Risk Issues and Crisis Management in Public Relations – A Casebook of Best Practice

Auteurs: Michael Regester & Judy Larkin

In dit boek behandelen de auteurs Risicomanagement (hoewel ze enkel spreken van risico-issues) en crisismanagement als een onderdeel van wat zij noemen ‘Issues management’ en dat met een insteek vanuit het bijdragestandpunt van Public relations. Hierbij geven ze tal van voorbeelden in de vorm van gevalstudies.

Het boek is opgedeeld in twee delen: een deel over de uitwerking van issues management, dat verdacht veel trekt op risicomanagement, doordat het enorm veel gelijkaardige bouwstenen heeft, en een tweede deel over crisis management, waarbij  zowel het belang van de teams wordt benadrukt, als de communicatieaspecten.

In Issues management wordt gewerkt naar een opstellen van een procedure van issues management, waarbij voornamelijk veel aandacht gaat naar de componenten die de auteurs belangrijk vinden, en waarbij het verhaal wordt afgesloten met enkele overzichten van concrete aanpakken in twee bestaande organisaties.

Bij Crisismanagement is het de bedoeling dat je het volgende zeker onthoudt (niet noodzakelijk in deze volgorde en geen limitatieve lijst):

  • Wees de eerste om het mee te delen, erken als eerste dat er een probleem is.
  • Rectificeer onmiddellijk elke fout die in de media komt,
  • Wees volledig, correct, eerlijk, transparant en gewillig om te communiceren. Zeg niet dingen zoals ‘no comment’ en als er nog niets geweten is, deel dan mee dat je geen steen onomgedraaid zult laten om te weten hoe de zaken in elkaar zitten.
  • Zorg voor een plaats om de pers te woord te staan. Voor de televisiezenders kan je best one-on-one werken. Dit laatste kan zeer veel tijd en energie vergen en daarom kan het interessant zijn om een enkele tv-interview op te laten zetten in samenspraak met alle zenders.
  • Begin onmiddellijk te communiceren, ook al heb je nog geen informatie.
  • Spreek steeds over volgende onderwerpen in de volgende volgorde:
    • Mensen
    • Milieu en omgeving
    • Eigendommen
    • Geld

En spreek steeds eerst over de feiten, dan emoties en vermeld dan een visie van wat je zal doen of er voor aan het doen bent. Voorkom een leegte in de communicatie.

  • Zorg steeds dat je acties in de kijker staan, en dat je gehoord wordt
  • Vermijd het om kwaad bloed te zetten bij de populatie
  • Bezoek de rampensite
  • Erken schuld als deze bewezen is, niet eerder. Verwijs naar experten voor de bewijsvoering en laat je niet verleiden tot oeverloze verdedigingspraat.
  • Speculeer nooit over wat je niet weet.
  • Indien de pers geen aandacht voor u heeft, loop dan niet weg, blijf in de omgeving maar trek geen aandacht naar uw organisatie. Wees geen ‘sitting target’.
  • Negeer geen enkele mediabron.
  • Wees bereid tot ex-gratia-betalingen.

Dit alles wordt uitgebreid gestoffeerd met cases waar het lukte en waar het niet lukte.

Key Risk Indicators

Auteurs: Ann Rodriguez en Viney Chadha

In het boek behandelen de auteurs het geheel van het opstellen en implementeren van een Key Risk Indicators raamwerk dat zowel kan gebruikt worden als een integraal deel van het Risico Management Raamwerk, als een tool die kan gebruikt worden om beslissingen te ondersteunen in het dagelijks management.

In het eerste hoofdstuk leggen de auteurs de fundaties van KRI: meten is immers weten. Daarom moet je ook weten dat er verschillende soorten indicatoren zijn. Het boek houdt het bij Key Risk Indicatoren, Key Performantie Indicatoren en Key Control Indicatoren.

Heel belangrijk is de gemeenschappelijke taal, de Risico-taxonomie, die de mensen in de organisatie moeten beheersen. Dit is o.a. van belang bij het herkennen van afwijkingen die kunnen optreden in de metingen en/of de interpretatie ervan.

Maar een van de allerbelangrijkste aspecten i.v.m. Risico management en KRI daarover is de cultuur van de organisatie. Een van de mogelijke aspecten daarin is hoe committed de medewerkers zijn in het bereiken van de gemeenschappelijke doelstellingen. Een ander aspect is hoe goed de drie “lines of defence” zijn uitgebouwd, en hoe goed deze samenwerken.

In enkele korte hoofdstukken worden daarna het belang besproken van het Enterprise Risk Management en het ERM Framework. In een zeer uitgebreid hoofdstuk wordt nadien het Operationeel Risk Management besproken. De meest uitgesproken programma elementen daarbij volgens de auteurs zijn: risico en control self-assessments, scenario analyse, business omgevings assessments, data van interne verliezen, data van externe verliezen, issues management en uiteindelijk: de KRI.

In hoofdstukken 7, 8 en 9 bespreken de auteurs de opstelling van een KRI Raamwerk, de levenscyclus van het KRI programma en het KRI Project dat alles implementeert. Hoofdstukken 10 en 11 gaan over het gebruik van KRI’s en hoe je erover rapporteert, en wat je aan wie rapporteert, naargelang ze met de cijfers andere dingen doen… (The board heeft niet dezelfde cijfers nodig als het Senior Management bijv.).

In hoofdstuk 12 bespreken de auteurs een tool die kan bepalen of een indicator een “Key” indicator is.

Het verhaal sluit af met een reeks Case studies. Dé klassieker, Union Carbide in Bhopal kon daarbij niet uitblijven. Daarbij geven de auteurs tevens een aantal KRI die een alternatieve uitkomst hadden kunnen opleveren. Finaal volgen een aantal afsluitende gedachten die vertellen dat KRI moeten evolueren van een kunst naar een wetenschap. Dit boek levert daar een bijdrage aan.