BCM en de Kerstman

Beschouw een complexe organisatie met productiehallen en logistieke units, gebaseerd op de Noordpool, traditioneel heel erg in de weer rond 25 december. Zoals u zich kan inbeelden, behelst de planning voor deze gebeurtenis een heel jaar. De CEO “Santa” is nog geen vijf minuten terug van het afleveren van de pakjes, of de cyclus begint opnieuw. En hij wordt voortdurend geroepen om onverwachte problemen op te lossen die dringend aandacht vereisen…

Dit jaar begon het al vroeg. Santa had net de slee in de garage gezet, of hij werd al op de korrel genomen door het Kerstvrouwtje.  “Wat hebben al die reportages op de TV te betekenen, waarin je te zien bent terwijl je de mama van een kindje kust?”, vraagt ze streng. “W, w, watte? Wie?” stamelde Santa.  Hij kon uitleggen dat het hier ging over een geval van identiteitswisseling. Het imago van Santa had een flinke opdoffer gekregen door toedoen van een bedrieger. Hij ging recht naar zijn Crisiscommunicatie team, en na een snel ingrijpen en een publieke verontschuldiging was zijn reputatie hersteld. Hij kan zich gewoonweg niet veroorloven dat zijn klanten zich kunnen verbeelden dat hij stout is op welke manier dan ook…    Februari bracht veel ijsstormen op de Noordpool.  “Santa, het is momenteel veel te koud voor de Elfjes om te werken,” zei de Elfjes manager en veiligheidself hem, “Ik heb de opdracht gegeven om het werk neer te leggen.”   Santa zuchtte en greep naar de Gouden Pagina’s op het internet, “Hallo, verwarmingsingenieurs? Is het mogelijk dat jullie mijn Elfjes terug een aangename werktemperatuur bezorgen…”.   Ondanks de onderbreking, en door bereidwillig overuren te kloppen, waren de Elfjes snel terug op schema.

De zaken gingen goed, en het werk verliep ononderbroken tot de trekvogels in de lente terugkwamen uit hun winterse habitats. Er groeide onrust onder de Elfjes dat de wilde vogels het gevreesde H5N1 vogelgriep met zich zouden meebrengen. Dit gaf angst voor een regelrechte epidemie. Santa consulteerde de WHO website om het laatste advies in te winnen.    “Er is momenteel erg weinig risico op vogelgriep. De vogels die terugkeren komen uit verre landen zonder gekende uitbraken van H5N1-virus, maar om zeker te zijn zal ik een paar bewakers aanduiden die een oogje moeten houden op de gezondheid van de vogels”, zei Santa tegen zijn Elfjes. Hij hoopte dat hij niet nog meer bewakers moest inzetten, wanneer de kudden wilde rendieren terugkeren. Hij had immers gelezen dat het blauwtongvirus zich verspreidde naar het noorden, en hij had al een rendier met een rode neus…    De zomervakantie had zoals elk jaar zijn typische problemen: verveelde kinderen met teveel tijd en niets om handen, waren op de uitkijk om kattenkwaad aan te richten. Dit jaar kwam het alarm van Santa’s Exploitatie-elfjes, die in paniek kwamen vertellen dat enkele stoute kinderen die ochtend de “Braaf en Stout”-database hadden gehackt, en alles op “braaf” hadden gezet. Er was geen manier meer om te weten wie braaf en stout was geweest het laatste halfjaar. Gelukkig is Santa goed op de hoogte van de laatste technologische snufjes en had hij een back-up gemaakt en liet die “restoren”. Voor de volledigheid liet hij daarna nog een virusscanner lopen over de servers, stelde de Firewalls opnieuw in en gaf het bevel aan alle Elfjes om hun paswoorden te wijzigen.    In de herfst waren er gelukkig geen verdere problemen die Santa vermoeiden. Maar 24 december was, zoals elk jaar, nagelbijten: de generale repetitie voor de 25ste. De Elfjes laadden de slee van Santa in en de kudde rendieren werden in hun harnas gehesen. Santa klom in het zadel vooraan in de slee, nam de leidsels van de slee in de ene hand, en draaide de sleutel in het contact van de slee met de andere hand. Een kort gegrom van de raketmotoren en niets meer. Hij draaide opnieuw met de sleutel in het contact. Weer een kort gegrom van de motoren en dan niets meer. Santa realiseerde zich dat hij vorig jaar, tijdens het oplossen van het reputatieprobleem, vergeten was om de lichten van zijn slee uit te zetten. Gevolg: een lege batterij.    Gelukkig, op aandringen van het Kerstvrouwtje, was de opstarttest wel degelijk doorgegaan op 24 december. Natuurlijk vond Santa het niet leuk dat hij zich al in zijn slee moest hijsen terwijl hij zijn jaarlijks diner nog niet had beëindigd en hij al die lekkere stukjes taart moest laten staan, en natuurlijk klaagden de Elfjes dat ze de wagen opnieuw zouden moeten uitladen en inladen voor een technisch onderhoud. Maar het Kerstvrouwtje had Santa overhaald om de test toch uit te voeren voordat de grote kadootjesdag was aangebroken. De batterij werd vervangen door een geladen exemplaar, en op 25 december kregen alle écht brave kinderen de juiste kadootjes dankzij Santa’s Business Continuity Voorzieningen…

