Elementaire Deeltjes – 20 – Terrorisme

Auteurs: Edwin Bakker en Jeanine de Roy van Zuijdewijn

De auteurs stellen zich enkele vragen over terrorisme en maken een analyse van de gekende feiten. Dat leidt niet steeds tot antwoorden die we graag horen.

De eerste vraag – wat is het – wordt reeds niet eenduidig beantwoordt. Veel hangt af van wat je wilt zien. Het is immers sterk contextafhankelijk. De held van de ene is vaak de terrorist van de andere. Ook de aard van de daden veranderen, als tevens het idee dat er eventueel een politiek doel mee gediend is. Door de uiteenlopende variatie van haar aspecten is het ook voor wetenschappers niet eenduidig mogelijk om er een enkele definitie op te plakken. Daarom moet voor dit boekje een keuze gemaakt worden. De definitie hier stelt dat terrorisme een instrument is om via aanslagen de aandacht, angst en onrust te genereren om politieke doelen te bereiken.

Het tweede aspect – doel en werking – zijn eveneens divers. Er zijn politieke doelen, zoals bijv. nationaal separatisme, maar ook religieus, etnonationalistisch, extreemlinks en anarchistisch terrorisme, extreemrechts, en dan nog “single issue”-terreur. Europol geeft echter aan dat veel groepen een mix hieruit zijn. Er bestaat in de geschiedenis ook staatsterrorisme, zoals in Frankrijk, Duitsland,… Wat het doel betreft van terreur, dat is meestal onduidelijk. Daarom zijn ook de begrippen directe en indirecte doelen in het leven geroepen. Bij vooral dat laatste bestaat de angst dat CBRN wapens zullen worden ingezet. Een van de essentiële onderdelen van de werking van terreur is echter goed gekend: het zaaien van angst.

Daarna volgt een stukje geschiedenis en valt de naam van de historicus David Rapoport.

In het volgende hoofdstuk gaan de auteurs op zoek naar oorzaken. De benaming van de types terreur lijken er naar te verwijzen. De vraag “waarom” blijft echter grotendeels onbeantwoord. Het antwoord dat er is, is er een van negatieve omschrijvingen: het is niet extreme armoede, het is niet een te klein IQ, het is niet geestesziekte, niet vervreemding uit de realiteit… de grondoorzaken zijn nog steeds onbekend. Psychologie en groepsdynamica zijn evenwel belangrijke facetten.

Bij een blik naar de daden en de daders kijken de auteurs naar de harde feiten. De organisatie van de terroristen, hun modus operandi, aantallen van aanslagen, typen van aanslagen en de gevolgen van al dit geweld, alsook de doelwitten.

Daarna kijken de auteurs meer naar aanslagen op Nederlandse bodem. Ze hebben het over de bekendste organisaties en incidenten. Ook kijken ze naar acties van Nederlanders in het buitenland.

In het laatste hoofdstuk bekijken we de ultieme vraag: “Wat doen we er aan?” (in Nederland). Hier valt voor het eerst het woord contraterrorisme. Doelstellingen daarvan worden voorgesteld door Europa:

  • voorkomen,
  • beschermen,
  • achtervolgen,
  • reageren.

Nederland kent echter een aanpak met vijf pijlers:

  • informatie verwerven,
  • dreiging voorkomen,
  • vitale objecten, diensten en personen beschermen,
  • voorbereiden op aanslagen,
  • verdachten vervolgen.

 

Moet ik nu bang zijn?

Kinderen helpen in tijden van angst en terreur

Auteurs: Lies Scaut en Erik de Soir

In een vlot leesbaar boekje brengen de auteurs kernachtig een aantal zaken samen voor leerkrachten, ouders en hulpverleners om hen beter te wapenen bij de vragen van hun kinderen over terreur en de bijhorende angsten.

Want zelfs volwassenen hebben het moeilijk om terreurdaden te begrijpen en te plaatsen. Hoe kun je dan toch je kind daarbij helpen, die uiteindelijk de grootste schat en de toekomst van de mensheid zijn?

In een eerste hoofdstuk staan de auteurs stil bij het feit dat baby’s geen kleuters zijn, die geen basisschoolkinderen zijn, die ook weer anders zijn dan adolescenten. Afhankelijk van de leeftijd en de persoonlijke ontwikkeling kunnen ze elk andere informatie aan. Ze gebuiken hier de stadia van de intellectuele ontwikkeling van de Zwitserse psycholoog Jean Piaget.

Hoofdstuk twee gaat over veel voorkomende problemen en gedragingen van kinderen en hoe je als volwassene daarmee om kunt gaan.

Hoofdstuk drie geeft een aantal antwoord-richtlijnen bij een groot aantal vragen die (jongere) kinderen kunnen stellen, die eigenlijk zeer fundamenteel zijn en niet gemakkelijk goed te beantwoorden zijn. Daarbij is het zeer belangrijk om de eigen emoties te beheersen en met hen het gesprek aan te gaan.

Hoofdstuk vier schetst de risico’s die de kinderen kunnen lopen bij confrontatie met terreur, direct of indirect. Het begrip “trauma” wordt daartoe zeer scherp gedefinieerd.

Hoofdstuk vijf heeft het over hoe je creatief met de kinderen kunt communiceren over het gebeurde. Belangrijk daarbij is dat het kind de leiding heeft over zijn eigen gedachten.

Hoofdstuk zes geeft een meetmethode met meerdere aspecten, waarbij de beleving van een kind of groepen van kinderen kunnen in kaart gebracht worden.

Een van de take away messages van dit boek is dat vriendschap en liefde altijd sterker zijn dan haat.

De auteurs waarschuwen er in het boek ook voor dat hoewel het boek wel inzicht kan geven, het nooit mag gebruikt worden als vervanging van professionele begeleiding.

Bescherming tegen extreme geweldpleging

Dit document reikt handvaten aan t.a.v. leidinggevenden en medewerkers van de eigen organisatie. Hierin staat op genomen welke maatregelen een organisatieonderdeel en individuele medewerkers kunnen nemen als er zich een extreme geweldpleging voordoet om de continuïteit van de dienstverlening maximaal te verzekeren. Dit kan opgenomen worden in de appendix van een BCP.