijd vervagen. Door het internet, en doordat sommige steden reeds 24h per dag bruisen van leven. Productie gebeurt haast de klok rond.
  • Migranten van nu kunnen op elk moment contact onderhouden met hun familie via GSM en internet. Op die manier leven ze in twee werelden.
  • De arbeidsmarkt komt onder druk te staan van de globalisering. De eerste veranderingen waren na de tweede wereldoorlog en het toenmalige tekort aan arbeidskrachten.
  • De werkende mens moet steeds flexibeler omgaan met de relatie privé – werk. De vraag is maar hoeveel rek daar op zit. Onder andere daardoor ontstond structurele werkloosheid.
  • Werkloosheid is een probleem op meerdere manieren:
    • m.b.t. het inkomen,
    • m.b.t. integratie (niet alleen van migranten maar ook van autochtonen in de maatschappij),
    • m.b.t. de financiering van de sociale zekerheid,
    • m.b.t. verdeling van hoeveelheid arbeid, ongelijke lonen, macht, aanzien, zelfrealisatie en tijd(sinvulling).
  • Ook armoede en sociale uitsluiting vormen belangrijke sociaal-economische risico’s.
  • Met loonarbeid centraal en een stijgende job onzekerheid volgt er een groeiend risico op burn-outs en depressies en andere gezondheidsklachten. We beschouwen daarbij de door onszelf gecreëerde economische systeem als een externe druk.

Hoofdstuk 5: Individualisering en onzekere vrijheid

  • De individuele vrijheid is enorm. Mensen kunnen hun eigen boek schrijven. Maar daarmee komen onzekerheden: welke keuzes moeten we maken? Dat staat niet in dat boek tot ze gemaakt zijn. Daarmee doen ze ook aan zelfrealisatie.
  • Mensen werden al in het begin van de 20ste eeuw onafhankelijker van de (lokale) gemeenschap, familie en vrienden. Mensen kiezen nu zelf meer tot welke groep ze behoren.
  • a. daardoor stijgt de vraag naar de zin en de kwaliteit van het leven. Dit overstijgt de onmiddellijke bestaanszekerheid.
  • Relaties worden dan ook brozer. Het huwelijk is vaak niet meer tot de dood u scheidt. Best forever friends zijn niet forever. De kans om alleen te staan te komen wordt realistischer. Maar er ontstaan ook nieuwe ontmoetingsvormen: relatiebureau’s, relatietherapie, dating-websites,…
  • Zelfrealisatie ontplooit zich ook in belangrijke mate in de arbeidswereld on the job. Broze relaties maken jobzekerheid crucialer. Flexibiliteitsvereisten werken voor die broze relaties niet bepaald mee.
  • De effecten van de individualisering op kinderen is groot. Zelfs op de beslissing om kinderen te hebben. Het is nu meer dan ooit een controleerbare, planbare en bewuste beslissing.
  • Elke keuze in relatie tot het bovenstaande in dit hoofdstuk houdt een bijhorend individualiseringsrisico in, omdat elke keuze de verkeerde kan zijn. En het feit dat ze ons en anderen kunnen confronteren.
  • Enkele kanttekeningen zijn
    • Individualisering en ongelijkheid: niet iedereen in de maatschappij heeft een echt vrije keuze om een levensproject uit te bouwen, om zijn eigen boek te schrijven.
    • De samenleving is meer dan de optelsom van individuen en families. Er is nood aan sociaal cement. Dat dreigt te verdwijnen. Verder wil iedereen de vrije keuze, maar kiezen de meesten voor hetzelfde.
    • De macht om zelf te kiezen is tegenwoordig veelal belangrijker dan het volgen van stramienen en tradities. De kerk bijv. heeft haar macht verloren. Veel ouders ook.
    • Het is duidelijk dat migranten anders staan tegenover de individualiseringsprocessen in West-Europa.

Dit levert spanningen op.

Hoofdstuk 6: Tijdsrisico’s in een versnellende samenleving

  • De economische en technologische veranderingen zorgen voor groeiende tijdsdruk. Daarbij treden persoonlijke en maatschappelijke tijdsproblemen op. Omgang met tijd is immers een van de domeinen waarop de individualisering het sterkst tot uiting komt. O.a. daarbij treden drie tijdsparadoxen op:
    • Onze gemiddelde arbeidstijd was nooit korter, maar onze tijdsdruk nooit zo hoog. We stampen elk vrij moment vol met tijdsbestedingen op een overvolle rollercoaster. Ook al noemen we dat dan onze “vrije tijd”, en dat van de huisgenoten. De druk op de vrouw in de relatie ligt daar beduidend hoog.
    • Het toenemend gevoel van tekort aan tijd gaat gepaard met een versnelling van alles wat we doen. We plannen onze tijd steeds meer. Hoe meer tijd we winnen, hoe minder we er lijken over te houden.
    • Materieel hebben we het heel goed, maar we nemen / hebben de tijd niet om er van te genieten.
  • Onthaasting lijkt dan een oplossing voor de tijdsparadoxen.