 

Continuïteit in de publieke sector

Auteur: Marc Vael

Auteur Marc Vael vertelt in het eerste hoofdstuk van zijn boek ‘Continuïteit in de publieke sector’ over de uitdagingen rond continuïteit in de publieke sector. Daarbij gaat hij eerst breed in op processen en op de verschillende mogelijke types van kwetsbaarheden van de organisaties. In een tweede hoofdstuk bespreekt de auteur de verschillende perspectieven van continuïteitsbeheer als zijnde succesfactoren. In het derde hoofdstuk komt hij goed op dreef met het project om continuïteitsbeheer aan te pakken, dat zich daarna vertaalt in een project met een cyclus dat dezelfde stappen doorloopt: opstart, risicoanalyse, ontwerp, implementatie en onderhoud en oefening en verbetering. Het laatste hoofdstuk gaat over audit en vervolledigt het proces.

Voor 42€ had ik meer verwachtingen van het boek: o.a. minder taalfouten en een dankwoord aan de mensen die daarvoor hadden moeten zorgen.

Daarnaast vergaloppeert de auteur zich soms wat betreft de doelgroep van het boek, want her en der sluipen er argumenten in die typisch zijn voor de privésector, o.a. op pagina’s 90, 118 en 124. Respectievelijk: de V.o. gaat geen verzekeringen aan, en het besluit van maandomzet als te verzekeren bedrag houdt weinig steek: een publieke sector draait niet echt een omzet. Daarnaast het argument van loyaliteitsoefening op pagina 118, want de overheid is er toch vrij zeker van dat voor de meeste diensten de burger nergens anders heen kan. Pagina 124 heeft de auteur het over verzekeringsclaims, maar behoudens eventueel gemeenten is de overheid zijn eigen verzekeraar.

Daarvoor heeft de auteur het op een ongenuanceerde manier over MTPOD: maximum tolerable period of downtime. Mijn vraag is, rekent men deze steeds bij het initiële moment van het optreden van een incident, (in theorie wellicht wel) of bij het ontdekken van een crisis (want het beginmoment is niet altijd duidelijk).

Maar het boek moet ook het krediet krijgen die het verdient: de aanpak van continuïteit is stevig verteld met een aantal duidelijk onderscheiden stappen. Wat ik spijtig vind is dat te weinig de link gelegd wordt met de in de overheid stevig ingeburgerde PDCA cyclus van Deming.

Verder vind ik het eveneens spijtig dat de auteur wat betreft de bewoording van de kriticiteit van de processen zich niet houdt aan de in de Vlaamse overheid gedefinieerde terminologie: hij spreekt van essentiële, belangrijke en relevante functies i.p.v. tijdskritieke, essentiële en noodzakelijke functies. What’s in a name? Spraakverwarring natuurlijk !

Persoonlijk was ik het meest gecharmeerd door de bijlagen.

Kort samengevat zou ik, als ik auteur was van dit boek, het boek herwerken.