Hoofdstuk 7: Migratierisico’s in onze kosmopolitische steden

  • Migratie is wel van alle tijden, maar de impact ervan is nooit zo groot geweest als recent. Globalisering lokt ook migratiestromen uit. Risico’s daarvan staan hoog op de agenda. Zowel voor de samenleving waar de migranten terecht komen, als voor de migranten zelf. Vragen daarbij zijn:
    • Wie is er allochtoon, wie migrant?
    • Hoe lang blijf je dat?
    • Wat is integratie nu precies?
    • Waarom migreert wie?
    • Wat is het verschil tussen een migrant en een vluchteling?
    • Is het migratieproces noodzakelijk een vervreemdingsproces?
  • Naast het risico van slechte integratie, blijft het risico van achterstelling en discriminatie.
  • Doordat we met een verouderde bril kijken naar de verandering in de steden, blijven we vaak ook denken in verouderde, stereotiepe beelden, aan beide kanten. Dit levert wij/zij tegenstellingen in de hand. Daardoor herkennen we de ambivalentie en complexiteit van de realiteit niet. Dit levert voedingsbodem voor té eenvoudige zogenaamde extreme oplossingen (zonder een holistische blik op de problematiek) en voor polarisatie aan beide zijden.
  • Of/of denken dat het eigene van het vreemde afgrenst moet vervangen worden door en/en denken.
  • Steden zijn steeds ‘transnationaler’. Met daarbij horende verwachtingen, ambities en tegenspraken. Het wordt dus niet eenvoudiger. Want migranten in onze steden brengen hun familie ook binnen via hun contact over het internet en de GSM.
  • Niet iedereen is gekend in onze statistieken. De bevolkingscijfers zijn niet volledig gekend. Dit levert problemen van zwartwerk en armoede in de hand.
  • Het multiculturele beeld van braaf naast elkaar leven is achterhaald. Elk migratieproces gaat gepaard met conflicten over normen en waarden, over gewoonten, over gedragingen die tot irritatie leiden. Een van de fouten hierin is het idee van het houden van de eigen identiteit. Er moet o.a. erkenning zijn van het anders zijn, en van meervoudige identiteiten.
    • Integratie gaat naast het verwerven van vaardigheden, vooral over het deel uitmaken van een samenleving. Daarbij moeten tradities heroverwogen worden. Maar ook de samenleving moet de migranten willen laten deelnemen aan die maatschappij. Daar is kritisch zelfonderzoek aan beide kanten niet vreemd aan. Naast elkaar leven is dus geen optie in deze visie.

Hoofdstuk 8: Onzekerheid, reflexiviteit en moderniteit

  • Reflexiviteit als zelfbeschouwing is nodig op verschillende niveaus: het individu, de organisaties, de samenleving en globaal. Maar niet alleen over zichzelf, maar ook van en door de andere partij dient daartoe bijgedragen te worden. Eventueel kan het gezamenlijk.
  • Er bestaat het risico dat het individu beschuldigd wordt van zich te blijven blootstellen aan risico’s waar hij niet aan kan ontsnappen.
  • Met moderniteit verstaat de auteur de manier van leven en organisatie van de maatschappij die in Europa ontstond vanaf de 17de eeuw en die nadien een wereldwijde invloed en verspreiding heeft gekend.
  • Een van de resultaten van het hoofdstuk is dat ecologische risico’s ons zullen dwingen om de bestaande economie drastisch bij te sturen. Dit schreef de auteur in zijn eerste druk uit 2008. Vandaag de dag voelt dit steeds nijpender aan. Verouderde instituties en structurele beperkingen helpen daar niet aan. Dit moet zich ook politiek gaan vertalen.

Hoofdstuk 9: Uitdagingen in de mondiale risicomaatschappij

  • Dé uitdaging voor de 21ste eeuw is zonder twijfel de klimaatopwarming. Dit is van een geheel andere orde dan de milieuproblemen van de eerste generatie die eenvoudig oplosbaar waren.
  • Onze rijkdom in Europa is uitzonderlijk en mogelijk omdat er vijf miljard mensen het veel minder hebben. Een radicale bijsturing van het korte-termijn-winstbejag is nodig.
  • De sociale zekerheid in Europa en de sociale voorzieningen zijn een realisatie van het verleden die niet vanzelfsprekend is. Onze verzorgingsstaat staat onder druk. Steeds meer mensen leven langer, genieten langer van hun pensioen en doen meer beroep op gezondheidszorg, bijvoorbeeld. Maar ook steeds meer kennis van sociale risico’s zet steeds meer de solidariteit onder druk.
  • Individualiseringsprocessen zetten onze traditionele sociale relaties onder druk. Oppervlakkigheid is daarbij een risico. Dat vormt een uitdaging voor het sociaal kapitaal van de samenleving.
  • Er gebeurt een shift in wat we als samenleving prioritair vinden: onze levenskwaliteit. Maar door de huidige ontwikkelingen in de besproken domeinen in het boek, komt deze levenskwaliteit steeds meer onder druk te staan.
  • Door migratie en bevolkingsgroei zal de diversiteit in Europa verder toenemen. Daardoor zal men met pluriformiteit moeten leren leven. Dit loopt echter het risico op polarisatie.
  • We zullen anders moeten leren omgaan met kennis. Hoe moeten we leren leven met kennis over globale risico’s? De twee irrationele reacties die de auteur ziet zijn ontkenning en hysterie. Reflexieve modernisering kan daarentegen bouwen op wetenschap, ratio en kennis, en kan leren omgaan met grenzen, de onze, die van de medemens en die van de planeet enz.